Feature —

Onder de Jacaranda. Observaties van een Nederlandse architect in Mexico-Stad

Paul van der Voort

In 2001 werd de afkorting BRIC gelanceerd, vier jaar later had Goldman Sachs het over de Next Eleven, landen die, samen met de BRIC-landen, de potentie hebben zich te ontwikkelen tot wereldeconomieën. Economische ontwikkelingen en urbanisatie gaan hand in hand gaan. Architecten en stedenbouwkundigen werkzaam of afkomstig uit een van de N-11 landen zullen de komende maanden berichten over hun ervaringen. Als eerste architect Paul van der Voort, hij woont en werkt sinds 2010 Mexico-Stad, alwaar hij met zijn partner Gabriela Bojalil het bureau DAFdf arquitectura y urbanismo leidt.

Onlangs sprak ik met een oudere Mexicaanse ingenieur die in de wegenbouw werkzaam was. Schertsend zei ik hem dat hij vast een gelukkig mens was, gezien de – naar onze Nederlandse maatstaven – deplorabele staat van veel wegen moet er voor hem werk in overvloed zijn. Hij zei me er op een andere manier naar te kijken. Vijftig jaar geleden waren er geen snelwegen in Mexico. En in diezelfde vijftig jaar heeft de bevolking van Mexico zich verdubbeld naar meer dan honderd miljoen zielen. (Ter vergelijking Frankrijk groeide in dezelfde tijd van vijftig naar zestig miljoen.) Het land en zijn explosief groeiende steden hebben moeite hun eigen ontwikkeling bij te houden, met achterblijvende publieke voorzieningen en explosief wild groeiende steden als gevolg. In het licht van die demografische ontwikkeling is er juist enorm veel bereikt, zo stelde de ingenieur. Hij heeft gelijk, het is opmerkelijk hoe, ondanks alles, het land functioneert en zich op zijn toekomst voorbereidt.

Een student antropologie leert dat wanneer je als buitenstaander in een groep komt, de eerste mensen die je benaderen zelf buitenstaanders zijn, vaak klagend over de anderen. Zij zijn slechte informanten. In Mexico lijkt klagen een nationale sport. Alles is verkeerd: iedereen is onbetrouwbaar, alle politici zijn corrupt, het verkeer is een zooitje en de stad vies. De ingenieur liet mij daaraan voorbij kijken, om kritisch te zijn op de criticasters en niet alleen maar hun mantra's te herhalen. Want Mexico is ook dat spectaculaire land met een rijke, unieke cultuur; met een indrukwekkende inheemse erfenis en met immense natuurlijke variëteit en schoonheid.

Drie jaar geleden emigreerden mijn vrouw en ik naar Mexico niet wetende wat we zouden kunnen verwachten. Vanuit de bibliotheek van het huis waar we verbleven, werkten we aan een aantal kleine projecten. Via de goede contacten van mijn vrouw kregen we de opdracht voor een klein appartementengebouw en later een uitnodiging om mee te werken aan het ontwerp van Plaza Mariana, een uitbreiding van het complex rondom de Basilica, het belangrijkste katholieke centrum van Amerika. In korte tijd en onder grote druk raakten we vertrouwd met het uitwerken van een bouwproject in Mexico en met het runnen van een bureau alhier. Begin 2012 werd het complex officieel geopend in het bijzijn van de bisschop van Mexico, president Calderon, burgemeester Ebrard en Carlos Slim (volgens het tijdschrift Forbes de rijkste persoon op aarde, en indirect onze opdrachtgever, hij financierde het gebouw).
 
Na drie jaar werkervaring is de eerste observatie is dat je nergens bent zonder goede contacten. De tweede, dat veel van de bouwproductie wordt gedaan zonder architecten of stedenbouwkundigen. Er zijn veel goede architecten in Mexico en de Mexicaanse architectuur is van hoog niveau. Er is dus veel concurrentie en niemand zit echt te wachten op een volgende ster aan het firmament. En ondanks de nationale zelfkritische houding is er ook enige vermoeidheid betreffende de arrogante houding die sommige westerlingen in Mexico tentoonspreiden. Verder zijn de honoraria voor architectenwerk laag. Als succesvolle architect investeer je zelf in de projecten waaraan je werkt; het belangrijkste deel van het inkomen komt van belegging in vastgoed. En wanneer je werkt met geld van anderen, krijg je gelijk te maken met de hiërarchische structuur van de Mexicaanse samenleving waarbij de grote baas gewend is zijn positie te etaleren en tegenspraak niet wordt gewaardeerd. Omgangsvormen zijn formeler en respectvoller dan in Nederland, hoewel de “vergissingen” van de buitenlander soms als charmant worden ervaren en vooral mensen van het oude continent kunnen wel een potje breken.

