Recensie —

Hartoperatie TUE geslaagd

Harrie van Helmond

Op 22 oktober a.s. wordt de herbestemming en uitbreiding van de W-hal op het TUE complex geopend. Het gebouw is Metaforum gaan heten. Onlangs was er een rondleiding bij het gebouw dat al in gebruik is. Zoals architect Joost Ector het bij deze rondleiding samenvatte: “De voormalige W-hal was in het originele ontwerp met loopbruggen verbonden aan de gebouwen van de (toen nog) Technische Hogeschool Eindhoven. Het structuralistische gebouw was het hart van de X-en Yassen van het ortogonale verkavelingsraster van het complex. Door óp deze hal het nieuwe gebouw voor wiskunde en informatica te bouwen, is er de Z-as aan toegevoegd.”

Maar voordat het zover was, is wel het een en ander aan vooraf gegaan. Het complex van de Technische Universiteit Eindhoven is gelegen in een voormalig moerasachtig gebied dat door de gemeente Eindhoven in de wederopbouwperiode voor 1 gulden werd verkocht aan het bestuur van de op te richten technische hogeschool. Tot begin 2000 kenmerkte het gebied zich als een monofunctioneel onderwijscomplex. Aan de oorspronkelijke lay-out van het stedenbouwkundig ontwerp waren er weliswaar in de loop van de jaren regelmatig nieuwe gebouwen toegevoegd waardoor het palet dat voorheen uit de modernistische functionele en minimalistische architectuur van Sam van Embden en Jaques Choisy bestond veelkleuriger werd, maar het concept bleef hetzelfde.
In 1997 werd het huisvestingsplan Campus 2020 gepresenteerd. Onder leiding van Wytze Patijn werd een stedenbouwkundige wijziging doorgevoerd die voorzag in een kerngebied: van een neutraal raster naar een meer stedelijk concept van een kern met aantakkingen. De universiteit trekt zich nu terug op de kerncampus en laat de rest van het terrein aan andere instellingen. Ook studentenwoningen zijn in aantocht.
Het hart van de kerncampus wordt een openbare ruimte en juist daar bevond zich de W(werktuigbouwkunde)hal, een prachtige en ragfijne structuur van staal en glas met afwisselend in schaakbordpatroon hoge en lage bouwdelen waardoor het daglicht overal in de hoge ruimtes kon komen.

Het eerste ontwerp van Ector Hoogstad voorzag in sloop en nieuwbouw dat met zijn min of meer organische vorm een alien was in de context. Architect en opdrachtgever miskenden de kwaliteit van het bestaande gebouw. Het zware programma – nieuwe studentenvoorzieningen waaronder een bibliotheek en huisvesting van de faculteit voor wiskunde en informatica – leek ook niet te combineren met handhaving van de W-hal. Protest van bewakers van dit erfgoed leidde er uiteindelijk toe dat men opnieuw met ontwerpen begon. Achteraf, zegt Ector, is iedereen blij met deze move. Totaal gaat het gaat om 26.000 m2 gebruiksoppervlak met 600 verschillende ruimtes.
Een eerste ingreep betrof een ondergrondse uitbreiding die met een grote vide verbonden is met de gehandhaafde W-hal. Daarboven, op het dak van de hal, staat de nieuwe faculteit voor wiskunde en informatietechnologie met de stalen poten dwars door het stalen frame van de W-hal geprikt. De dunne schoren van de bestaande bouw worden beantwoord met zeer zware schoren van de optopping. De menging van de 2 bouwsystemen is binnen goed te volgen: zwart staal is oud en lichtgrijs staal is nieuw. Volledig behoud van de W-hal-constructie was voor de architect van wezenlijk belang, het bewaren van enkele onderdelen als herinnering aan het verleden was geen optie. De aansluiting en inpassing van het bestaande kolommengrid op de nieuwe constructieve invulling vertoont soms visuele ruis, wellicht onvermijdelijk maar wel spijtig.

