Recensie —

Over de kracht van een dag-plak-boek-werk

Marieke Hillen

Met de presentatie van een dik boek en een solotentoonstelling plaatst Stroom het werk van de Belgisch architect, kunstenaar en visionair Luc Deleu en zijn bureau T.O.P.office in de context van haar eigen continue onderzoek naar de publieke ruimte. In de tentoonstelling staat het meest recente onderzoek van het bureau Orban Space (2006 -) centraal, het boek plaatst veertig jaar werk van Deleu – T.O.P.office in een kunst- en architectuurhistorisch kader. De rijkdom aan ideeën en de gegenereerde beelden fascineren en het werk blijkt keer op keer in staat een verrassend licht te laten schijnen op actuele kwesties.

Het is februari 2011 als Luc Deleu een Knight’s Move lezing bij Stroom geeft. Het is een boeiend optreden, maar aan het einde van de avond blijkt dat de in grote getale aanwezige vakgenoten niet gemakkelijk uit de voeten kunnen met het hermetisch werk van deze kunstenaar/architect/visionair. Wat kunnen zij met diepgravend, studieus werk als Orban Space in hun dagelijkse praktijk? Deleu onthoudt hen – heel terecht – het antwoord op de vraag wat hij met zijn werk wil nalaten en repliceert: “ik ben een architect die niets wil.” Het is wat hem betreft aan de beschouwer om te doen en laten met het werk wat hij wil.

Stroom het Haags kunsten- en architectuurcentrum is al sinds 2009 in gesprek met Deleu. Niet alleen qua DNA – architectuur en beeldende kunst – voelt Stroom zich met hem verwant, ook inhoudelijk raakt het werk aan Strooms eigen continue onderzoek naar de publiek ruimte. Een maand na de lezing organiseert Stroom een internationale masterclass over het werk van Deleu – TOP office. De masterclass waaraan een bont gezelschap van denkers, beeldend kunstenaars, architecten, architectuur- en kunsthistorici deelnam, diende als opmaat voor de tentoonstelling en het boek, die onder supervisie van curator en kunstcriticus Wouter Davidts en architect Stefaan Vervoort zijn samengesteld.

De tentoonstelling en het boek bieden elk op eigen wijze ingangen om het werk van T.O.P. office geconcentreerd te leren kennen en op zijn merites te beoordelen. T.O.P. office en de curatoren stellen in de tentoonstelling het lopend onderzoek Orban Space (2006-) centraal. In dit onderzoek stelt het bureau de implicaties van de immer groeiende wereldbevolking en het daardoor slinkend bruikbaar landoppervlak per aardbewoner aan de orde. Wat betekent dit voor de vormgeving van onze steden en de publiek ruimte? Aan de hand van vijf terugkerende operaties, acties en strategieën die het werk en de praktijk van Deleu – T.O.P. office karakteriseren wordt dit onderzoek gepresenteerd: devices, de heel eigen set hulpmiddelen die het bureau heeft ontwikkeld om haar onderzoek te doen; media, het enorme spectrum aan communicatiemiddelen dat Deleu – T.O.P. office inzet om haar werk publiek te maken; dimensions, steevast hanteert het bureau de maat van de aarde voor haar onderzoek; movements, het bureau stelt in haar plannen het dynamische als mogelijkheid tegenover het statische van de architectuur; en realities, elk plan of ontwerp van het bureau – groot of klein, ludiek of conceptueel – is verankert in de realiteit en draagt bij aan het begrip over ons verblijf op aarde. Door deze ‘manieren’ naast het onderzoek naar Orban Space centraal te stellen, hebben de curatoren speelruimte gecreëerd om het nieuwe materiaal te larderen met minder recente objecten en onderzoeken uit het rijke oeuvre van het bureau. Een gratis verkrijgbaar gidsje biedt de (onwetende) bezoeker daarbij enig houvast. Dat is prettig, want in de tentoonstelling ontbreekt – geheel in geest van Deleu- elke toelichting. Daar is de bezoeker aangewezen op zijn eigen associaties en ideeën; de een schept daar meer plezier in dan de ander.

