Recensie —

Uitbreiding van het Städel Museum in Frankfurt am Main

Andrea Prins

De financiële hoofdstad van Duitsland heeft er een culturele attractie bij. Sinds eind februari 2012 is de vierde en wellicht laatste uitbreiding van het kunstmuseum Städel geopend. Dit bijzondere project kon tot stand komen door enthousiast engagement en financiële bijdragen van zakenwereld en burgers. De aan de buitenkant aangenaam terughoudende uitbreiding is binnen vol verrassingen. Routing, licht en zichtlijnen zijn verfijnd uitgewerkt. Het vernieuwde Städel Museum is een omweg waard voor wie deze zomer in de buurt is.

Het Städel aan het bekende Frankfurter Museumsufer kent een lange, wisselvallige geschiedenis. Dit is goed af te lezen aan de bebouwing. Begonnen als privé-verzameling van de bankier Johann Friedrich Städel (1827 – 1816) werd in 1878 het eerste museum in de Frankfurter binnenstad aan de zuidelijke Mainufer gerealiseerd. Achter op het kavel werd de kunstschool gebouwd, tussen Galerie en Städelschule lag een weidse tuin. Al vrij snel kwam er aan de tuinkant een uitbreiding van de Galerie: de Tuinvleugel.

Bommen verwoestten in de tweede wereldoorlog grote gedeelten van het museum, onder andere de centrale entree met trappenhuis en de westzijde. In de jaren zestig werd het museum hersteld, waarbij de gebouwhoeken moderne, sobere gevels van zandsteen met nauwelijks zichtbare kijkspleten kregen. In 1987 won Gustav Peichl de prijsvraag voor een rechthoekige aanbouw aan de westkant van de tuin. Eind jaren negentig ontwierp het bureau Jourdan & Müller een sanering- en uitbreidingsplan met verruimende zichtlijnen en een nieuw kleurconcept voor de tentoonstellingsruimten. Het chique restaurant en de kunstboekhandel, gecombineerd met een café, passen bij dit meer op een dialoog met de bezoeker gerichte museumconcept.

De actuele uitbreiding is ontworpen door het Frankfurter bureau schneider + schumacher, winnaar van een besloten prijsvraag in 2008. Opgave was het nagenoeg verdubbelen van de tentoonstellingsoppervlakte tot 7000 m2 door een binnen de historische en stedenbouwkundige context passende uitbreiding. De kosten, 34 miljoen euro voor de nieuwbouw en 18 miljoen euro voor de sanering van de bestaande gedeelten, werden voor een substantieel deel gefinancierd met bijdragen uit de zakenwereld maar ook door de enthousiaste steun van de Frankfurter bevolking. Talloze benefietevenementen werden georganiseerd. Zichtbaar teken voor een gift was de Gele Rubberen Laars. Door deze laars te kopen kon je het project ondersteunen én je engagement voor de stad en de kunst zichtbaar maken.

De spagaat tussen de grote bouwmassa en de gevraagde inpassing in het ensemble is elegant opgelost door een ondergrondse uitbreiding onder de Städeltuin. Overdag zijn alleen de speciaal voor dit project ontwikkelde ronde daglichtramen in het gewelfde oppervlak van het gazon zichtbaar. ’s Nachts zorgen deze verlichte ‘ogen voor de kunst’ voor een spectaculair gezicht.

De route naar het nieuwe gedeelte is prachtig geënsceneerd. De toegang naar het museum ligt in de ten opzicht van het straatniveau verhoogde ronde entreehal. Rechts en links van de oude monumentale trap kun je afdalen naar een donkere en geheimzinnige zaal, de oude foyer in de tuinvleugel, voorzien van een spiegelende wandbekleding. Hier valt de nieuwe trap direct in het oog. De elegant gedetailleerde leuningen gaan over in de gewelfde vorm van het trapgat. Deze beige monoliet, gemaakt uit gepolijst witbeton met een toeslag van kalksteen, verleidt tot aanraken en voert de bezoeker verder naar beneden – naar het licht.

De nieuwe hal is ontworpen als één doorlopende ruimte met maar twaalf slanke kolommen. De zacht gebogen betonnen schil van het plafond met het regelmatige patroon van ronde openingen is in het midden het hoogst. Helder wit licht valt door de gematteerde en van variabele LED-verlichting voorziene daklichten. De grote ruimte is onderverdeeld in ‘kamers’ met bijna verdiepingshoge wandelementen voor de schilderijen en sculpturen. In deze wandelementen zijn ook de kolommen opgenomen. Verrassende diagonale zichtlijnen zijn de uitkomst van dit ruimteconcept.

De verzameling van het Städel Museum omvat 700 jaar kunstgeschiedenis en het is daarmee een uiterst veelzijdig museum. De ruimten van het museum zijn net zo divers. In de nieuwe hal zijn hedendaagse schilderijen en sculpturen te zien van 1945 tot nu. Door het bijna onaards heldere licht komen kleuren en vormen hier extra goed tot hun recht. Het plafond lijkt te zweven. Geheel anders is de sfeer op de bovenverdieping van het oude museumgedeelte. De rustige zalen met de prachtig op elkaar afgestemde gekleurde wanden herinneren aan een wandeling door de formele en toch huiselijke en-suite ruimten in het Goethe-Haus in Weimar. Een spannend contrast.