Feature —

Het tekenen van tijd

Hannah Schubert

Eind januari organiseerde landschapsarchitect Noël van Dooren een multidisciplinaire workshop op de Academie van Bouwkunst Amsterdam waarin studenten het fenomeen ‘tijdtekening’ onderzochten. Geïnspireerd door andere kunsten, en choreografie in het bijzonder, werden de mogelijkheden van de ‘partituur’ en andere notatievormen verkend. Workshopdeelneemster en academiestudent Hannah Schubert hield een dagboek bij.

Een landschap heeft tijd nodig om te groeien; het is constant onderhevig aan verandering. Toch worden altijd eindbeelden getoond in landschapsplannen. Plaatjes met mooie zichtlijnen, zonnig weer en volwassen bomen. De realiteit van een nieuw aangelegd landschap betekent echter dat je in de meeste gevallen omringd wordt door iele boompjes en grote leegte. Pas na dertig jaar zal het landschap lijken op het beeld dat in de presentatie voorbij flitste. Dat is niet vreemd: de representatie van deze tussenfasen, die ieder een eigen kwaliteit kunnen bezitten, vormt een groot dilemma. Want hoe teken je het meest kwetsbare en veranderlijke dat er bestaat – tijd?
Noël van Dooren doet promotieonderzoek naar het tekenen van tijd: ‘De landschapsarchitectuur maakt vooral gebruik maakt van representatievormen die ontleend zijn aan de architectuur: de plattegrond, de doorsnede en de visualisatie. Deze zijn over het algemeen statisch, in die zin dat ze een eindtoestand beschrijven. De landschapsarchitectuur moet zich echter met tijd, groei en verandering bezighouden en dat ook tekenen.’

Dag 1 – Katalysator

Een workshop op de Academie is je schrap zetten, je adem inhouden en in het diepe springen. En een week later weer boven komen drijven en merken dat de wereld om je heen gewoon doordraaide en er eigenlijk niets veranderd is. Alleen jijzelf hebt een bredere horizon gekregen.

Dat geldt in het bijzonder voor deze workshop. De deelnemers komen letterlijk en figuurlijk uit alle windrichtingen. Italië, Zweden, Duitsland, Frankrijk, België, Spanje en Griekenland zijn vertegenwoordigd door landschapsarchitecten, architecten, stedenbouwers, kunstenaars en – gelukkig! – een choreograaf. Het is een bonte verzameling nieuwsgierigen die zich hebben gemeld voor dit ontwerpexperiment. Want dat is het: een grote verkenningstocht waarvan de route vaag en het resultaat onzeker is. We weten alleen dat we de komende dagen intensief gaan werken aan een casus, namelijk de uitbreiding van het Westerpark Amsterdam in noordelijke richting en daarna een ‘tijdtekening’ maken. Wat dat is, hoe deze eruit ziet, hoe je hem kunt lezen – het is vooralsnog een groot vraagteken.

De ochtend begint met een kennismaking en een korte verkenning van ons plangebied op papier. Het interessante aan de workshop is dat niet het ontwerp zelf, maar de daarop volgende representatie van het plan het uiteindelijke doel is. Het ontwerp is als het ware de drager en katalysator voor het maken van een tijdtekening.

In de middag zijn er lezingen om ons bekend te maken met de representatie van tijd in al zijn vormen. Tien sprekers uit uiteenlopende vakgebieden presenteren hun visie op notatie en representatie van de tijdsdimensie. Vooral de lezing van Jeroen Fabius, docent choreografie aan de AHK, imponeert. Hij toont een fascinerend filmpje van choreograaf William Forsythe. Met kleur, vorm en ritme wordt de choreografie zichtbaar gemaakt: het is een digitale transcriptie en vertaling van het stuk One Flat Thing, reproduced. Animatie, zoveel is nu al duidelijk, biedt veel aanknopingspunten om de tijdsdimensie te vatten. Het medium leent zich immers bij uitstek om in reeksen te werken. Door deze achter elkaar te plakken ontstaat beweging die tijd kan simuleren. De uitdaging voor ons ligt er echter vooral in om een ‘platte’ tekening te maken – een statisch iets, gedrukt op papier, dat gereproduceerd kan worden en toch de tijd representeert.

