Recensie —

Elke generatie zijn nieuwe generatie

JaapJan Berg

Onder grote belangstelling werd onlangs in Pakhuis De Zwijger het boek ‘Rectivate!’ Vernieuwers van de Nederlandse architectuur gepresenteerd. De presentatie werd begeleid door een programma waarbij zowel de in het boek geëtaleerde architecten, als de bedachte, verbindende en onderscheidende kenmerken van deze groep jonge ontwerpers verder werden toegelicht. En dat was best een tour want het boek van Indira van ’t Klooster brengt maar liefst zesenveertig bureaus samen, gerangschikt in negen ‘nieuwe’ werk- of denkwijzen.

pagina's uit de publicatie
pagina’s uit de publicatie

Om te beginnen bij het grootste winstpunt van de avond: op geen enkele moment ontstond tijdens het programma het gevoel dat de architecten verenigd onder de zwart/roze banier van ‘Reactivate!’ zich erg beperkt of beknot voelden door de gekozen indeling en rubricering van het boek of door de wat dwingende opzet van de avond. Vooral de inleidende ‘pitches’ van maar drie (streng geklokte) minuten en de terugkoppeling van (langere) parallelsessies aan het eind van de avond in enkele zinnen gaven daar namelijk wel wat aanleiding toe. De architecten waren daarentegen juist geneigd en welwillend bereid tot aanvullingen, aanscherpingen en ook wel relativeringen. Dat waren ze natuurlijk ook wel aan hun stand verplicht. De meeste van de hier geëtaleerde architecten zijn, net als veel andere aanwezigen in De Zwijger, erg druk bezig met zichzelf en de wereld te overtuigen van hun vernieuwende, gewijzigde en ambitieuze plannen en aanpak. Een te kritische of zelfs lusteloze indruk zou niet echt passen bij deze wereld-verbeterende of, tenminste, -veranderende intenties. Bovendien verkeerden de geselecteerde bureaus in de prettige roes tot ‘De Uitverkorenen’ te behoren. Waar andere, vergelijkbare bureaus, in het wat subjectief getinte selectieproces buiten de boot vielen, kregen zij met het verschijnen van de publicatie immers zomaar het etiket ‘vernieuwers van de Nederlandse architectuur’ opgeplakt. Geen architect die zich deze status en gratis pr niet laat welgevallen. De kans om te profileren en presenteren laat geen enkel bureau zich in deze tijden natuurlijk ontzeggen. Ook al waren gedurende de avond hier en daar wel wat sporadische geluiden te horen die er op duidden dat sommigen ook wel, of meer, in een ander hoofdstuk of categorie gerangschikt hadden willen worden. Maar het waren nuances die door een voelbare combinatie van enthousiasme en opportunisme werden overstemd.

pagina's uit de publicatie
pagina’s uit de publicatie

Ook los van het huidige tijdsgewricht en de situatie in het vakgebied is de bereidwilligheid en toewijding om geselecteerd én verklaard worden niet vreemd. Van de kans om aan het begin van je carrière geduid te worden en dus mogelijk betekenisvol te zijn gaat immers een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Wat dat betreft past ‘Reactivate!’ in een langere traditie aan vergelijkbare exercities om selecties te maken die een bepaalde groep personen of hun profiel doet uitstijgen boven een grote, lastig definieerbare massa. Zeker als die massa een dynamisch en veranderlijk karakter heeft, zoals nu het geval is met het architectonische vakgebied. Die behoefte tot duiding, en daarmee duidelijkheid, leeft overigens niet alleen onder de te selecteren personen maar ook, bijvoorbeeld, onder mogelijke klanten van een geselecteerde groep. Die drang of vraag naar onderscheiding is dus van alle tijden en leeftijden, maar krijgt nog een extra dimensie wanneer het gecombineerd wordt met de toevoeging als ‘jong’, ‘veelbelovend’, nieuwe generatie’ en dus ook ‘vernieuwend’. ‘Reactivate!’ is daarmee een opvolger of equivalent van andere en eerdere pogingen om een nieuwe generatie aan te wijzen en te duiden. Pogingen die, afhankelijk van de insteek en samenstellers, qua opzet en toonzetting komen in alle vormen en maten, variërend van verhelderend tot ronduit hijgerig.
In het boek van Van ’t Klooster zelf wordt de publicatie SuperDutch (2000) van Bart Lootsma  aangehaald. Maar er zijn meer voorbeelden die te binnen schieten van boeken (en documentaires) over het vakgebied waar een zelfde ambitie aan ten grondslag lag. Wie herinnert zich bijvoorbeeld nog ‘Nine plus One’ (NAi, 1997), ‘Groepsportretten van jonge architecten’ (Stimuleringsfonds voor Architectuur, 1998, 2000 en 2004)? Of eerder, de documentaire ‘De Kans te Bouwen’ (VPRO, 1985) van Rob Klaasman en Maarten Kloos waarin de toenmalige youngsters Jan Benthem, Jo Coenen, Frits van Dongen en Francine Houben de show stalen? Van recenter datum, en waar in ‘Reactivate!’ vreemd genoeg niet aan wordt gerefereerd, is ‘Architectuur als Noodzaak’ dat in 2009 als NAi-tentoonstelling de wereld rondreisde en ook Rotterdam aandeed. Temeer omdat daar een zelfde ambitie en opzet herkenbaar zijn. Een aantal bureaus, zoals Doepel Strijkers, NEXT, Powerhouse Company, Studio Anne Holtrop en ZUS prijst zichzelf gelukkig met vermeldingen op beide lijstjes. Blijvend vernieuwend en belangrijk voor de toekomst, het kan niet beter. Zo lijkt het.

