Recensie —

True City. Portret van de geglobaliseerde markteconomie

Myrthe Buijs

Tien jaar lang deed Charlie Koolhaas (fotograaf en kunstenaar) onderzoek naar het uiterlijk van globalisering in vijf wereldsteden. In vier ervan woonde ze zelf. Ze dompelde zich onder in de globaliserende handel en cultuur en registreerde wat ze zag en hoorde in beeld en woord. De resultaten daarvan zijn nu te zien in de tentoonstellingsruimte van Casa Vertigo bij de TU in Eindhoven.

Lagos (Nigeria), Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), Guangzhou (Kanton, China), Houston (Texas, Verenigde Staten) en Londen (Verenigd Koninkrijk): vijf steden op vier verschillende continenten, ogenschijnlijk mijlenver van elkaar verwijderd. Met de globalisering worden die afstanden echter steeds kleiner. Koolhaas onderzocht het effect van die globalisering, lette op de overeenkomsten en verschillen tussen de steden en verzamelde door de jaren heen een enorme collectie foto’s en citaten. Koolhaas wil daarmee, naar eigen zeggen, tonen hoe de stad – in algemene zin, de ‘true city’ – het prachtige en tegelijk tragische podium vormt waar op we onze fantasieën en wensen vormgeven en vervullen. De vraag die ze zich daarbij stelt is: hoe ziet de geglobaliseerde markteconomie er eigenlijk uit?

In 2009 exposeerde Koolhaas al een gedeelte van haar werk bij Aedesland in Berlijn en in 2011 was een selectie te zien bij de Architectural Association in Londen, toen onder de titel True Cities. In Eindhoven wordt nu voor het eerst de complete collectie steden getoond. De grote, open ruimte van de eerste verdieping van de bouwkundefaculteit, Plaza Vertigo, is volgehangen met reusachtige mobiles met foto’s. De helft van de mobiles is gewijd aan een ontmoeting tussen Houston en Londen: het nieuwste deel van haar onderzoek. Doordat de foto’s vrij kunnen bewegen – in gang gezet door een windvlaag of een passerende student – komen steeds andere beelden naast elkaar te hangen. Stadsgezichten, torengevels, een supermarkt en reclame-uitingen wisselen elkaar af. Houston en Londen blijken soms moeilijk van elkaar te onderscheiden.

De andere helft van de mobiles toont een ‘urban village’ in Guangzhou. De toeschouwer wordt hier getrakteerd op een deprimerende verzameling beelden van smalle stegen, vuil, verval en treurig kijkende mensen. De foto’s bevinden zich, net als bij Houston en Londen, heel dichtbij, maar dat heeft hier een veel confronterender effect.
Langs de glazen gevel van de ruimte heeft Koolhaas een vijftien meter lang ‘boek’ gemaakt, waarin Lagos en Dubai met elkaar worden geconfronteerd. De linker ‘pagina’ toont steeds een foto van Lagos, op de rechter is een foto van Dubai te zien. Overeenkomsten en tegenstellingen worden afgewisseld. Een vieze groene poel op een vuilnisbelt tegenover een kunstgrasveldje op een strand bijvoorbeeld, of een kunstgalerie in Lagos tegenover een daarvan nauwelijks te onderscheiden kunstgalerie in Dubai.
Verdiepingshoge posters op de tegenoverliggende wand maken de tentoonstelling compleet. De meterhoge posters staan vol met fragmenten van interviews en citaten uit boeken en tijdschriften. De teksten laten de persoonlijke visie van uiteenlopende inwoners en bezoekers, maar ook de officiële blik van regeringen en instanties op de steden zien. Dat is soms geestig en dan weer confronterend. Het zijn losse fragmenten, toch vertellen ze samen een verhaal.

Het is bewonderenswaardig hoe Koolhaas de toeschouwer onderdompelt in indrukken en beelden, vooral in het centrale deel van de tentoonstelling met hangende foto’s. Doordat de constructie beweegt, verdwijnen beelden uit het zicht, om vervolgens heel dichtbij weer op te doemen. Het gevaar van deze opzet is echter dat de toeschouwer soms dreigt te verdwalen en zich steeds moet heroriënteren. Wellicht is dat ook wel de bedoeling van Koolhaas geweest. Het verrassende resultaat is namelijk dat men, verdwaald in de beelden, op zoek gaat naar aanknopingspunten – bekende gebouwen, Chinese tekens, vrouwen in Afrikaanse gewaden – om de foto’s te kunnen plaatsen. Een ervaring die misschien wel heel dicht bij die van een verblijf in een wereldstad ligt. Is dat het effect van globalisering? Dat men soms even niet meer weet in welke stad men zich bevindt en moeten zoeken naar herkenningspunten?

Koolhaas’ presentatie vraagt, mede door dit ‘verdwaaleffect’, vrij veel van de toeschouwer. Zowel de inhoud van de beelden als de beelden zelf zijn niet bepaald mooi en verleidelijk. Het zou mij niet verbazen als sommige toeschouwers afhaken bij nog meer onscherpe, onderbelichte, scheef genomen of gedeeltelijk door andere objecten onzichtbaar geworden foto’s van nog meer stoepen, stof, kale gevels en afval. Dat pleit echter niet direct tegen de gekozen foto’s en opzet: deze aanpak is misschien onvermijdelijk als men, zoals Koolhaas, op zoek gaat naar de ‘ware’ (true) representatie van de hedendaagse stad. Koolhaas wil niet oordelen, maar tonen. Het gaat haar niet om haar eigen visie, maar om de dialoog die tussen de beelden ontstaat. Met als gevolg dat een conclusie over het thema en het onderzoek achterwege blijft. Het trekken van lessen uit wat er te zien is valt onder de verantwoordelijkheid van de toeschouwer.

Met die openheid neemt Koolhaas een risico. Haar aanpak leidt tot een persoonlijk verhaal, met beelden en woorden die men anders niet snel zou zien of lezen, maar die overduidelijk onderdeel uitmaken van de realiteit. Steden die ver weg lijken komen zo toch verrassend dichtbij. Koolhaas brengt op geheel eigen wijze stukjes van de wereld samen op één plek, maar geeft net te weinig richting aan om mij er echt in mee te nemen.