Dag 2 – het lijkt hier wel een kantoor
Bezoek aan projectlocatie Westerpark. We stappen op de fiets en vijf minuten later voelen we onze voeten niet meer. Nederland is nog steeds in de ban van de winter, dus we ploegen door de sneeuw en glibberen van hellingen af. Na een presentatie over het ontwerp van het Westerpark doet een enkele buitenlandse deelnemer zijn best het hele park te zien, terwijl de rest na een klein rondje opwarmt in het café.

Terug op de academie gaan we van start: eerst een ontwerp, dan een tijdtekening. We worden opgedeeld in groepjes van drie en beginnen te tekenen. Als beeldend kunstenaar en visiting critic Frank van den Broek binnenstapt, roept hij luid: ‘Het lijkt wel een kantoor!’ En dat is niet als compliment bedoeld. En dus worden de tafels aan de kant geschoven en de schildersezels naar voren gehaald. Met houtskool (‘ik wil niet meer zien dat je met pen tekent’) worden onze eerste ideeën in grove vegen op papier gezet. Het voelt onwennig om een impressie te maken van een ontwerp dat er nog niet is. Diep ademhalen, een twee bij twee meter groot vel papier ophangen en dan met z’n drieën daarop beginnen te tekenen, zonder plan – wegvegen, nieuwe lijnen en vlakken zetten. Ik merk hoe zeer we gevormd zijn door onze opleiding. Voor de bekende stappen (analyse, concept, doorsnede, plankaart) is simpelweg geen ruimte, de enige weg is hieraan overgeven en intuïtief beslissingen nemen.

Tekening van Esther Brun, Els van Looy en Zusan Janovicova

Dag 3 – Vormgeven aan het onbekende
Met een vol hoofd en lichte stress – hoe gaat dit een plan worden? hoe gaat onze tijdimpressie eruit zien? wat zijn de elementen die door de tijd heen veranderen?– starten we de dag.  De docenten benadrukken bij alle groepen dat we moeten nadenken over dat wat zich niet laat plannen: hoe gaan we om met spontane veranderingen, met onvoorziene gebeurtenissen? Sommige groepen pikken het rekening houden met het onbekende goed op en modelleren hun plan daar elegant omheen. Anderen hebben er meer moeite mee. Het leuke aan samenwerken is dat je elkaars ideeën verrijkt. Samenwerken kan echter ook extreem frustrerend zijn als het niet lukt elkaars taal te begrijpen. We eindigen de dag met een presentatie van ons plan en een aanzet van onze tijdtekening. Hoewel we allemaal het zelfde plangebied hebben, is de aanpak bij iedere groep verschillend. Dat is veelbelovend en maakt nieuwsgierig wat de rest van de week gaat brengen.

Dag 4 – Kiezen
De avond wordt door Noël van Dooren ingeleid met een definitie van de ‘score’. Het begrip hing het hele weekend als een groot vraagteken in de lucht. Een score is een partituur, een tijdsnotatie, die maakt dat ook anderen de tekening kunnen lezen en het plan – in theorie – uit zouden kunnen voeren. Twee korte presentaties, van Jord den Hollander (architect en filmmaker) en Erik van Gameren (information designer) bieden nieuwe inzichten en hier en daar nieuwe verwarring. Ook wij worden halverwege de avond van ons pad geslingerd. Een goed bedoelde en zeer inspirerende peptalk van Jord den Hollander maakt dat we opeens twee – in onze ogen – briljante plannen hebben. Paniek en discussie want de tijd tikt door. De keuze, drie uur later, is voor het plan dat de meest interessante aanknopingspunten biedt voor de tijdstekening. Dat dit niet het meest spannende concept is, moeten we accepteren. Het ontwerp is de drager, niet het doel van de workshop. In de hitte van de strijd waren we dat bijna vergeten.

