Recensie —

Holl opent verleden in Sarphatistraat 370

Erik Stekelenburg

Steven Holl sloeg bij de verbouwing en vergroening van Sarphatistraat 370 enkele bladzijden uit de geschiedenis open: de stadswal, de neoclassicistische oudbouw en de latere vulling tot aan de Singelgracht.

De transformatie voltooit het Amsterdamse Campus Stadgenoot. De woningcorporatie vestigde zijn nieuwe hoofdkantoor aan de kant van de Singelgracht, dochteronderneming De Amsterdamse Compagnie runt bedrijfsverzamelgebouw The Bell aan de straatzijde. Het bekende, naastgelegen groenkoperen paviljoen van Steven Holl uit 2000 markeert het begin van Stadgenoot op deze locatie. Met de aankoop van Sarphatistraat 370 kon de woningcorporatie haar drie vestigingen op één locatie clusteren. De restauratie nam drie jaar in beslag, de terreininrichting is in 2012 afgerond.

Uithollingen
De perforaties in het groenkoperen paviljoen uit 2000 echoën door in de alom aanwezige messing lambriseringen van Sarphatistraat 370. Het patroon verbeeldt nu de tweede uitleg van de stadswallen. Daar bouwde de Genie in 1873 het neoclassicistische 'Rijksgoederenmagazijn voor Kleeding en Uitrusting' van het Departement van Oorlog, 90m breed en 20m diep met in de lengte tussen dragende muren een lange middengang. In 1908 werd de ruimte naar de Singelgracht gedicht met een nieuwe betonskeletbouw. In 1974 werd het magazijn volgezet met kleine cellenkantoren voor de Rijkspolitie. Stephen Holl met Rappange & Partners gooide alles open en maakte er een leesbaar geschiedenisboek van.

De aanbouw uit 1908 is geen monument, maar wel het eerste nog intact zijnde Amsterdamse gebouw met een uitwendig zichtbaar betonskelet, met voorindustriële houtdetaillering. De architect buitte dit uit en animeerde het skelet en daarmee de aanbouw tot een gelijkwaardig contrast voor het hoofdgebouw. Hij verwijderde de vulling over de eerste twee bouwlagen aan de Singelgracht, maakte zo ook de ongelukkige barrière tussen de achterterreinen ongedaan. Ook de aangrenzende ontvangsthal op de begane grond gooide Holl open. Kolommen los in de ruimte. Vrij in de gevel en de ontvangsthal erachter. De scheiding tussen binnen en buiten en hoofdbouw en aanbouw werd transparant. Een meter uit de kolommenrij van de gevel naar het hoofdgebouw paste Scheuten glasvlakken van 8cm dik drievoudig isolatieglas in ranke stalen glasprofielen toe.

De aan houtconstructies refererende detaillering in de prille betontechniek krijgt zo de hoofdrol; de kolommen hebben rondom spouwlatten en sponningen voor de invulling en duivenjagers op de hoeken, een destijds voor hout gebruikelijke ronding. Dat er ook nadelen kunnen kleven aan vrijstaande kolommen, in dit geval aan een balie achter het kolommenstramien, maakte het baliepersoneel duidelijk: “Veel klanten stoten hun hoofd.”

De sprong in energiezuinigheid – van energielabel G naar A+ – vroeg bij het monument uit 1873 een andere aanpak dan bij de rationalistische aanbouw. Er zijn overeenkomsten in gebruik van WKO en de combinatie van lucht-, vloerverwarming en –koeling met warmteterugwinning. De isolatie van de raamopeningen verschilt. Bij het monument houden ‘achterzetramen’ de monumentale buitenkant intact.

Constructie-expo
Om de originele gevelconstructie zichtbaar te maken moest de isolatie hier en daar wijken, zoals bij de balkkoppen in het monument en bij de kolommen in de aanbouw. Een verwarmingsnet, bestaande uit een watervoerende laag in de steenachtige constructies, voorkomt oncomfortabele koudestraling en condens, het dauwpunt wordt hiermee naar buiten verplaatst. De plafonds blijven zichtbaar door de leidingen boven verdiepingsvloeren te laten lopen en onder een volle traptrede opgetilde werkvloer.
Het dak van de oudbouw heeft een bijzondere hybride spantconstructie, bestaande uit vakwerken van een houten bovenbalk met smeedijzeren onderbalk en trekstangen, en met gietijzeren staanders. Ze zijn in stijl aangepast aan de nieuwste veiligheidseisen met extra trekstangen van draadeind met wartel en kabel. Op het dak, direct onder het dakzink, verzamelen vloeistofvoerende platen energie.
Met de ingebruikname van de zolder voor kantoren krijgt het spantwerk de aandacht die het verdient. De ruimte direct onder het middelste kruisspant en die er omheen is met lobby’s ingericht voor alle huurders. Het kruisspant bekroont de nieuwe ruime centrale vide. Rondom de vide lopen nieuwe trappen. Overlopen perforeren de vide en verbinden de verdiepingen aan beide zijden.

Palimpsest
Algemeen aanvaard is dat je bij restauratie niet terug hoeft naar het origineel om de geschiedenis recht te doen. De architect behandelde een ongelukkige tussentijdse ingreep wel heel poëtisch. Voor de cellenkantoren waren de grote getoogde doorgangen van het monument dichtgezet. Naast de bogen kwamen standaarddeuren. Steven Holl heropende de grote doorgangen, maar liet de standaard deuropeningen intact. Hij maakte met chique lichtdoorlatend glas van het verleden een armatuur. De ruimtes zijn zoveel mogelijk vrij indeelbaar, bij opdeling transformeert het ornament daarom wel eens naar de originele functie en wordt het glaspaneel weer deur.

De architect illustreert zijn ontwerpprincipe met de palimpsest, een perkamentrol waarvan het eerste schrift deels is uitgewist voor nieuw gebruik. De palimpsest veronderstelt hoge kwaliteit van de perkamentrol en schaarste. Dat we de aarde, sinds we hem vanuit de ruimte konden bekijken steeds meer als eindig zijn gaan zien, is een mijlpaal. De palimpsest staat voor duurzaamheid, circulaire economie en transformatie avant la lettre. Holl toont zich te gast bij de aarde, het gebouw en de tijd. Hij eerbiedigt en accentueert monumentale waarden en de afdruk van eerder architectuurschrift. Aangezien archi staat voor eerste en hoofd, raakt deze benadering de kern van de architectuur.