Nieuws —

Archiprix 2013 Ecologisch-productieve infrastructuren van de Port Authority Bus Terminal New York City

Noémie Benoit

In samenwerking met Archiprix publiceert ArchiNed de afstudeerprojecten die door de Nederlandse ontwerpopleidingen zijn geselecteerd voor Archiprix 2013. Noémie Benoit (TU Delft architectuur) studeerde af op een een infrastructuur die zowel functioneert als busterminal en tevens als waterfiltratiesysteem.

Het ontwerp bestaat uit een combinatie van een busterminal en een waterfiltratiesysteem. Beide functies zijn verticaal georganiseerd in een infrastructuur waar de bezoekers zich bewegen tussen stromen van bussen en water. Het is de bedoeling om de bezoekers fysiek te betrekken bij de ecologische processen. Het water kan op zijn tocht langs de verschillende verdiepingen volgens een natuurlijk proces van sedimentatie en infiltratie gereinigd worden.

Elke verdieping heeft een eigen ecosysteem. De busbaan is geconstrueerd als een dubbele helix van Cobiax lichtbeton. Het waterbeheersysteem is gepositioneerd in een boomvormige stalen gaasconstructie rondom de busterminal. De schil wordt gemodelleerd naar de stedelijke context en het zonlicht. Mensen beklimmen de infrastructuur zowel via de verticale kernen als via hellingbanen. Het verschil in levensduur van elke structuur maakt het mogelijk om het complex in de loop van de tijd aan te passen en er andere functies te huisvesten.

De busterminal van de Port Authority of NYC is een plek die niet te stoppen is. Het gebouw en het gebruik ervan zetten scenario’s in werking voor toe-eigening en kolonisatie door mensen, flora en fauna.
Aan het begin van dit project was ik gefascineerd door de huidige bedreiging van de biodiversiteit. Ik stelde me de vraag hoe ik als ontwerper hier invloed op zou kunnen uitoefenen. Het bewustzijn van de mensen voor het feit dat ecosystemen worden aangetast door onze manier van consumeren is noodzakelijk om het probleem te kunnen aanpakken. De scheiding tussen mens en natuur is medeverantwoordelijk voor het gebrek aan besef van dit feit. Om de mensen weer bewust te maken van de waarde van het ecosysteem zou de mens op het raakvlak tussen biosfeer en technosfeer binnen de natuurlijke omgeving gepositioneerd moeten worden.

Daar zie ik veelbelovende mogelijkheden voor nieuwe productieve en actieve raakvlakken tussen mens en natuur die ik met mijn plan wil benutten. De mechanismen van biodiversiteit heb ik vertaald naar vier leidende ontwerpprincipes: morfologische diversiteit, ecologie gerelateerd aan schaal, de vervlechting van stedelijke en natuurlijke ecosystemen en tenslotte de focus op grens-denken. Deze principes vormen de leidraad voor het ontwerpexperiment om de biodiversiteit te vergroten in de meest verstedelijkte gebieden.

Stedelijke ecosystemen worden steeds kwetsbaarder door de onder invloed van de klimaatverandering toegenomen risico’s van overstromingen, hitte-eiland effecten, luchtvervuiling en waterschaarste. Hoewel steden natuurlijke landschappen hebben vervangen door deze te bedekken met bouwwerken, bieden ze een fysieke setting die de potentie heeft zowel planten als dierlijke soorten een goede biotoop te bieden. De stedelijke infrastructuren vormen de typologie met de grootste potentie.

In New York City, een van de meest extreme stedelijke ecosystemen vormt het terrein van de Port Authority Bus Terminal, het grootste infrastructurele gebied van de stad, gelegen op nog geen 100 meter van Times Square. Het is een toegangspoort tot de stad voor een grote diversiteit aan mensen, van kantoormedewerkers en lokale werklieden tot inwoners en toeristen. Drie stedelijke weefsels komen er samen: buurtgemeenschappen, kantoren & wolkenkrabbers en industrie. De betonnen structuur in de vorm van een octopus is het resultaat van een opeenstapeling van ingrepen sinds 1950 om het complex productiever te maken.

Ik stel een ‘wetland’ model voor dat water op een natuurlijke manier absorbeert, vasthoudt en behandelt. Om overstromingsgebieden te beschermen op metropolitane schaal stelt de ontwerpstrategie decentrale ecologische waterbehandelingseenheden voor. Op de schaal van het district worden drie niveaus van porositeit gerealiseerd. Het stedelijke wetland binnen de buurt verkent vier typologieën van productieve landschappen waarin natuur en mensen samenwonen: stedelijke heuvels, het stedelijk park, een stedelijke jungle en de verticale busterminal. Elk van deze typologieën kent een speciaal ecologisch watermanagementsysteem met verschillende groottes van territoria en verbindingen die de ecologie van schaal omvat: meren, vijvers of doorgangen, terrassen en kanalen of aaneengesloten bassins.

Vergroting van de biodiversiteit betekent de vermindering van risico´s. Dat zal stakeholders interesseren en hun bereidheid het project te financieren en te ondersteunen vergroten. Het plan wordt gepresenteerd in de vorm van diensten die specifiek zijn toegespitst op elke stakeholder. Het business model van dit geïntegreerde systematische model legt uit hoe publiek-private samenwerkingen kunnen helpen bij het bouwen van relaties die waarde creëren voor zowel steden als aanbieders van oplossingen. Het wetland is een geïntegreerde ontwerpstrategie die de stad veerkracht geeft door bedreigingen het hoofd te bieden met natuurlijke ecologische mechanismen. De algemene benadering van flora en fauna in het ontwerpproces houdt in dat er ruimte gereserveerd moet worden voor complexe natuurlijke dynamiek. De ontwerper moet dus de beste 'lege doos' ontwerpen waar natuurlijke dynamiek zich kan ontwikkelen.

naam
Noémie Benoit
e-mail
website

opleiding / studierichting
TU Delft / architectuur

mentoren
Robert Nottrot, Jan van de Voort, Taeke de Jong, Patrick Leitner

wanneer begonnen met afstuderen
september 2010

wanneer klaar
oktober 2011

favoriete ontwerpers
Hundertwasser + BIG + 2:PM architectes

favoriete project
Le miroir d'eau in Bordeaux van Michel Corajoud

wat doe je nu
Expert consultant in integrated sustainability (from business models to design solutions) + phD candidate at DRIFT (Dutch Research Institute for Transitions)