Urban TV —

Shanghai na de Expo: Better City, Better Life?

Harry den Hartog

Met als slogan Better City, Better Life! wilde Shanghai’s World Expo 2010 de wereld tonen hoe stedelijke problemen te lijf gegaan kunnen worden. Op 31 oktober 2010, de sluitingsdag van het evenement, riep secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon op om deze dag voortaan jaarlijks als ‘World Better Cities Day’ te herdenken. Wat is vandaag het blijvende effect op de stad van deze grootste wereldtentoonstelling ooit? Wat is er, ruim twee jaar later, geworden van het terrein zelf? Hoe gaat het met Happy Street en met het Expo Park? Speculatie met grond en gebouwen is een beproefde methode om de Chinese economie te stimuleren. De ruim vijf vierkante kilometer leegte middenin Shanghai draagt bepaald niet bij aan een Better City.

Met als slogan Better City, Better Life! wilde Shanghai’s World Expo 2010 de wereld tonen hoe stedelijke problemen te lijf gegaan kunnen worden. Op 31 oktober 2010, de sluitingsdag van het evenement, riep secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon op om deze dag voortaan jaarlijks als “World Better Cities Day” te herdenken. Wat is vandaag het blijvende merkbare effect op de stad van deze grootste wereldtentoonstelling ooit en wat is er, ruim twee jaar later, geworden van het terrein zelf? Hoe gaat het met Happy Street en met het Expo Park?

Shanghai beloofde na afloop het evenemententerrein “terug te geven aan de stad” en “de stad met het water te verbinden”. In tegenstelling tot veel andere wereldtentoonstellingen ligt dit enorme terrein namelijk pontificaal in de stad, aan weerszijden van de Huangpu rivier. Deze urbane locatie was namelijk ook bedoeld als statement om stadsvernieuwing en stedelijke verdichting te promoten, als tegenpool van ‘suburban sprawl’…

Veel moest wijken om dit evenement te kunnen laten plaatsvinden. De plannen voor hergebruik zijn ambitieus: een zakencentrum, een kilometerlange shopping mall, een amusementspark… Ja, ook in het dagelijks in leven heeft de Expo grote invloed gehad. Er is versneld een ‘civilisatieproces’ op gang gekomen, waarbij via mediacampagnes aan nieuwe stadsbewoners werd geleerd hoe men zich in de metro en in de openbare ruimte dient te gedragen. Veel informaliteit is uit het straatbeeld verdwenen, maar de kwaliteit van leven is er voor velen op vooruit gegaan, vooral voor de nieuwe middenklasse.

Wat betreft het Expo-terrein zelf zijn de beloftes nog niet helemaal waargemaakt en het lijkt er op dat dit op korte termijn niet zal veranderen. Door (lichte) terugval van de economische groei wordt gewacht op betere grond- en vastgoedprijzen. De lokale overheid heeft namelijk flinke kosten gemaakt en moet dit terugverdienen. Het grootste deel van het gebied blijkt nog niet in ontwikkeling te zijn genomen. Wat er met Happy Street gaat gebeuren is vooralsnog onduidelijk sinds de constructie na afloop van het evenement in eigendom kwam van de Shanghai Expo Development Group. Zelfs het Urban Best Practice Area, met veelbelovende gebouwen die omgevormd zouden worden tot “creatief cluster”, staat vrijwel leeg en is omringd door hoge hekken. Speculatie met grond en gebouwen is een beproefde methode om de Chinese economie te stimuleren. Maar ruim vijf vierkante kilometer leegte middenin Shanghai draagt bepaald niet bij aan een Better City. Ondertussen worden ook vandaag aan de stadsranden nog steeds enorme hoeveelheden woningen en bedrijfsgebouwen bijgebouwd ten koste van landbouwgrond, dorpjes en natuur.

Harry den Hartog