Feature —

GOODBYE [sort of]

Jeroen Visschers

Op 29 oktober lijkt New York decor voor een rampenfilm als orkaan Sandy overtrekt. Het elektriciteitsnet wordt ontwricht, metrotunnels en straten lopen onder, de stad wordt een systeem in crisis. Mobiliteits- en communicatienetwerken zijn dagenlang verstoord. De lijnen waarlangs inwoners en ondernemers hun dagelijks leven ordenen zijn verbroken. Na de storm moeten de stedelingen zich herpakken en het leven in de ravage opnieuw uitvinden.

Lebbeus Woods in gesprek met studenten tijdens Postopolis! (2007). Foto Quilian Riano

Een dag later overlijdt architect en theoreticus Lebbeus Woods in zijn woonplaats New York. De vraag wat het verdwijnen van de aarde als ‘terra firma’, vaste grond onder de voeten, betekende stond centraal in zijn ontwerpen en denken. Bij leven produceerde Lebbeus een stroom aan tekeningen waarin architectuur zich hervond te midden van een wereld in scherven. Architectuur bood in die leegte een nieuw assenstelsel en oorsprong waarlangs het menselijk handelen zich kon heroriënteren. Architectuur was voor Woods een middel om ons te wortelen in de wereld. Het verdwijnen van de vaste grond onder onze voeten drijft ons om nieuwe structuren te construeren die in zijn tekeningen de fysieke vorm van architectuur aannemen. Het is een bizarre speling van het lot dat de architect van deze gefragmenteerde architectuur overlijdt te midden van een stad in ravage.
Het is gevaarlijk om de filmische tragiek als stijlfiguur in te zetten om Woods tot heldendom te tillen. Het is niet mijn bedoeling om het verlies centraal te stellen, maar juist het nalatenschap voor architecten, stedenbouwers, schrijvers en filmmakers naar het oppervlak te tillen.

Generaties zijn gefascineerd door zijn werk, getuige het succes van zijn ‘blog’ dat wereldwijd een behoorlijke grote groep ontwerpers, tekenaars, filmmakers en schrijvers trekt. In de online essays overtuigde hij dat architectuur bovenal een politieke daad is. Niet een ideologisch politieke daad zoals we van Tafuri hadden geleerd, maar een vorm van politiek activisme. Zijn essays op zijn blog waren incompleet als hij ze online publiceerde. Door te reageren op wat bezoekers achterlieten als reactie op zijn essay, ontwikkelden zijn teksten zich verder. Het dialoog was middel om zijn eigen stem verder te ontwikkelen, een geschreven architecturale these.

Net als John Hedjuk was Lebbeus Woods een architect die ons weinig gebouwen nagelaten heeft. De Hermitage, een woning voor een kluizenaar, bij mijn weten een van de weinige gebouwde ontwerpen, siert sinds 2004 de gevel van het Nederlands Architectuur Instituut. ‘Sieren’ is echter niet het juiste woord, het hangt tegen wil en dank, onbereikbaar voor bewoning en heeft de wereld in letterlijke zin achter zich gelaten. Net als Hedjuk is de invloed van Woods op de volwassenwording van een specifieke generatie architecten groter dan zijn gebouwd oeuvre. Hij was wat in het Engels zo mooi heet een ‘architectural educator’.

Toen Woods in 1998 op uitnodiging van ACE, MU en de TU/e naar Nederland kwam, moest ik daar als – toen nog – architectuurstudent bij zijn. Hier was het waar hij samen met studenten de Hermitage ontwierp. Beter nog, hij ontwierp hem niet, de studenten deden dat. Hij stond niet boven de studenten, maar hij bewoog zich er tussendoor. Hij daagde uit en reageerde scherpzinnig op elke vakinhoudelijke uitspraak, hoe naïef deze ook was. Hij veroordeelde niet, maar hield ons een spiegel voor die voortkwam uit het dialoog met de student. Volgens hem ging het vak van architect om het ontwikkelen van een eigen geluid. Om het stem geven aan hen die geen stem hebben. Bescheiden was niet alleen zijn eigen houding, hij doceerde ook bescheidenheid. Architectuur als spreekbuis van de massa. De eigen stemmen van de groep zouden leiden tot een enkel ontwerp, de Hermitage.

