Opinie —

Missie de Blauwe Economie: duurzaamheid en ondernemerschap

Andrea Prins

Eerder heb ik op deze plaats geschreven over het weinig inspirerende mainstream-realisme waarin duurzaamheid soms terecht is gekomen. De Premsela-lezing van de in Antwerpen geboren ondernemer Gunter Pauli bewijst dat het ook anders kan: een vuurwerk van ideeën en projecten, gepresenteerd met pregnante oneliners, een geestige animatiefilm en ongelooflijk enthousiasme. Een pleidooi, haast een preek, voor het verleggen van grenzen en het realiseren van fantasieën door creatief denkvermogen langs ongebaande wegen.

De slim opgebouwde lezing opent met de Werdegang van de ondernemer en levert de context van zijn ideeën. De Club of Rome met haar onthutsende publicatie The Limits to Growth uit 1972, en het oprichten van 12 bedrijven, waaronder Ecover voor biologisch afbreekbare schoonmaakmiddelen passeren de revue, evenals Pauli’s naar eigen zeggen opulente leven in een Belgisch kasteel en – na een faillissement – de bezinning in een minimalistische Japanse kamer. Zijn uitzicht vanuit het raam op een traditionele Japanse tuin waarin de tuinman het hele jaar door elke dag precies één bloem laat bloeien is een mooi beeld voor de wijsheid, kracht en schoonheid van het werken mét de natuur in plaats van ertegen, een idee dat Pauli niet meer los zal laten. In 1994 richt hij ZERI (Zero Emissions Research and Initiatives) op met als doel het ontwikkelen van duurzame productiemethoden.

Als alternatief voor een Groene Economie die uitgaat van schaarste en extra investeringen voor ecologische maatregelen tegen minder opbrengst, ontwikkelt Pauli vanaf eind jaren 90 het idee van een Blauwe Economie. Spannend aan dit idee is het her-denken van het begrip ‘afval’. Geïnspireerd op ecosystemen creëert de Blauwe Economie door cyclische productie uit ‘afval’ voedsel, inkomen en banen; afval bestaat niet. Een inmiddels vrij bekend voorbeeld is het kweken van paddenstoelen uit koffiedrab of gebruikte theebladeren. De ondertitel van Pauli’s boek luidt 10 jaar, 100 innovaties, 100 miljoen banen en zeker dit laatste oefent een niet te weerstane aantrekkingskracht uit op mij als ontwerper-zonder-ontwerpbaan.

Wat is de rol van de ontwerper in de Blauwe Economie, vroeg ook gastvrouw Gitta Luiten (Premsela) zich af tijdens haar inleiding. Het antwoord van Pauli viel vrij algemeen uit. Hij daagt ontwerpers uit te kijken naar de reële wereld en te zoeken naar problemen, hoe groter hoe beter. ‘If you have a problem, look for more problems and solve them all.’  Innovatie ontstaat door het denken buiten de bestaande kaders en methodes. Maak niet de gebruikelijke SWOT-analyse maar een lijst van de zwaktes van je concurrentie. Kijk verder, gebruik ontdekkingen van wetenschappers over bijvoorbeeld het functioneren van (micro-)organismen.

Ter illustratie liet hij een groot aantal projecten zien – ik noem hier alleen de voorbeelden met een directe verbinding naar de architectuur: de herontdekking van het snel groeiende bamboe als goedkoop en zelf te kweken bouwmateriaal, waarbij huizen uit bamboe ook nog eens meebewegen bij aardschokken: ‘Building with the force of the earth‘. Een tweede project betreft de aanleg van een heel stadsdeel met sociale woningbouw nabij Kaapstad (Zuid-Afrika). Een wijk die wordt opgebouwd uit het per definitie eindeloos te transformeren materiaal schuimglas (blokken uit gerecycled glas) en zelfvoorzienend is door landbouw met zoutwater waarbij als ‘afvalproduct’ zoet drinkwater ontstaat.

Pauli is een begenadigde spreker. De intelligent gemaakte animatie werkt perfect: ze vertelt een complex verhaal op een verbluffend eenvoudige manier. Pauli is bij uitsteek in staat zijn publiek mee te slepen. Toch wekt zijn spreekstijl na verloop van tijd irritatie op door het constant herhalen van de basis-ideeën en door Pauli’s verlangen zichzelf te koppelen aan beroemde persoonlijkheden en zo zijn leven inclusief zijn missers om te vormen tot een legende. Deze verkooptrucjes heeft hij echt niet nodig.

Na afloop bediscussiëren een aantal vrienden de praktische lessen uit dit betoog. Hoe kunnen we deze ideeën toepassen in een dichtbevolkt land als Nederland, waar door het andere klimaat geen bamboe groeit en waar je waarschijnlijk niet in de gelegenheid komt een hele stad plus de bijbehorende infrastructuur nieuw te mogen bouwen? Pauli’s uitspraak ‘Use what you have‘, inspireert ons het meest. Het bouwen mét de krachten van de natuur: de alomtegenwoordige wind niet alleen gebruiken door windmolens maar anders? Een kamer, gekoeld door luchtstromen, die een koelkast overbodig maakt? Welk ‘afval’ zou je kunnen transformeren? Pauli ziet vooral kansen op lokaal niveau, voor de kleine ondernemer, voor de Davids en niet de Goliaths. Wordt vervolgd.
Overigens heeft Pauli in de Nederlandse uitgave van zijn boek een hoofdstuk toegevoegd met blauwe ideeën speciaal voor Nederland.