Recensie —

De wereld is niet fair

Vincent Kompier

Het blijft overweldigend, om vanuit het dichtbebouwde Kreuzberg pardoes in 386 hectare leegte te staan. Gras en beton vullen het voormalig vliegveld Tempelhof middenin Berlijn, dat sinds 2010 als vliegveld is gesloten. Wat gaat er mee gebeuren? Een groot deel van de plek wacht op transformatie tot IGA (Internationale Gartenausstellung), die in 2017 zal openen. De Nederlandse ontwerper Eelco Hooftman van het Engelse bureau GROSS.MAX werkt op dit moment samen met Sutherland Hussey Architects de plannen voor de IGA uit waar zij in 2010 de internationale prijsvraag voor wonnen.

Wie denkt dat er tot die tijd niks gebeurt heeft het mis. Tempelhof, of door de stad eufemistisch Tempelhofer Freiheit genoemd, bruist van de tussentijdse activiteiten. Sinds 2010 kennen gebouw en vliegveld 100 permanente en 70 tijdelijke huurders; van de modebeurs Bread & Butter via de Jeugdbeurs You en het Oldie- und Schlagerfestival tot de nonstop en drie dagen durende Berlin Summer Rave. In juni 2010 deed de stad Berlijn een oproep voor tijdelijk gebruik. Dat leverde meer dan 100 ideeën op. Deze ideeën zijn gethematiseerd en verbonden met het toekomstig gebruik voor het Tempelhofer Feld; het gebied achter het megalomane vliegveldgebouw uit 1937. Uiteindelijk zullen – naast het park – woningbouw, kantoren en bedrijven en een grote nieuwe centrale Berlijnse bibliotheek Tempelhof gaan bepalen.

Tot die tijd hebben tijdelijke evenementen het terrein veroverd. Een daarvan is deze maand te bezichtigen. Onder de ironische titel The World is not fair – Die Grosse Weltausstellung 2012 zijn er vijftien verschillende tijdelijke paviljoens gebouwd. Deze mini wereldtentoonstelling is het afscheidscadeautje van Matthias Lilienthal, het enfant terrible van HAU, een van de experimentele theaters van de stad, waar hij bijna tien jaar als intendant werkzaam is geweest. Doel van de paviljoens is niet, zoals bij de traditionele wereldtentoonstelling, om een voor het desbetreffende land zo fleurig mogelijk en op economisch gewin gerichte uitstalkast te maken, maar om discussie aan te wakkeren over diverse onderwerpen. Daarbij wordt grensoverschrijding tussen disciplines niet geschuwd. Internationale architecten, theatermakers, performers en beeldende kunstenaars reflecteren op de esthetische en stadspolitieke voorwaarden en uitingsvormen van grote wereldtentoonstellingen. Tegelijkertijd presenteren zij hun ideeën en visie op hoe de wereld beter zou kunnen functioneren.

De allereerste wereldtentoonstelling vond plaats in 1851 in Londen, daar werd het wereldberoemde Chrystal Palace gepresenteerd. Dit staaltje ingenieurswerk van staal en glas van kassenbouwer Joseph Paxton zette de toon voor vele latere glazen en stalen gebouwen. Na 1851 volgden 28 Wereldtentoonstellingen, waarvan de gebouwen telkens op de harde schijf van ons collectieve geheugen zijn geschreven: het Weense reuzenrad (1873),  de Eiffeltoren (1889), het Atomium in Brussel (1958) en recentelijk het gestapelde gebouw van MVRDV Architecten op de Expo 2000 in Hannover. Bij dat laatste gebouw was duurzaamheid een belangrijk thema. Niet volledig gelukt, gezien de huidige staat van het paviljoen. Met duurzaamheid is in Berlijn wel rekening gehouden. Voor eenderde van de vijftien paviljoens is gebruik gemaakt van het aanwezige gebouwenbestand van Tempelhof, zoals munitiebunkers en het voormalige weerstation. Overige gebouwen zijn gemaakt van modules die eerder dit jaar bij de tentoonstelling Über Lebenskunst in het Berlijnse Haus der Kulturen der Welt zijn gebruikt. Drie van de vijftien paviljoens zijn daadwerkelijk nieuw gebouwd.

Een van die paviljoens is het Pavillon der Weltausstellungen, ontworpen door Benjamin Foerster-Baldenius en Matthias Rick van Raumlabor Architecten in Berlijn, een bureau dat opereert op het snijvlak van kunst en architectuur. Kunstenaar Erik Göngrich toont in dit paviljoen een veertig vierkantenmeter grote tekening waar 160 jaar wereldtentoonstellingen in 28 landen wordt weergegeven. Dat levert een bizar beeld op van alle iconen, maar dan naast elkaar. Iedere keer wordt dezelfde architectuurmiddelen van stal gehaald om de kracht en macht van de economie te tonen. Hoger, groter, inventiever is het motto. De tekening geeft overtuigend aan dat stadsontwikkeling door middel van grote gebaren niet meer van deze tijd is en veelal zonder medeweten en meewerking van stadsbewoners plaatsvinden.

