Feature —

‘Can we build an unsustainable house with sustainable bricks?’

Paoletta Holst

Nu de ‘duurzaamheidstrend’ steeds meer overheden, bedrijven en burgers lijkt te bekeren en een veelheid aan betekenissen zich binnen het duurzaamheidsbegrip nestelen, is de architectuurpraktijk toe aan reflectie. In het kader van het Artefact Festival Leuven dat dit jaar het thema ‘A City Shaped’ droeg, gaven de ontwerp/research bureaus Rotor (Brussel) en Raumlabor (Berlijn) een lezing waarin kritische vragen over duurzaamheid gesteld werden.

Groene energie, recyclage, herbestemming, hergebruik, co2 neutraal, cradle-to-cradle; het zijn zomaar wat kreten die zich sterk met duurzaamheid laten associëren. Dat duurzaamheid als begrip multi-interpretabel is en nog vele vragen oproept, blijkt uit de visies die het Belgische Rotor en Duitse Raumlabor tijdens hun lezing presenteren. Een eenduidige definitie van duurzaamheid lijkt vooralsnog niet te bestaan, maar, zoals Marcus Bader van Raumlabor aangeeft, uiteindelijk heeft het begrip alles te maken met verantwoordelijkheid nemen voor onze planeet. Nu duurzaamheid voor burgers, bedrijven en overheden moreel gezien een ‘hot topic’ lijkt te zijn en van kleinschalig activisme tot een mainstream politieke beweging is geworden, kan de architectuurdiscipline zich – gewild of ongewild-  niet meer aan het debat onttrekken.

Raumlabor ziet dat er veel zaken die twintig tot veertig jaar geleden nog vanzelfsprekend waren, denk aan de verzorgingsstaat, betaalbare woningen in steden en betrouwbare arbeidsomstandigheden, verdwenen zijn. Daarvoor in de plaats is marktwerking en flexibiliteit gekomen. Maar in plaats van vrijheid levert deze flexibiliteit juist steeds meer verplichtingen op, wat voor angst en onzekerheid zorgt. Mensen zijn volgens Raumlabor middelen geworden die door een onzekere toekomst, bereidwillig meer en meer werken en daarmee de neoliberale conditie van marktwerking in stand houden. Naast deze maatschappelijk ongunstige situatie is ook de aarde zelf de afgelopen decennia sterk veranderd. Bader verwijst naar de uit de natuurwetenschappen afkomstige term ‘anthopocene’, ofwel de gedachte dat vanaf 1800 de planeet onomkeerbaar vormgegeven wordt door menselijke ingrepen. In het verlengde van deze gedachte is het bestaan van een ongerepte natuur uitgesloten en alles reeds verontreinigd en/of aangetast door menselijk handelen. De vraag, zo zegt Bader, is dus: “When and how do we save the planet?”, nu iedereen druk bezig is zichzelf (uit de crisis) te redden en de aarde reeds onomkeerbaar aangetast is. En: “If we decide to take some responsibility, what can architects do?”

In de praktijk omgaan met dergelijke vragen en gedachten blijkt niet makkelijk. Het antwoord ligt voor Raumlabor niet zozeer in materialiteit maar vooral in de ontwikkeling van duurzame relaties. De gepresenteerde projecten, ‘AktivierendeStadtentwicklung / FlughafenTempelhof’ (de herontwikkeling van luchthaven Tempelhof in Berlijn) en ‘Eichbaumoper’ (de tijdelijke transformatie van een slecht functionerend metrostation tot een theater) laten vooral een sociaal-urbane definitie van duurzaamheid zien. Hierbij gaat het dan om het recyclen of revitaliseren van complexe urbane locaties. Plekken die zich tussen verschillende systemen, tijdsperiodes en planningsidealen bevinden en zich niet kunnen aanpassen aan hun omgeving maar tegelijkertijd relevant zijn voor toekomstige urbane transformaties. De tijdelijke transformatie van een plek, zoals bij Eichbaumoper het geval was toen het tot theater werd omgebouwd, lijkt echter problematisch in termen van duurzaamheid. Want zodra de activiteit is afgelopen, is de plek weer overgeleverd aan verval. Het enige dat rest is misschien een duurzame herinnering, maar een herinnering kan de planeet niet redden.