Pagina’s uit het besproken boek

Waar de tentoonstelling de toeschouwer terugwerpt op zichzelf, lijkt het boek het tegenovergestelde te doen. De publicatie biedt de beschouwer de context die in de tentoonstelling ontbreekt. Ook hier is gekozen voor een thematische indeling – hoewel de samenstellers dit liever een ‘conceptuele topografie’ noemen. De hoofdstukken Architecture, Imitation, Sculpture,, Mobility, Depiction, Scale en Manifesto vormen een kapstok voor de teksten en beeldessays van de deelnemers aan de masterclass. De essayisten hebben de vrije hand gekregen om aan de hand van de conceptuele topografie door het werk van Deleu en zijn praktijk te navigeren. Door hun verschillende perspectieven en achtergronden trekken zij elk op eigen wijze de lezer mee in het denken en de wereld van Deleu. Hoewel de teksten door de redactionele vrijheid inhoudelijk soms overlappen, staat het boek te vol met (nieuwe) inzichten om dit storend te laten zijn. Waar de teksten helpen om het werk van Deleu te begrijpen, zetten de beeldessays aan tot nadere beschouwing van het werk van Deleu. Daarnaast is het werk van T.O.P. office uitgebreid gedocumenteerd, veelal in kleine beelden, maar gelukkig is een flink aantal werken ook groot en in kleur opgenomen. Het levert een heerlijk boek op, waar je eindeloos heen en weer kan bladeren en lezen en dat daarmee ruimte biedt om als lezer op eigen wijze het oeuvre van Deleu te leren kennen.

In gedachten bladerend door het boek en terugdenkend aan de tentoonstelling, duikt één ding telkens op, het plakboek dat Deleu bijhield in de jaren zeventig. In de tentoonstelling is een filmpje te zien waarin Deleu samen met Jef Lambrecht door een volgeplakt boek bladert. Het blijkt een fragment uit Tribune (2009/2010), de film over het plak-dag-boek dat Deleu tussen 1971 en 1978 bijhield. In een Vlaams laconieke conversatie bespreken Deleu en Lambrecht de beelden die zij tegenkomen. Op de laatste bladzijde – de eerste die zij openslaan omdat Lambrecht besluit het boek net als de krant van achter naar voren ‘te lezen’ – heeft Deleu geschreven: “Dit boek werd gemaakt met de idee, het doorbladeren van dit boek ooit te verfilmen en/of op vcr te brengen.” Het blijkt een selffulfilling prophecy die bijna 40 jaar na dato een prachtig document oplevert, waarin de jaren zeventig en de fascinaties van Deleu voelbaar zijn. Fascinaties voor bijvoorbeeld mobiliteit, ruimtevaart of schaal, onderwerpen die nog steeds keer op keer in zijn werk terugkomen.

Hoewel het fragment geen prominente plaats in de tentoonstelling in neemt, vervult het dag-plak-boek wel een sleutelrol voor de verkenning van de aard van Deleu’s werk. Het plakboek verbeeldt de aantrekkingskracht van zijn werk. Deze is tweeërlei: het plakboek is een typisch verschijnsel uit de jaren zeventig, de tijd dat Deleu zijn bureau startte en hoewel zijn werk in 2013 onverminderd actueel is, is Deleu nog altijd een sterke exponent van deze tijd. Tegelijkertijd is het plakboek een bron van ideeën. Het lokt uit tot grasduinen. Een plakboek hoeft niet van het begin tot het einde worden doorgenomen, een plakboek wordt doorgebladerd. Het biedt een blik in de denkwereld van de plakker, maar laat evenwel ruimte voor eigen gedachten bij de beelden. De tentoonstelling en het boek hebben ook deze specifieke dag-plak-boek kwaliteiten en zijn om die reden typisch, welgekozen en welgemaakt om het werk van Luc Deleu – T.O.P. office nader mee te verkennen.