Tekening van Hannah Schubert, Astrid Bennink en Valentina Chimento

Dag 5 – ‘Wonderfull’
Vanavond is architect Jo Barnett (BergerBarnett) gastdocente. Ze leidt de avond in met een reflectie op eigen werk, kunst, literatuur en architectuur. Tijd, en vooral verval, komt in alle facetten aan bod, onder andere door haar fascinatie voor verweerde gevels. Een peptalk van Barnett maakt dat je vleugels krijgt. Ze vindt ons plan ‘wonderfull, absolutely wonderfull’. We voelen ons tien centimeter groeien en met Barnetts commentaar op zak – want ze is ondanks haar enthousiasme absoluut niet onkritisch – werken de groepen vol frisse moed door aan hun plannen. Onze werkzaal loopt letterlijk en figuurlijk over van creativiteit. Inktspetters, papiersnippers, stempelkussens, draadconstructies en stapels papier doen je slalommen om je tafel te bereiken. Spijtig dat Frank van den Broek dit niet ziet. Dit is geen kantoor, dit is een geïmplodeerd atelier.

Dag 6 – Groen verboden
De laatste twee avonden moeten de groepjes besteden aan het beantwoorden van een belangrijke vraag: hoe presenteren we het materiaal? Mijn eigen groepje is inmiddels druk aan het tekenen. Op een twee meter lang papier krijgt onze tijdtekening vorm: het is een axonometrie, plankaart, doorsnede en partituur in één. Met vaste hand trekken we fijne zwarte lijnen. De bomen gaan we morgen en overmorgen stempelen: het zijn er honderden. Met de woorden van Marieke Timmermans (hoofd landschapsarchitectuur AvBA) in ons achterhoofd (‘de kleur groen zou uit plankaarten verbannen moeten worden’), en beperkt door het enige op de academie aanwezige stempelkussen, kiezen we voor de kleur rood.

Presentatie van Mathilde Christmann, Emilie Gallier en Yukina Uitenboogaart

Dag 7 – Het narratief als tekening
In ieder groepje wordt iemand aangewezen die het plan zal presenteren. Het presenteren kan worden gezien als het vertellen van een ‘verhaal’. Dit gaan we oefenen, en wel met een vrouwelijke pastoor. Maar mijn gedachten zitten in de tekening en tussen de stempels, niet bij het indalen en het overbrengen van een gevoel. Schoorvoetend schuif ik aan bij de predikante. We spreken over het narratief als een extra tekening, een onderdeel van het plan. Wat vertelt ons plan ons (we sluiten onze ogen en zijn vijf minuten stil), en hoe nemen we ons publiek hierin mee?

Dag 8 – Moment van de waarheid
De gisteren uit gum gesneden stempels moeten nu hun waarde gaan bewijzen. In opperste concentratie beginnen we te stempelen, boom na boom, rij na rij. We mogen niet de tel kwijtraken: de maat van de bomen maakt dat de tekening leesbaar wordt als tijdrepresentatie. Het lukt wonderwel en na twee uur stempelen is de tekening ruim op tijd af. Twee meter trots hangt aan de muur. Om ons heen wordt nog druk geknipt en geplakt, filmpjes gemonteerd en posters opgehangen. De ‘verhalenvertellers’ onder ons hebben nu de taak om het publiek mee te nemen in het ontwerp. Het is fascinerend om te zien wat er in zo’n korte tijd geproduceerd kan worden, hoe uiteenlopend de plannen zijn, en wat voor manieren we hebben ontdekt tijd te representeren. De meest intrigerende presentatie is een boek, dat tactiel is en bewegende onderdelen heeft. Het is een choreografie door een fictief park, gebaseerd op zintuiglijke waarneming. Het groepje draagt het verhaal van het ontwerp voor, slaat de bladzijden langzaam om, filmt en projecteert dit groot op scherm. Feitelijk wordt de tijdtekening, gebundeld in een boek, middels een performance overgebracht op het publiek. En zo komen deze middag een veelvoud aan projecten en methodieken langs, ieder met eigen lagen en eigenzinnige tijdsrepresentaties.

Als de workshop íets duidelijk heeft gemaakt is dat het mogelijk is tijd te vatten in een tekening, of een afgeleide daarvan. De landschapsarchitecten onder ons zijn zich na de workshop nog sterker bewust dat de factor tijd inherent verbonden is met ons vakgebied. En dat dit aspect in de huidige beeldcultuur te weinig aan bod komt. Ik ben benieuwd of wij het, met de kennis en inspiratie die we hier op hebben gedaan, anders gaan doen. Ik durf erin te geloven. Een zin die ik jaren geleden las komt opborrelen: ‘A mind stretched to a new idea never returns to its original dimensions.’