Tweede ingreep is het maken van een overdekte buitenruimte aan de zuidzijde onder het bestaande dak. Een ruimte die gekoppeld is aan de openbare middenruimte van de campus. Deze gigantische openluchthal vráágt om feesten en demonstraties.
Derde ingreep is van een heel andere orde. De oude W-hal was een grote werkplaats. Fijnzinnig van architectuur maar toch een werkplaats vol wisselende proefopstellingen van diverse faculteiten en de geur van olie. Omdat de loopbruggen van het TUE-complex door deze hal heen liepen, had je van bovenaf een prachtig zicht op de activiteiten. Nadat er in de 70er jaren ook een grote biologische kantine gevestigd werd, kwamen er andere studenten door de hal. De nieuwe functie (bibliotheek en centrale studentenvoorzieningen voor de hele TUE) vroeg om een totaal andere sfeer en kwaliteit. De aanwezige grote hoogte was welkom, de harde akoestiek en werkplaatsuitstraling niet. Het is wonderbaarlijk hoe rustig en stil het in deze immense ruimte is geworden. Ondanks het vergroten van de ruimte met de ondergrondse toevoeging kan in open bibliotheek en studieplekken goed geconcentreerd gewerkt worden. Zowel de houten en metalen wandafwerkingen zijn akoestisch geperforeerd. Gecombineerd met tapijt, een akoestisch plafond, en gestoffeerde meubels levert dit de gewenste nagalmtijd op.
De kleur-en materiaaltoepassing maakt het tot een haast gezellige ruimte. Veel eikenhout, tapijt, één accentkleur geel – afgeleid van de geelglazen borstweringen van de gevelpuien: het werkt. De verlichtingsarmaturen zijn helaas wat hinderlijk verblindend. De grote ruimtelijkheid verleidt je alle activiteiten te bekijken en op dat moment kijk je ook in die lichtbronnen.

De energiehuishouding kon worden aangetakt op de WKO van het universiteitsterrein (de grootste WKO van Europa), dat was een grote hulp bij het halen van de hoge energieprestatie. Bijzonder geslaagd is het volledig wegwerken van alle luchtkanalen in de vloeren. Het is vaak onvermijdelijk dat deze bij herbestemde gebouwen in zicht blijven, bij het Metaforum kon dit worden opgelost. Een grote installatiekelder laat het dak van oud-en nieuwbouw leeg van storende installaties en toont een betoverend spel van in zacht zwart rubber ingepakte buizen die onnavolgbaar hun weg zoeken tussen de machinerieën.
De bestaande glasgevel in stalen profielen diende uiteraard bouwfysisch opgewaardeerd te worden. Vervangen door aluminium zou de krachtige uitstraling van de pui teniet doen. Een voorzetgevel zou de relatie binnen/buiten vertroebelen. Gekozen is voor het benutten van de stalen stoeltjesprofielen als drager voor een nieuwe aluminium pui met slanke detaillering, gemonteerd op staal. Van binnenuit dus de originele uitstraling. Van dichtbij gezien is het verschil tussen staal en aluminium overduidelijk: gezaagde niet gelaste verstekken en de strakheid en dunheid van het aluminium verraden dat. Jammer maar gezien de kosten van nieuwe stalen gevelsystemen begrijpelijk.  In eerste instantie, haaks op de gevel kijkend, is het fijne lijnenspel gered; schuin bezien is echter duidelijk dat de huidige bouwfysische eisen de gevel dikker hebben gemaakt.

De gevel van de optopping wordt door Ector een eenvoudig metalen blokje genoemd. Daar valt wat op af te dingen. Ik vermoed een lange zoektocht naar de meest passende gevelexpressie bij de W-hal en naast het nog in originele staat verkerende hoofdgebouw van de TUE. Gekozen is voor een lichte aluminium vliesgevel met dichte en glaspanelen in een ritme dat verwijst naar de architectuur van Choisy maar dat verticaler belijnd is en waarvan de neutrale kleur bewust onhip lijkt. Hierdoor gaat de aandacht meer uit naar de schitterend gerenoveerde W-hal en lijkt het bijna of de optopping uit een vroeger tijdperk stamt. Een, neem ik aan, onbedoeld effect. Of toch een extreme mate van terughoudendheid als reactie op het allereerste ontwerp van Ector Hoogstad? Het nieuwe Metaforum is in ieder geval een rustpunt tussen de sterk geprononceerde nieuwbouw die de laatste jaren op deze campus verschenen is.