Feature —

Een verkenning van de mogelijkheden in Jakarta

Florian Heinzelmann en Daliana Suryawinata

In 2001 werd de afkorting BRIC gelanceerd, vier jaar later had Goldman Sachs het over de Next Eleven, landen die, samen met de BRIC-landen, de potentie hebben zich te ontwikkelen tot wereldeconomieën. Economische ontwikkelingen en urbanisatie gaan hand in hand gaan. Architecten en stedenbouwkundigen werkzaam of afkomstig uit een van de N-11 landen berichten over hun ervaringen: Florian Heinzelmann en Daliana Suryawinata schrijven over Indonesië.

Zuid Jakarta - foto Shreyans Bhansali
Zuid Jakarta – foto Shreyans Bhansali

SHAU, ons architectenbureau dat gevestigd is in Rotterdam, werkt aan verschillende projecten in Indonesië. Met onze lokale partner Yogi Ferdinand openden we vorig jaar een SHAU kantoor in Jakarta. Vanwege de enorme economische groei is er wereldwijde belangstelling voor Indonesië, met alle ruimtelijke gevolgen van dien. Met name Jakarta staat onder zware druk. Het meest uitdagende probleem waar Jakarta voorstaat, zeker in vergelijking met andere grote stedelijke centra van opkomende economieën of ontwikkelingslanden, zijn de verkeerproblemen als gevolg van het ontbreken van een doeltreffend openbaar vervoersysteem. Daarnaast kampt men met lucht-en waterverontreiniging, én overbevolking ten gevolge van een continue stroom van nieuwe bewoners. Ook heeft Jakarta te maken met inklinkende grond. De gevolgen hiervan zijn vooral tijdens het regenseizoen merkbaar: overstromingen en de Ciliwung rivier die buiten haar oevers treedt. Dat deze problemen nooit adequaat zijn aangepakt wordt veelal toegeschreven aan politiek falen, maar er gloort hoop.

Sinds oktober 2012 heeft Jakarta heeft een nieuwe gouverneur, Jokowi (Joko Widodo). Van hem wordt verwacht dat hij de problemen van Jakarta zal aanpakken, zo niet zal oplossen.
Net zoals bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2008, toen Barack Obama de verkiezingen won, leeft onder de inwoners van Jakarta de hoop dat zaken ten goede zullen veranderen. Jokowi heeft tijdens zijn eerdere burgermeesterschap van Solo (Surakarta), een stad van 600.000 burgers, bewezen dat hij processen in gang kan brengen. In Solo zette hij een programma op om delen langs de rivieroevers waar zich 'wilde' nederzettingen bevonden, te transformeren tot schone, groene strippen. De bewoners van de nederzettingen die door het programma hun woning kwijt raakten, werden geherhuisvest in betaalbare woonprojecten.

Wateroverlast in Jakarta - foto Charles Wiriawan
Wateroverlast in Jakarta – foto Charles Wiriawan

Het is precies dit succes, ondanks dat de schaal van Solo zich niet laat vergelijken met die van Jakarta, dat een inspiratie is voor veel inwoners van Jakarta. Jokowi kreeg onder niet gunstige omstandigheden en niet altijd met instemming van anderen zaken voor elkaar. Daarnaast geldt hij als niet-corrupt (Indonesië staat 118 op de Corruption Perceptions Index 2012 van Transparency Watch). Er zijn echter ook kritische geluiden te horen over de nieuwe gouverneur. Zo schreef Andre Vltchek op zijn blog: "Op dit moment zijn veel inwoners van Jakarta, zo lijkt het in ieder geval, bereid om te geloven in mooie sprookjes. De stad is er zo slecht aan toe, dat de situatie nauwelijks kan verergeren."
Wij vinden het moeilijk om te voorspellen of het nieuwe bestuur van Jakarta haar beloften gaat waarmaken, of dat de pessimistische geluiden toch gelijk gaan krijgen. Maar op dit moment ervaren wij een sterke overtuiging, bereidheid en een optimistische houding dat de huidige situatie zal verbeteren. Dit komt onder meer tot uiting in de mogelijkheden die zich aandienen.  

Een waarschuwing is echter op zijn plaats. Voor een buitenlandse architect is het in Indonesië niet eenvoudig om zijn of haar beroep uit te oefenen. Nog moeilijker, of zelfs onmogelijk is het om als buitenlandse architect een bureau te beginnen omdat volgens de Indonesische wetgeving alleen Indonesiers een klein of middenklein bedrijf mogen opzetten.
Het is mogelijk om een dependance te openen, maar deze 'oplossing' beperkt de zakelijke mogelijkheden drastisch. De enige manier voor een niet-Indonesiër om een bedrijf te starten is de oprichting van een Pt, de Indonesische variant van een naamloos vennootschap. Hiervoor moeten buitenlanders echter hoge investeringen doen. Deze vorm is dus eigenlijk alleen haalbaar voor kapitaalkrachtige architectenbureaus die wereldwijd opereren.
Ook is het moeilijker om gekwalificeerd personeel te vinden omdat veel jonge Indonesische architecten hun eigen bureau beginnen, zelfs nog voordat ze zijn afgestudeerd. Anders dan in Europa is er hier een tekort aan werknemers.  
Voor publieke gebouwen worden prijsvragen en tenders uitgeschreven, deze zijn niet voor architecten naar voor aannemers. Recentelijk zijn er speciaal voor architecten tenders uitgeschreven voor een aantal overheidsopdrachten. Dit zijn zeldzame uitzonderingen en alleen bestemd voor architecten met de Indonesische nationaliteit. Kortom, het is een buitenlandse architect moeilijk een architectenbureau te beginnen. Samenwerking met een Indonesisch architectenbureau is daarom bijna een must.

