Feature —

Van Gogh en Kurokawa: van bezinningsvijver tot “plassen, jassen, tassen”

Willemien van Duijn

Het zat er aan te komen, ook het Van Goghmuseum gaat zich richten op het Amsterdamse Museumplein. Na het verplaatsen van de entrees van het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum lijkt het Van Gogh er traag achteraan te sukkelen. Of kan het museum nu juist in de slipstream in een, voor Nederlandse begrippen, razend tempo de lang gekoesterde entree verwezenlijken?

Wat is het geval? Op 6 februari is bekend geworden dat de BankGiro Loterij voor 4,5 miljoen euro wil gaan bijdragen aan het nieuwe entreegebouw van het Van Gogh Museum. Met deze bijdrage wordt realisatie aannemelijker. Het Van Gogh Museum is met anderhalf miljoen bezoekers per jaar het best bezochte museum van Nederland. Bijna iedereen kent het beeld van de immens lange rij op de Paulus Potterstraat die op hele drukke dagen de hoek om slaat richting Museumplein en dan zelfs weer de hoek om, op het Museumplein richting Stedelijk. Behalve dat het niet aantrekkelijk is om in zo’n lange rij achteraan te sluiten levert het bovendien gevaarlijke situaties op wanneer bezoekers zich de rijbaan gaan toe-eigenen.

Het zou logisch geweest zijn om deze problematiek direct aan te pakken nu het Van Gogh sinds september vorig jaar grondig gerenoveerd wordt. Zeven maanden is het gebouw aan de Paulus Potterstraat gesloten voor publiek om zaken als brandveiligheid, vluchtroutes en klimaatbeheersing te verbeteren en onderhoud te plegen. In een ideale wereld zou dat ook zo gepland zijn aldus Axel Rüger, directeur van het Van Gogh. Maar om het museum in het Amsterdamse jubeljaar 2013 open te kunnen stellen terwijl het budget voor de nieuwe entree nog niet vergaard is, moest toch al echt met de renovatie gestart worden. Alle voorbereidingen voor de nieuwe entree worden al wel getroffen tijdens de huidige werkzaamheden, waardoor de nieuwbouw tamelijk eenvoudig naadloos kan aansluiten op de bestaande bouw. Het geplande tijdspad voor de nieuwe entree is ambitieus te noemen. In totaal worden er achttien maanden gerekend: tien voor het ontwikkelen van het plan, de vergunningstrajecten en de fondsenwerving en acht voor de bouw. De wens is om eind 2014 het Van Gogh Museum vanaf het Museumplein te kunnen ontsluiten.

Het oorspronkelijke hoofdgebouw van Gerrit Rietveld dat op 2 juni aanstaande precies 40 jaar geleden werd geopend was berekend op 500.000 bezoekers. Om plaats te kunnen bieden aan de toegenomen bezoekersaantallen werd in 1999 aan het hoofdgebouw de tentoonstellingsvleugel van Kisho Kurokawa toegevoegd. In die tijd werd eveneens een nieuwe kantoorvleugel gebouwd ontworpen door Greiner Van Goor Huijten Architecten. De grote bezoekersstroom met de genoemde wachtrijen en de nieuwe entrees van het Rijks en het Stedelijk aan het Museumplein dwingen het Van Gogh om zich de vraag te stellen: “Wat is onze toekomst en hoe verhouden we ons tot onze omgeving?”
Met de komst van het piazza met Badkuip van het Stedelijk en binnenkort, de onderdoorgang van het Rijks zal de loop tussen de drie musea totaal veranderen. Het gebouw van Kurokawa dat tot voor kort een verstilde zwerfkei was op de grasvlakte, wordt in de nieuwe constellatie ervaren als een Berlijnse muur. Bovendien functioneert de verbinding tussen het hoofdgebouw en het paviljoen niet optimaal.

Het Van Gogh Museum benaderde het bureau van Kurokawa, dat na zijn dood is voortgezet door zijn zoon Mikio, met de vraag of het bureau mee zou kunnen gaan in de behoefte van het museum om het paviljoen van Kisho in te zetten als entreegebied. Aangezien het gebouw pas 14 jaar oud is, is het met het oog op auteursrechten voor de hand liggend dat de oorspronkelijke architect geconsulteerd wordt. Dit heeft geleid tot het schetsontwerp dat op 13 februari aan de pers werd gepresenteerd. De zwerfkei die eerst nog half in de grasvlakte lag met de voeten aan een ondiepe, één verdieping lager gelegen vijver wordt aangevuld met een glazen overkapping op de verdiepte patio. De rondgang om de ondiepe vijver was door Kisho bedoeld als een plek van rust en bezinning, een overgang tussen de vaste collectie en de wisseltentoonstelling. De architect had voor ogen dat de ondiepe vijver voor magische lichtreflecties zou zorgen op de gevel. Volgens Axel Rüger heeft deze magie slechts drie dagen plaatsgevonden in de zeven jaar dat hij directeur is. Op de dag van de presentatie lag het paviljoen tevreden te schitteren in het zonnetje, maar dichterbij gekomen storen de details meer en meer. Gevelpanelen die niet lekker met elkaar uitlijnen dan wel beschadigd zijn en de verdiepte patio aan de schaduwzijde die er, zeker nu het museum gesloten is, troosteloos uitziet.

De vraag van het Van Gogh aan Kurokawa was een bescheiden ontwerp te maken dat het oorspronkelijke ontwerp respecteert. Het schetsontwerp toont een overkapping van de troosteloze plek. De lijn van het dak van het bestaande paviljoen wordt doorgetrokken in de glaskap van de nieuwe entree en vormt zo een ellips die aan de kant van het hoofdgebouw zijn laagste punt bereikt. De ‘holling’ van de glaskap is invers aan de bolling van het bestaande dak om zo ruimte te bieden aan het volume dat uit de verdieping van het bestaande paviljoen steekt. Zo ontstaat een glazen atrium dat, zoals het museum het verwoordt, “plaats biedt aan plassen, jassen en tassen”. Het één verdieping lager gelegen entreegebied wordt ontsloten door middel van een roltrap aangevuld met trappen vanaf het Museumplein. Door de extra 800 vierkante meters geklimatiseerde ruimte wordt het Rietveldgebouw ontlast en kan het museum bovendien meer tegemoet komen aan de vraag naar representatieve, grote verhuurbare ruimtes. Deze opbrengsten maken een belangrijk deel uit van de inkomsten van het museum. De Kurokawavleugel blijft plaats bieden aan de tijdelijke tentoonstellingen, die dan direct vanuit het nieuwe entreegebied toegankelijk zijn.

De nieuwbouw gaat 15 miljoen euro kosten waarvan, met de gift van de BankGiro Loterij en zeven ton van Stadsdeel Zuid, ruim 8,5 miljoen euro binnen is. De overige miljoenen zullen, na de ramp in Fukushima, waarschijnlijk niet van de Japanse verzekeringsmaatschappij komen die in de jaren negentig de 38 miljoen euro kostende Kurokawa-vleugel financierde. Het schetsontwerp vormt in grote lijnen het uitgangspunt voor de architectenselectie die binnenkort, nadat de Raad van Toezicht akkoord heeft gegeven, plaats gaat vinden. Bureau Kurokawa blijft betrokken als adviseur maar de uitvoerend architect zal dichter bij huis gezocht worden want: “Hoe verder weg de architect zit, hoe moeizamer het traject” aldus Rüger. De opgave van de nog te selecteren architect zal liggen in het ontwerpen van een perfect gedetailleerde diamant die naast de langzaam afbrokkelende zwerfkei een open, licht en transparant entreegebied kan markeren.