Rotor verdiept zich in de wijze waarop duurzaamheid in de vorm van materialiteit gebruikt en ingezet wordt. Het bureau stelt zich kritisch op tegenover de vaak eenzijdige benadering van het duurzaamheidsbegrip en de wijze waarop dit steeds meer – en vaak met onoprechte intenties – door de markt gebruikt wordt als verkoopstrategie. Te vaak wordt er duurzaam gedacht binnen een te specifiek afgebakende omgeving. Of het nu de private leefomgeving betreft, of die van een bedrijf, stad of land, duurzaamheid heeft grenzen en het zijn juist deze grenzen die voor elke vorm van duurzaamheid problematisch zijn, zo stellen Maarten Gielen en Lionel Devlieger van Rotor. Als voorbeeld laten zij Masdar City zien, een door Norman Foster and Partners ontworpen toekomststad nabij Abu Dhabi in de Verenigde Arabische Emiraten die geheel in het teken van duurzaamheid staat en een hub moet worden voor cleantech bedrijven. Gielen en Devlieger tonen via Google Maps dat pas een klein deel van het project gerealiseerd is. Wanneer uitgezoomd wordt, is goed zichtbaar dat ten oosten van Masdar, de internationale luchthaven van Abu Dhabi ligt en dat in het westen de satelliet-wijken van de stad oprukken. De vraag is dus wat Masdar als duurzame stad betekent wanneer het ingeklemd is tussen luchthaven en oprukkende stad.

Gielen en Devlieger benadrukken dat duurzaamheid niet uit op zichzelf staande acties kan bestaan, maar altijd in de context bekeken moet worden. Zij poneren dan ook de gewetensvolle vraag: “Can we build an unsustainable house with sustainable bricks?” Een ligt ironische verwijzing naar het feit dat de Vlamingen energiezuiniger bouwen dan zij volgens de Vlaamse energienormen moeten en meer recycleren dan andere Europese landen, terwijl zij nog altijd massaal met de auto naar het werk pendelen. Deze ambivalente houding vormt het uitgangspunt in het onderzoek dat Rotor uitvoerde voor de tentoonstelling die tijdens het Artefact Festival te zien was. Voor dit onderzoek verdiepte Rotor zich in de uitgebreide subcultuur die met duurzaamheid geassocieerd wordt. Zij gingen onder andere op bezoek bij promotieavonden voor duurzame bouwartikelen, deden mee aan een Brompton-office-wedstrijd, lieten zich informeren over biologisch voedsel en zonnepanelen, en bestudeerde duurzame huizen in de Leuvense regio. Alle clichés werden in opdracht van Rotor door de Zwitserse kunstenaar Robert Suermondt op doek geschilderd en tentoongesteld. Gielen benadrukt dat Rotor deze ‘burgerlijke’ duurzaamheidsontwikkelingen uiterst serieus neemt, maar een beetje cynisch voelt het wel.

Zowel Raumlabor als Rotor waren kritisch over het huidige beeld van en de opvattingen over duurzaamheid. Na beide presentaties blijf ik achter met meer vragen dan antwoorden. Het lijkt wel alsof duurzaamheid het uitlokt om kritisch te zijn en paradoxaal genoeg een barrière vormt voor oplossingen. Theorie en praktijk blijken moeilijk met elkaar samen te gaan en hoe bewuster of duurzamer we willen leven hoe groter de contradicties worden die ons omgeven. Te midden van deze inhoudelijke verwarring lijkt het me in ieder geval van groot belang duurzaamheid met al haar connotaties – of het nu gaat om burgerlijke, materiële of sociaal-urbane duurzaamheid – serieus te nemen en het debat levendig te houden om op de praktijk te reflecteren. Duurzaamheid vraagt tenslotte om handelen in de praktijk, en vuile handen horen daarbij.