De Nederlandse kunstenaar Willem de Rooy treedt aan met zijn project Farafra. Zijn paviljoen is tevens geluidsinstallatie, waaruit een compositie van ‘gevonden geluiden’ van circa 15 minuten klinkt. De geluiden zijn niet ‘zomaar’ ergens gevonden, ze zijn namelijk opgenomen op een kameelboerderij in Egypte, op de grens met Libië, en krijgen daarmee een bijzondere actualiteit. Bizar is het paviljoen van de Japanse theatermaker Toshiki Okada. Zijn project Unable to See heeft de ruimtelijke kenmerken van een grote kernreactor. Het ongeluk in de centrale van Fukushima heeft in Duitsland geleid tot de grote ‘energiewende’ (het dichtgooien van alle kerncentrales voor 2022). In het paviljoen nemen twee mannen – een regisseur en zijn assistent, die willen weten wat er in de gesloten kerncentrale gebeurt – de bezoekers mee in een achtbaan vol angsten en gevoelens die er omtrent atoomstraling heersen. Ook Okada’s installatie verwijst, net als de andere paviljoens, naar een officiële wereldtentoonstelling. Pittig om te lezen dat de stroom voor de eerste Wereldtentoonstelling in Azië, de Expo in Osaka in 1970, door de toenmalige energiebron van de toekomst werd geleverd: de kerncentrale van Fukushima.

Het paviljoen van toneelspeler, schrijver en regisseur Rabih Mroué uit Libanon confronteert je met een andere werkelijkheid. Tot zijn grote ontzetting kwam hij erachter dat demonstranten in Syrië, zonder het door te hebben, met hun mobiele telefoon hun eigen dood filmden. Mroué plaatste 72 foto’s, gemaakt op het moment dat de blikken van de camera van de mobiele telefoon en de schutter elkaar treffen, ritmisch achter elkaar. Zo ontstond een 45 meter lange tunnel, met als titel: Double Shooting. Wie binnen 18 seconden deze tunnel doorloopt ervaart wat de camera heeft opgenomen en loopt zo eigenlijk zijn eigen dood tegemoet. Huiveringwekkend. Helemaal in combinatie met de aan de buitenzijde van het paviljoen aangebrachte Dogma 95-regels die Deense filmregisseurs in 1995 opstelden om zo echt en authentiek mogelijk te filmen.

De Nederlandse kunstenaar Dries Verhoeven die werkt op het snijvlak van beeldende kunst en theater heeft op het meest zuidelijke puntje van Tempelhof in de uitkijktoren een doorlopende LED-tekst aangebracht. Het is een testament van de tijd waarin we leven, en een afscheid van alle mensen, waarden en objecten die we verloren hebben, of waar we binnenkort afscheid van moeten nemen. Het bange Europa houdt de portemonnee en de poorten gesloten. Aan de horizon verschijnt een nieuw tijdperk – vol onzekerheden.

De paviljoens blinken niet uit in spectaculaire architectuur, maar dat is ook niet de bedoeling van de makers. Op het immense oppervlak van Tempelhof zou alleen megalomane architectuur indruk maken. Zij bieden iets anders dat bijblijft; een diversiteit en veelzijdigheid aan visies en ideeën. Soms grappig, zoals het idee van kunstenaarsduo Dellbrügge & De Moll om autarkisch te gaan wonen in Berlijn, speciaal voor de geschatte 10.000 kunstenaars die in de stad wonen en amper geld verdienen. Met kudde schapen en al wordt in het paviljoen een historisch overzicht gegeven van kolonisatievoorbeelden uit het verleden: van het anarchistische Christiania in Kopenhagen tot aan AVL-Ville, de vrijstaat van Atelier van Lieshout in Rotterdam.

De grootte van Tempelhof laat de paviljoens dobberen in een groene zee, op zoek naar redding. Tegelijkertijd relativeren ze de omvang van echte wereldtentoonstellingen. De aanbeveling om per fiets van paviljoen naar paviljoen te peddelen levert een volstrekt andere kunstbeleving op dan op dichtbepakte biënnales, waar je wordt overweldigd door de veelheid aan teksten, meningen, maquettes in benauwde ruimtes. Hier niet. Fietsen over de twee kilometer lange startbaan, ondertussen de vliegerende, kite-surfende en skatende Berlijners ontwijkend is de volmaakte gelegenheid om op datgene wat je net gezien hebt te reflecteren. De soundtrack voor diepere gedachten wordt daarbij gratis geleverd door de driftig broedende kolonies leeuweriken. Zij zijn het enige levende vlieggezelschap dat oneindig gebruik mag maken van het luchtruim boven Tempelhof.