Kampung - foto Onny Carr
Kampung – foto Onny Carr

De architectuurpraktijk in Indonesië is grotendeels vergelijkbaar met die  in Nederland, maar er zijn natuurlijk verschillen. De architectentitel wordt beschermd door de Indonesische Institute of Architects, maar het werk van de architect heeft een ander juridische status: de architect kan op geen enkele wijze aansprakelijk worden gesteld. De redenatie hierachter is dat een architect zijn werkzaamheden al heeft afgerond op het moment dat de bouw moet beginnen. Dit geeft de aannemer veel macht en maakt het onderhandelingen over een redelijk honorarium moeilijk. Wij willen zelfs zo ver gaan door te stellen dat het in Indonesië veel moeilijker is om een opdrachtgever te overtuigen van de toegevoegde waarde van een architect, dan dit in Europa is. De meeste architecten in Indonesië zijn dan ook veroordeeld tot het maken van tekeningen ten behoeve van de aanvragen voor bouwvergunningen.
Architecten moeten niet raar opkijken als het oorspronkelijke ontwerp soms moeilijk te herkennen is in het gerealiseerde project. Dit doet zich vooral voor bij eenvoudige kleinschalige woningbouwprojecten. Ambtenaren worden omgekocht om een bouwvergunning te verkrijgen voor een ontwerp dat niet voldoet aan de bouwvoorschriften, en vooral die voorschriften die betrekking hebben op het maximale bebouwingsoppervlak en/of de rooilijnen. (Het plan dat ingediend wordt heeft een juridisch bindende status, maar niemand trekt zich iets van aan.)

Als laatste tip: werk aan de juiste connecties. Wij raakten betrokken bij de Indonesische architectuur en stedenbouw tijdens onze werkzaamheden aan de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam van 2009. Sinds die tijd organiseerden wij verschillende evenementen en tentoonstellingen onder meer in het Erasmus Huis, het culturele centrum van de Nederlandse ambassade in Jakarta. Het hebben van contacten in Indonesië en Nederland onder meer via onze voormalige werkgevers en onze opleiding aan het Berlage Instituut, TU Delft en TU Eindhoven, leidde na jaren hard werken van het een tot het andere.
Eind 2012 kregen we de unieke kans om een aantal ontmoetingen te hebben met Jokowi en  de minister van Toerisme en Creatieve Economie Mari Pangestu om te praten over een aantal projecten waaronder een samenwerking tussen SHAU, KRUPUC, de Nationale Universiteit van Singapore, de Why Factory en het Berlage Instituut, die betrekking zal hebben op kampungs (stedelijke dorpen. Daarnaast werken we aan projecten in de publieke ruimte, die in Jakarta nauwelijks bestaat. En zijn we betrokken bij diverse kleinere projecten zoals residentiële projecten voor particuliere opdrachtgevers, maar ook een project 'micro libraries' voor het grootste Indonesische non-profit organisatie Dompet Dhuafa.

v.l.n.r. Florian Heinzelmann, Daliana Suryawinata, Jokowi (gouverneur van Jakarta), Mari Pangestu (minister van Toerisme en Creatieve Economie)
v.l.n.r. Florian Heinzelmann, Daliana Suryawinata, Jokowi (gouverneur van Jakarta), Mari Pangestu (minister van Toerisme en Creatieve Economie)

Het duurt in Indonesië een aantal jaren voordat je als architect een echte opdracht krijgt van een goede opdrachtgever. Vooral in de private sector betekend dit eerst veel trail and error. En als 'idealistische' architect wil je ook geen opdrachtgevers hebben met een 'verkeerde' smaak of die je inbreng niet waarderen. Ondanks de uitdagingen om als buitenlandse architect in Indonesië te werken, vinden wij het zeer spannend en meer dan de moeite waard.  Dat komt vooral omdat we geconfronteerd worden met een zeer dynamische situatie waarin je het gevoel hebt verschil te kunnen maken; kan bijdragen aan een verhoging van de levensstandaard, bijdragen kan leveren op het gebied van duurzaamheid, verbetering van de openbare ruimte, maar ook kunnen deelnemen aan de intellectuele, architectonische cultuur die in sommige kringen zeer levendig is.