Feature —

Van restauratie naar transformatie van monumenten

Lotte Zaaijer

Tot voor kort werd een monument casco gerestaureerd en volgde later de gebruiker. Er was altijd wel een erfgoedliefhebber te vinden die met zijn gezin, kantoor of instelling in een oud pand wilde trekken om de lusten en lasten van een karakteristiek monument te ervaren. Die gebruiker volgt echter niet meer automatisch op een restauratie waardoor het gerestaureerde gebouw leeg komt te staan of tijdelijk wordt bestemd. Restauratie maakt plaats voor transformatie, was de conclusie van het debat ‘Restaureren voor de leegstand?’

Voormalig seinhuis in Roosendaal werd in april verplaatst en wordt binnenkort gerestaureerd. Een nieuwe gebruiker is nog niet bekend - foto: Moons Architecten
Voormalig seinhuis in Roosendaal werd in april verplaatst en wordt binnenkort gerestaureerd. Een nieuwe gebruiker is nog niet bekend – foto: Moons Architecten

Nederland telt 62.000 gebouwde rijksmonumenten en 40.000 gemeentelijke monumenten (circa 1,5 % van alle gebouwen). En die lijst groeit nog steeds, in maart jongstleden zijn er 89 gebouwen uit de periode 1959-1965 voorgedragen als rijksmonument. Tot voor kort werd het verval door weer en wind als grootste bedreiging voor onze rijksmonumenten gezien; de staat van onze rijksmonumenten is door de subsidies en fiscale voordelen voor particuliere monumenten bezitters op dit moment echter goed te noemen.
Nu vormt leegstand de grootste bedreiging. Volgens een verslag van het Nationaal Programma Herbestemming stonden in het voorjaar van 2012, 2 miljoen m2 monumenten, 2 miljoen m2 winkels en 7,5 miljoen m2 kantoren leeg; gemiddeld komt er 1 boerderij per dag, 2 kerken per week en 1 klooster per maand leeg te staan! Naast de economische crisis wordt ontkerkelijking, krimp en internetwinkelen als belangrijke oorzaken van de leegstand genoemd.
Sinds 2011 is daarom een subsidieregeling van kracht voor haalbaarheidsonderzoeken voor herbestemming van monumenten. In de laatste aanvraagronde was er in totaal 6,2 miljoen euro beschikbaar voor 500 projecten. De meeste projecten bevinden zich in de categorieën met de grootste leegstandsproblemen: religieus, industrieel en agrarisch erfgoed.

De schrikbarende leegstandcijfers brengt de erfgoedwereld in beweging. Wat zijn de consequenties van deze veranderende erfgoedwereld voor alle betrokkenen? Het Nationaal Programma Herbestemming organiseerde daarom het debat ‘Restaureren voor de leegstand?’ tijdens De Nederlandse Restauratiebeurs.
Aan het debat gingen drie presentaties vooraf. Volgens Selcuk Akinci, wethouder van gemeente Breda, ligt de verantwoordelijkheid voor het onderhoud en de financiering van monumenten niet langer bij de gemeente, maar bij de eigenaar zelf. In het verleden kwam de gemeente vaak tegemoet aan hoge restauratiekosten, maar dit is door de enorme bezuinigingen niet meer houdbaar. De rek in de boekwaarde moet vaker ter discussie gesteld worden.
Monumenten mogen in geen geval lijden onder leegstand, aldus Marina Moons, Moons architecten. Volgens haar zou een leegstaand monument altijd direct en met simpele oplossingen wind en waterdicht gemaakt moeten worden, niet pas wanneer er een nieuwe eigenaar en financiering voor restauratie in beeld is.
Jaqueline von Santen, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, stelde dat we van een restauratiefilosofie naar een ‘interventie-ethiek’ gaan. Het gaat niet meer alleen om zuivere reconstructie van een bepaalde bouwperiode, maar om het zoeken naar een balans tussen monumentale waarden en gebruikseisen. Wat kan het monument nu voor ons betekenen?

Verkade fabriek in Den Bosch
Verkade fabriek in Den Bosch

Tijdens het debat werd duidelijk dat monumenten meer voor de stad kunnen betekenen, dan alleen een bijzonder object. Loes Veldpaus, onderzoeker TU Eindhoven, gaf aan dat de waardering van monumenten in een breder perspectief geplaatst zou moeten worden. Zit de waarde in het monument zelf, of als onderdeel van een structuur of verhaal van de stad? Het onderscheid tussen monument en niet-monument zou zij willen vervangen door een waardering van de gehele gebouwde omgeving in verschillende ‘levels van waarde’. Deze nieuwe invalshoek vraagt om een meer strategisch erfgoedprogramma vanuit gemeenten. Als succesvolle voorbeelden worden de Verkadefabriek en de Gruyterfabriek in Den Bosch genoemd. Beide hebben het gebied waarin zij liggen opgewaardeerd.

De overheid geeft de zorg voor monumenten steeds meer uit handen. Sterker nog, het Rijk zal de komende jaren honderden monumenten afstoten. In februari gaf minister Blok per brief aan 34 rijksmonumenten met 'slechts' een erfgoedfunctie (o.a. grafmonumenten, ruines, kerken, kastelen en zelfs vesting Naarden) op korte termijn te willen verkopen om ze ‘een nieuwe betekenis in de samenleving geven’. Maar wie zal hier warm voor lopen?
Ook als financierder en opdrachtgever speelt de overheid een steeds kleinere rol. Pieter Siebenga, Nationaal Restauratiefonds, merkt dat de financiering van projecten steeds meer verschuift van subsidies naar laagrentende leningen. Met de laagrentende leningen probeert het Restauratiefonds de drempel voor eigenaren te verlagen, zodat zij hun monument met zorg kunnen onderhouden en eventueel herbestemmen. Aannemer Boudewijn de Bont, merkt dat zijn opdrachtenpakket tot 2010 met name bestond uit restauratie- en sindsdien uit herbestemmingsprojecten. Zijn opdrachtgevers veranderde daarmee van overheid naar private partijen.

Bij het herbestemmingsproces zijn vele partijen betrokken, maar van afstemming is nog onvoldoende sprake. Het debat zelf moest eraan bijdragen om verschillende disciplines met elkaar in gesprek te brengen. In de zaal maakte een monumenteneigenaar duidelijk dat de slechte afstemming tussen partijen het herbestemmingsproces vaak langdurig en onnodig ingewikkeld maakt. Zo moet een eigenaar een plan maken, op pad voor financiering, en vaak ook een bestemmingsplanwijziging realiseren. De instanties verwijzen naar elkaar, maar werken niet samen. Met een integrale benadering moet dat toch beter kunnen.
Om monumenten in ons land te verduurzamen moet restauratie plaatsmaken voor transformatie, hierover waren alle deelnemers aan het debat het eens. Voor erfgoedzorgers is dat nogal een stap. Het betekent dat niet de zuivere reconstructie en conservatie van het monument, maar de gebruikswaarde voorop komt te staan. Maar zoals Von Santen aangeeft dient hier wel een balans in gevonden worden of in de woorden van Moons: “Focus op de bijzondere kwaliteiten van je monument en plooi je naar de beperkingen ervan: trek liever een dikke trui aan dan kozijnen aan te tasten ten behoeve van dubbel glas.”