In vergelijking met Nederland zijn er in Mexico weinig fondsen voor publieke projecten. En het geld dat er is wordt naar zeggen verkeerd besteed of verdwijnt in de kanalen van de corruptie. Dit is zichtbaar in het straatbeeld van Mexico-Stad: wegdek, trottoir, parken, pleinen, water- en elektriciteitsvoorziening en riolering zijn in bedenkelijke staat. De gehele stad zucht onder een gebrek aan onderhoud en er is weinig goede planning om daaraan het hoofd te bieden.
Het lijkt dat de stad zich alleen ontwikkelt via projecten die door private investeerders worden voorgesteld. Er is wel bouwregelgeving en er zijn wel bestemmingsplannen, maar die zijn echter chronisch achterhaald vanwege de snelheid van de stedelijke groei. Per individuele kavel kunnen wel aanpassingen plaats vinden. Ter compensatie voor de aanpassing van bouwhoogte of dichtheid moet een ontwikkelaar dan een 'donatie' aan de gemeenschap doen in de vorm van m2 voor een park, een school of andere publieke voorzieningen, of voor het vervangen van een gedeelte van de verouderde infrastructuur, riolering, etc. Hoewel daarbij ook altijd een bedrag gespendeerd moet worden voor het oliën van de bureaucratische machine, lijken die donaties gerechtvaardigd. Ze zijn een compensatie voor de verhoogde druk die ontstaat wanneer de stad zich verder verdicht.
Het niet hebben van een restrictief coördinerend stedelijk plan geeft veel architectonische vrijheid. Alles is mogelijk, maar uiteindelijk is het de markt die heerst en bij het berekenen van de winstmarge zijn de Mexicaanse ontwikkelaars net zo rigide als waar dan ook. Er is dan ook veel creativiteit nodig om de gewenste vierkante meters onder te brengen in een redelijk plan met licht en ventilatie voor alle ruimtes. Gelukkig wordt in het klimaat van Mexico de schaduw ook gewaardeerd.

Onlangs het gebrek aan publieke middelen werden recentelijk toch een aantal publieke werken in Mexico Stad gerealiseerd: een nieuwe stedelijke infrastructuur (de Segundo Piso), een nieuwe metrolijn, een 'metrobus', de renovatie en introductie van speelplaatsen, parken, en ander stedelijk groen, de renovatie van het centrumgebied. Er lijkt een nieuw bewustzijn te groeien binnen de gemeentelijke structuur die hoop geeft voor de toekomst. Een die zich met het oog op de leefbaarheid van de stad, meer bewust is van de noodzaak van een gecontroleerde verdichting. Erkenning hiervoor kwam in de vorm van een nominatie van Mexico-Stad voor de ‘Sustainable Transport Award 2013’. Ook lijken er meer initiatieven te ontstaan vanuit de buurt, door architecten en anderen die zich betrokken voelen bij de problematiek van de stad, al blijft het moeilijk de vele goede ideeën door te laten dringen tot het politieke niveau.

Het gebrek aan een gemeenschappelijk ontwerp heeft zijn impact op het stedelijk beeld. De architectuur is uiterst divers: ‘koloniale’ architectuur tegenover modern, hoogbouw (met veel blinde gevels) naast laagbouw, nieuw naast verloederde, volledig in mekaar gezakte bebouwing. En tel daarbij op de ongecontroleerde huizenhoge advertenties, vervallen parkeerplaatsen, en het passerende zware verkeer dat zich voortbeweegt over het op steeds meer niveaus uitdijende wegennet. De stad geeft een chaotisch beeld. Een opwindende metropolitane ervaring voor sommigen maar één die de gemiddelde Mexicaan heeft geleerd te negeren of te accepteren zoals hij ook de jaarlijks terugkerende natuurrampen als aardbevingen, orkanen, overstromingen en droogtes accepteert. Zoals hij het corrupte systeem accepteert die hem de mensen laat wantrouwen die hem politiek vertegenwoordigen. Zoals hij de sociale tegenstellingen accepteert met het soms schokkende contrast tussen rijkdom en armoede. En zoals hij de krantenkoppen leest die aanhoudend rapporteren over nieuwe slachtoffers van de drugsoorlog.

Maar daar ga ik weer, de negatieve mantra repeterend. Het moet zijn omdat ik zo hopeloos Nederlands ben en blijf, komend uit dat land waar alles goed geregeld is, waar een klein probleem voor Mexico, een nationale ramp zou betekenen. En op dat moment realiseer ik mij dat het niet Mexico is dat anders is, maar juist Nederland.