Lebbeus Woods was inspirator voor diegenen die het werk van Morphosis niet ver genoeg vonden gaan. Althans dat heb ik weleens gekscherend beweerd. Net zoals Thom Mayne ondervroeg Woods het vocabulaire van het modernisme. Waar Morphosis orthogonale composities doorsneed, scheurde en verdraaide tot louter fragmenten van een ooit geordende wereld, bouwde Woods een imaginaire wereld op uit fragmenten; Woods bouwde op de brokstukken van de geschiedenis. Ontwerpend voor vernielde steden zoals Sarajevo en San Francisco tekende hij lange ijle architecturale structuren die soms naar de hemel reikten, soms over elkaar struikelden en de littekens van de stad bedekten met nieuw weefsel bestaand uit de brokstukken van het oude.

Het resulteerden in prachtig geïllustreerde boeken, zoals Radical Reconstruction uit 1997. De fascinatie voor zijn tekeningen vindt zijn oorsprong in het narratieve karakter van zijn architectuur. Het zijn haast waanzinnige kristallijne megastructuren bekroond met abstracte antropomorfe beelden, zijn constructieve skeletten bekleed met scherven van onbestemd beton en staal vragen erom ‘gelezen’ te worden.
Het is een traditie die terug te voeren is, en wellicht verwijst naar architecten als Ledoux en Boulée, en – nog beter – Lequeue. Architecturale fabels in steen die enkel op de tekentafel bestaan. Het is dan ook niet vreemd dat zijn tekeningen ook filmmakers inspireerden. Beroemd is zijn rechtszaak tegen de maker van de donkere sci-fi film Twelve Monkeys, Terry Gilliam. In de rechtszaal getuigde hij tegen het gebruik van zijn tekening ‘Neomechanical Tower’ als bron voor het ontwerp van de verhoorkamer met de zwevende stoel. De rechter achtte de gelijkenis voldoende bewezen, maar Woods liet Universal City Studios de scene waarop Bruce Willis hoog tegen een stalen wand vastgebonden is op een onbuigzame, starre troon, behouden in de film. Het vermelden van zijn auteurschap en een onbekend geldbedrag was voldoende.

Op de aftiteling van Alien 3, geregisseerd door David Fincher, prijkt ook Woods naam als ‘conceptual artist’. In navolging van de door H.R. Giger ontworpen decors voor de Alien films van Ridley Scott en James Cameron sluiten de schetsen die Woods maakte nauw aan op de beklemmende atmosfeer van de Alien-reeks. Hij schiep duistere gangen en gewelven, een architectonisch amalgaam van middeleeuwse gotiek en negentiende eeuwse industriële vormen. Overigens ontkent Woods zijn aandeel in de film. Zijn ontwerpen zouden – volgens Woods – zijn gemaakt voor een eerder filmscript van Vincent Ward.

Lebbeus meest tot de verbeelding sprekende werk is zijn ontwerp voor een tombe voor Albert Einstein. Gevraagd in 1978 door Steven Holl om een architectuurpamflet te maken voor het tijdschrift Pamphlet Architecture, koos hij Boullée’s Cénotaphe à Newton als inspiratiebron. De begeleidende tekst leest als een eerste aanzet tot een filmscript waar enkel nog de filmische beleving van het werk in beschreven wordt: “The Tomb is a vessel journeying outward on a beam of light emitted from [Earth], following an immense and subtle arc through the stars. For eons it will inhabit the dominions of space, until in a distant time it must return to the world of its beginning“. Het doet denken aan de ‘oorverdovende’ stilte van de ruimte waarin de bemanning van de Nostromo uit Ridley Scotts eerste Alien film in diepe slaap bevroren zweeft, of diezelfde onheilspellende stilte waarin in het vervolg van James Cameron de diep gevroren Signourey Weaver stuurloos voortstevent. De uitgestrektheid en de leegte van de kosmos, vormt een sterk contrast met de geometrische volumen van het mausoleum voor Einstein. Ijle constructies en vakwerken, ogenschijnlijk weggelopen uit een tekening van Tatlin, priemen uit de perfect kristallijne volumen, wellicht verwijzend naar een mathematisch assenstelsel. Het pamflet is in vitro cinema. Het bevat symboliek en verwijzingen, het speelt het spel van licht en duisternis, het gebruikt poëzie om de verbeelding te prikkelen en vertelt een verhaal door heroïek en tragiek beeldend te maken.

De ongenaakbaarheid van de elementen waarin de architectonische ontwerpen van Woods vaak zijn opgebouwd, onbestemd staal en beton, in buizen, schalen en platen, ontkennen de menselijke vorm en maat. Met het verdwijnen van de grond onder ons en de wereld om ons heen, verliezen we ons referentiekader. De megalomane projecten die Lebbeus Woods ons voorspiegelt herinneren ons er wellicht aan hoe klein en breekbaar we zijn. Wij zijn niet langer het centrum van de wereld, mochten we dat denken, de nieuwe architectuur is dat.