Recensie —

Werken in de diepte

Hannah Schubert

Knalrode gestileerde bloempatronen op een plein in Zwitserland, gietijzeren parkmeubilair voor het beroemdste park van Nederland, een reliëf van cactussen en een tuin vol zwarte en witte bloemen als interpretatie van het thema ‘kleur’, het werk van Anouk Vogel kan simpelweg niet onopgemerkt blijven. Zij is dan ook één van de meest in het oog springende landschapsarchitecten van Nederland, internationaal gelauwerd en bekend om haar fotogenieke juweeltjes.

In november organiseerde de Amsterdamse Academie van Bouwkunst vijf lezingen met het thema 'European Landscape Architects: A New Blend?' Andere sprekers waren Eric Luiten, Marti Franch, Lisa Mackenzie en Thierry Kandjee – landschapsarchitecten die zich ieder op een geheel eigen manier bezighouden met de diversiteit van het Europese landschap, en ontwerpen met een nieuwe mix van nationale en regionale tradities. Vogel lijkt niet helemaal in dit rijtje te passen, met haar tot nu toe vrij kleine projecten die zich vooral bevinden op het snijvlak tussen landschap, (tuin)kunst en architectuur, en minder op landschap in de oorspronkelijke zin van het woord. Hoofd landschapsarchitectuur Marieke Timmermans, die de lezingenreeks organiseerde, lichtte de keuze voor Vogel toe: zij werkt zeer sterk met locale identiteit, waarbij objecten en verhalen een bron van inspiratie zijn. Anouk Vogel weet deze om te zetten in tastbare ontwerpen, waarbij ze te werk gaat als een kunstenaar. Dit is uniek in de Nederlandse landschapsarchitectuur.

Günther Vogt stelde ooit in een lezing dat ‘a garden is not meant to be temporary’. Tuinen en landschappen zijn een opera aperta, een werk dat nooit af is. De planten bloeien, veranderen, sterven af en groeien opnieuw. Tijd is een essentieel onderdeel van dat proces: een tijdelijke tuin is een contradictie in terminis. Vogel stelt daar tegenover dat ook tijdelijke tuinen betekenisvolle projecten kunnen zijn, juist omdat ze zeer expressief en to the point zijn. Ze bezitten de kracht in een ongebruikelijke context te reflecteren op actuele onderwerpen, veel meer dan een vaste tuin. De tijdelijke tuin als uitnodiging tot dialoog. Met de titel Small scale big design: Small interventions with big impact in the public space nam Vogel de zaal mee langs een reeks projecten gekenmerkt door deze thematiek. Ze bezitten stuk voor stuk een bewonderenswaardige simpliciteit – in de positieve zin van het woord.

Het lijkt zo eenvoudig. Waarom ben ík niet op dat idee gekomen, hoorde je menig ontwerper in de zaal denken. De dromerige simpliciteit blijkt echter het resultaat van Vogels talent de essentie uit een opgave te halen en dit te vertalen naar een glashelder verhaal. Bij haar winnende inzending voor Chaque Château Son Jardin, een tijdelijke tuin in Lausanne, dacht de jury dat ze een local was, zo trefzeker was het ontwerp. Voor het plein voor een middeleeuws kasteel, in gebruik als parkeerplaats, ontwierp Vogel overdimensionale plantenbakken in de vorm van bloemen, geïnspireerd op het middeleeuwse snijwerk binnen in het kasteel. Deze ingreep maakte niet alleen een stuk interieur van het kasteel beleefbaar voor het volk (het is niet toegankelijk voor publiek), maar gaf bovenal het door auto’s gedomineerde plein terug aan de stad.

In de projecten Cactacity en Garden of Escher geeft Vogel de hoofdrol terug aan de beplanting, zij het op geheel andere wijze. Het thema voor de 18e editie van het tuinenfestival in Chaumont sur Loire was kleur. Terwijl andere ontwerpers zich te buiten gingen aan uitbundige kleurcombinaties en constructies, ontwierp Vogel een zwart-witte tuin in een gradiënt van wit naar zwart. De tekening Sky and Water van M.C. Escher vormde de lay-out voor het beplantingsplan, dat bestond uit twaalf paren planten met elk een witte en een zwarte equivalent. Een vergelijkbare eenvoud bezit het project Cactacity in Bilbao, waar een rechthoek van 80m2 werd beplant met honderden cactussen, variërend van 10 centimeter tot een meter hoog. Voor Vogel lag het experiment erin te werken met maar één materiaal en daarbij te focussen op het object zelf, en juist eens níet te reageren op de omgeving – terwijl landschapsarchitecten erop getraind worden contextueel te ontwerpen. Het is een geschenk als een object betekenis geeft aan een plek, aldus Vogel. De kracht van deze installatie was dat het mensen bij elkaar bracht; als nieuw ontmoetingspunt, als decor voor nieuwsgierigen.

Dat Vogel de reductie opzoekt, en de grenzen daarvan, is ook te zien in het project Paper Garden. Op uitnodiging van de Gardening World Cup in Nagasaki (Japan) werd Vogel gevraagd een tuin te maken voor tien dagen. Een tuin zonder tijd, waarbij de ontwerper moet kiezen uit een lijst beschikbare planten, met als thema wereldvrede – een absurd idee. Een oude Japanse legende belooft dat eenieder die duizend origami kraanvogels vouwt een wens mag doen. Geïnspireerd door dit verhaal en de Japanse papiervouwkunst ontwierp Vogel een tuin met honderden maagdelijk witte bloemen, van papier.

De ware kunst van Vogels ontwerpen is misschien wel dat ze er zo lichtvoetig uitzien – dat hier maandenlang werk en noeste handarbeid aan vooraf gaan lijkt bijna niemand zich te realiseren. Tijdens de lezing bood Vogel inzicht in het maakproces, en toonde hoe ambachtelijk haar ontwerpen zijn. Of het nu met de hand gevouwen honderden papieren witte bloemen zijn, de zoektocht naar de perfecte zitvorm van een bank, of de gekleide mallen voor de details van het nieuwe meubilair van het Vondelpark – alle projecten zijn het resultaat van ‘werken in de diepte’.