Nieuws —

Archiprix 2013: Beleefde Ruimte en Architectuur

Floor Frings

Het afstudeerproject van Floor Frings zoekt een antwoord op de vraag op welke wijze de abstractheid van het huidige gedigitaliseerde ontwerpproces van invloed is op de beleving van het architectonisch ontwerp. In twee experimenten is op ware schaal de lichamelijke ervaring van een ruimte onderzocht.

De computer geeft toegang tot een ongekende hoeveelheid informatie en maakt compleet nieuwe vormen van representatie mogelijk. Gefaciliteerd door de opkomst van de computer veranderen de architectonische ontwerpmodellen. Ontwerpideeën worden onderzocht en uitgewerkt met behulp van computerprogramma’s. Zo kunnen bijvoorbeeld scripts de basis vormen voor een ruimtelijk ontwerp. De computer is met al zijn mogelijkheden een ongekende verrijking, maar behelst deze verrijking niet tevens een verarming?

In het afstudeerwerk Beleefde ruimte en architectuur is gekeken naar hoe de technologisch gegenereerde beelden en informatie ingezet kunnen worden in het belang van de architectuur. De achterliggende vraag is of, en zo ja hoe, de lichaamloosheid van het technologisch idioom invloed heeft op het architectonisch ontwerpproces en de keuzes die daaruit voortvloeien. Het bredere kader waarbinnen dit afstudeerwerk kan worden gezien is de onderlinge relatie tussen het lichaam en het denken, en de mogelijke consequenties van die relatie voor architectuur.
Om een mogelijke afvlakking van de architectonische kwaliteit te voorkomen door de opkomst van het technologisch idioom, is de discrepantie tussen het lichaam en de lichaamloosheid van computers cruciaal. Vanuit een opgesteld theoretisch kader zijn twee experiment uitgevoerd. Het ene experiment is op zoek gegaan naar een mogelijke verrijking voor architectuur door de technologisch gegenereerde beelden en informatie, het ander onderzocht een mogelijke verarming.

Om de verarming en de verrijking van het technologisch idioom voor architectuur te onderzoeken, is een vergelijking met een belichaamde ervaring onontbeerlijk. Een maquette op een verkleinende schaal zou hiervoor nooit helemaal volstaan. De leegstaande Schellensfabriek in Eindhoven is daarom als onderzoeksmaquette schaal 1:1 gebruikt. In deze fabriek zijn de twee experimenten uitgevoerd.
Het eerste experiment onderzoekt de verrijking van het technologisch idioom. Een ruimte in de Schellensfabriek is langdurig gefilmd en vervolgens geanalyseerd aan de hand van de videobeelden. Het technologisch idioom heeft de mogelijkheid om een veelstemmigheid, een polyfonie, aan de beelden en informatie te geven van een ruimte, waarbij elke partij zelfstandig wordt benaderd. Vanuit de polyfonie van de video kan intelligentie worden opgebouwd over ruimte. De analysefilm van de ‘Onomatopee- ruimte’ in de Schellensfabriek schetst bijvoorbeeld hoe licht ruimte kan laten stromen en de sequentie in een ruimte kan sturen.

Het tweede experiment bestaat uit een karton-installatie en gaat in op de mogelijke verarming veroorzaakt door het technologisch idioom. Aan architecten en architectuurstudenten zijn filmpjes, foto’s en driedimensionale computermodellen getoond van het ontwerp van een kartonnen-ruimte. In de eerste fase van het experiment werd de mening over het ontwerp achterhaald aan de hand van deze beelden. De deelnemers moesten daarvoor een vragenlijst invullen. Voor de tweede fase van het experiment is in de Schellensfabriek de karton-installatie 1:1 gebouwd. Dezelfde mensen werden nu uitgenodigd om daadwerkelijk door het kartonnen bouwwerk te lopen. Daarna moesten ze wederom dezelfde vragenlijst invullen. Tussen de antwoorden van de twee vragenlijsten traden opmerkelijke verschillen op. De zaken in de ervaring van een ruimte zijn voor een groot deel zoals je ze zou verwachten, maar in de lichamelijke ervaring zijn ze veel rijker in hun specificiteit.
De kern van de dreigende verarming van architectuur als gevolg van de opkomst van het technologisch idioom,ligt in de specificiteit van het lichaam in de ervaring van ruimte. De dreigende verarming komt tot uiting in de materialisatie. Materiaal heeft een grote invloed op de details en in die zin op de specifieke lichamelijke beleving van ruimte. Met een computer kun je de meest perfecte ontwerpen maken, maar het is de weerbarstigheid van het materiaal waardoor architectuur gaat leven. In dit gebied tussen de perfectie van de computer en de imperfectie van de gebouwde werkelijkheid, krijgt materiaal haar betekenis.

De uitkomsten van het onderzoek zijn vertaald in een architectonisch ontwerp voor werkplekken in combinatie met een restaurant in de leegstaande Schellensfabriek. De onderzoeksresultaten hebben hun weerslag in de architectuur gevonden in de schoonheid van de vergankelijkheid, de materialiteit en in de wijze waarop de perfectie van het technologisch idioom en de imperfectie van de gebouwde werkelijkheid naast elkaar tot uiting komen.

naam
Floor Frings
e-mail
website

opleiding / studierichting
TU Eindhoven / architectuur

mentoren
Bauke de Vries, Maarten Willems, Jacob Voorthuis

wanneer begonnen met afstuderen
februari 2011

wanneer klaar
maart 2012

favoriete ontwerpers
Caruso St John

favoriete project

wat doe je nu
architect bij Open Architecture Office