Feature —

In Zeeland staat een huis

Johan de Koning

In de rode zaal van de skihal in Terneuzen hangt een wat tamme sfeer. Door het felle zonlicht buiten, dat reflecteert op de sneeuw, en de rode kunststof golfplaten rondom, wordt de hele zaal in vuur en vlam gezet. Helaas delen de bezoekers niet in dat vuur. Druk is het niet op de slotbijeenkomst van Krot of Kans, een groots opgezet en populair project dat de afgelopen twee jaar huis hield in de regio Zeeuws Vlaanderen. En dat is jammer want het begon zo goed.

De ambities van CBK Zeeland voor dit verrassende krimpproject waren hoog. Onder de bezielende leiding van initiator en animator Petra de Braal werkten woningcorporatie, gemeenten en de eerste, zorgvuldig geselecteerde deelnemers eendrachtig samen. Vanaf het begin was er lof voor het initiatief, om niet van buitenaf en van hogerhand, maar juist vanuit het gebied zelf, bottom-up, ideeën te ontwikkelen waarmee de krimp te lijf kan worden gegaan. Een frisse blik, geen navelstaren. Een creatieve en multidisciplinaire manier om naar een demografisch probleem als krimp te kijken. Vraag blijft natuurlijk of dat wel kan. Of een sociaal, demografisch probleem op te lossen valt met ongetemde voorstellen van creatievellingen. Rijp en groen, ieder op zijn eigen wijze. Door een kortere of langere tijd zelf medebewoner van zo’n plek te worden, wijzigt je positie en krijg je meer begrip voor wat er speelt. Je kijkt anders. Hoewel bewoners dikwijls hun persoonlijke, vastgeroeste stokpaardjes blijven berijden – denk aan de introductie van kluswoningen of het deeltijd wonen in Oostburg  – komen er toch veel onverwachte concepten naar voren. Dus op dat punt krijgt CBK het voordeel van de twijfel.

Krimp = kramp. Om daar uit te komen is die frisse blik van jonge, getalenteerde ontwerpers goed. Taak van de organisator is dan vooral om alles bij elkaar te krijgen en om de ‘opdrachtgevers’ betrokken te houden en deelnemers op elkaar te laten reageren. Het eerste werd adequaat gerealiseerd via de Krot of Kans-blog, geanimeerd door vormgever Martien Luteijn. Het laatste werd in eerste instanties gedaan tijdens gezamenlijke presentaties. In Oostburg gebeurde dat in de zomer van 2011, in een afgeladen fitnesszaal aan de rand van de stad. Blijkbaar is er iets met sportcentra dat ze geschikt maakt voor dergelijke culturele oproer. Veel lokale bewoners, geïnteresseerden, maar ook bussen enthousiaste media en instituten ‘van de overkant’, in casu Walcheren en Zuid-Beveland, lieten zich horen en bijpraten. Dat schiep een collectief verantwoordelijkheidsgevoel: we staan hier voor een probleem en dat gaan we samen oplossen. Van die saamhorigheid is op de slotbijeenkomst weinig meer over. Begrijpelijk want we zijn twee jaar verder en tot andere tussentijdse uitwisselingen van ideeën met een gemêleerd publiek is het helaas nauwelijks meer gekomen.

Sterk punt was wel dat het Krot of Kans-huis verhuisde. Van Oostburg naar Sas van Gent en daarna door naar Terhole en Axel. Iedere plaats heeft tenslotte weer zijn eigen karakteristieken en lokale problematiek. In Oostburg is een belangrijke rol weggelegd voor de wederopbouwarchitectuur, Sas van Gent wordt beheerst door industriële complexen, in Terhole worden vrijkomende huizen opgekocht door Vlamingen. Door je op die specifieke kenmerken te richten, komen er nieuwe gedachten vrij. Tijdens de slotbijeenkomst komen die typische parameters nadrukkelijk aan de orde in de ochtendpresentaties van Ineke Hulshof, Pepijn Bakker, Johan Wagenaar en Ad Kil. Ook de middag-pitches geven er een beeld van. Alle bespiegelingen en handreikingen die het project in de loop van de tijd opleverde werden voor deze laatste vergadering in Zeeuws Vlaanderen gebundeld in een 'Inspiratiebox'. Heel handzaam: 23 losse boekjes bijeengehouden door een vrolijk gekleurde doos. Kathrin Ginsberg, directeur van het CBK Zeeland reikte hem aan alle genodigden uit. Er kan nog meer bij, lijken Ginsberg en die pragmatische box te zeggen. Maar dat is de vraag.

Wat opvalt is dat er, zeker in de tweede en derde fase van het project, verzadiging optrad. Steeds meer mensen van buiten werden aangetrokken – onder andere met betaalde opdrachten – om de vermeende armoede vanuit de eigen provincie op te heffen. De buitenstaanders zien vooral kansen, geen krotten. Het verstilde, weidse landschap van Zeeuws Vlaanderen en de gemoedelijkheid in kroegen en buurthuizen, doet bezoekers dromen van contemplatief en ouderwets genoeglijk leven. Hoe kan het toch dat iedereen zo gemakkelijk wordt ingepakt door de poëtische omgeving? Hardnekkige nadelen worden liefst over het hoofd gezien of vergoelijkt. Gaan industriële ontwikkeling van de Kanaalzone en wonen wel samen? Gaan ingrepen in het landschap ten koste van een authentieke, natuurlijke ontwikkeling? Nemen we in Zeeuws-Vlaanderen de multiculturele samenleving tot uitgangspunt of richt men zich vooral op de eigen, autochtone bevolking. Wanneer dit soort kwesties onbesproken blijft, maakt dat de geboden oplossingen dikwijls niet bruikbaarder. Ze zweven dan als het ware boven de werkelijkheid. Daarover werden in de workshops en bij de nabeschouwing op de slotbijeenkomst serieuze vragen gesteld. Zonder tot antwoorden te komen trouwens. Daarmee zijn we terug bij de initiële vraag of op deze wijze verkregen antwoorden ook nut hebben in de concrete, alledaagse realiteit van een ontvolkend gebied.

Zoals bij ontwerpers dikwijls het geval is, slagen maar weinig mensen erin de stap van idee naar ontwerp en realisatie te maken. Een proces dat bijna omgekeerd evenredig is met de situatie in de vermaledijde jaren zeventig, toen ontwerpers meer maatschappelijk werker waren dan architect of vormgever. Dat is niet alleen een pijnlijke constatering voor die disciplines. Het vestigt evenzeer de aandacht op de onmacht van de organisator om een dergelijk proces vruchtbaar te houden. Naar mijn idee is de enige logische conclusie dat zonder stevige regie van de onderzoeksvragen en resultaten, de Krot of Kans-formule is uitgewerkt. Blijkbaar is CBK daar niet van overtuigd, want zij gaan een nieuw seizoen in, dit keer op Schouwen-Duiveland. Een sterk staaltje eilandhoppen met oogkleppen op. Van een innovatief centrum voor de kunsten zou je iets creatievers mogen verwachten.