pagina's uit de publicatie
pagina’s uit de publicatie

Maar de schijn bedriegt, en hier sluipt een licht twijfel in de opzet en timing van ‘Reactivate!’. (Het boek en de avond markeerden, volgens de samenstelster, ook het begin van een langere ontwikkeling waarbij reactiverende tentoonstellingen, vervolgdebatten en presentaties op de agenda staan.) Met de poging tot nadrukkelijke branding van een nieuwe generatie én het accentueren van nieuwe werkwijzen creëert het boek ook een kunstmatige scheiding tussen jonge en al wat langer bestaande bureaus. Bureaus die niet zelden op een zelfde wijze met zelfde opgaven bezig zijn. Zo creëert ‘Reactivate!’ ook een scheiding tussen bureaus en de opgaven. De indruk wordt gewekt dat het alleen aan jonge bureaus is voorbehouden om zich met actuele opgaven en de verandering van het vakgebied bezig te houden. In het genoemde ‘Architectuur als noodzaak’ wordt die scheiding vermeden door zowel jonge als ‘oude’ bureaus te koppelen aan urgente opgaven. Daarmee ligt het accent daar vanzelf niet meer op het jonge karakter van de selectie ontwerpers, maar meer op de opgaven.
Die focus van Reactivate! op vermeende vernieuwers roept dus wat kanttekeningen op. In de eerste plaats is een belangrijk deel van de bureaus die is geselecteerd voor ‘Reactivate!’ onherroepelijk verbonden aan de economische crisis. Bij die constatering hoeft Van ’t Klooster echt geen vertoog met referenties naar Fukuyama, Florida en Sloterdijk te geven. Dat zijn hooguit middelen om geesten rijp te maken en de constructie en afbakening van een bepaalde groep, die eigenlijk geen groep is, te legitimeren en te onderbouwen.
Daarbij is hun bestaan en opereren, althans voor een deel van de bureaus, ook te nadrukkelijk verbonden met een ongewone en afwijkende fase van onze economie en maatschappij: ook wel bekend als crisis. Anders gesteld, bij veel van de geuite en beleden intenties en idealen blijft de vraag zeuren wat men gaat doen als de ‘markt weer aantrekt’. Het veel gehoorde mantra dat alles aan het veranderen is en dat we niet meer moeten hopen op een terugkeer van oude tijden maakt het knagende gevoel er niet minder op. Want veel van de jonge bureaus in ‘Reactivate!’, maar ook daarbuiten, moeten het op dit moment hebben van opportunisme, onderscheiden door veranderen, multidisciplinair werken én het formuleren van nieuwe denkwijzen. Simpelweg omdat hen vaak niet anders rest. Natuurlijk is die actieve, positieve en soms wat idealistische houding te prijzen boven een terugval in, bijvoorbeeld, onschuldige papieren architectuur. De actieve zoektocht naar (nieuwe) samenwerkingsverbanden, de voortdurende relativering van het eigen vak en het kwijtraken van het stigma van ‘De Architect’ zijn natuurlijk positieve symptomen. Laat daar geen twijfel over bestaan. Maar al die elementen zijn ook nog nadrukkelijk in ontwikkeling en in veel gevallen daarmee wellicht ook nog wat prematuur.
Of Reactivate! daarmee ook te vroeg ‘geboren’ is voor een uitgebalanceerde duiding laat ik hier even in het midden. Maar door de nadruk op de bureaus en ontwerpers en de branding van een nieuwe generatie vernieuwers ontstaat een lichte bijsmaak. Die wordt ook gevoed door de wetenschap dat vergelijkbare exercities zoals ‘Nine plus One’ of ‘De Kans te Bouwen’ stuk voor stuk vehikels zijn gebleken die de daarin gepresenteerde ontwerpers een enorme boost in hun carrière hebben gegeven. En ook daar is natuurlijk ook weer niets mis mee maar Van ’t Klooster lijkt met Reactivate! soms toch nog wat meer te willen pretenderen. Zoals blijkt uit haar formuleringen van een groep vernieuwende architecten die ‘zoeken naar alternatieven voor de icoonarchitectuur die heeft afgedaan’, die ‘reageren op vragen van de maatschappij’ en ‘oplossingen zoekt die groter zijn dan zijzelf’. Echter ontdaan van die wat zware lading rest een groep bureaus die zich kenmerkt en onderscheidt door hun algemeen zoekende, slimme en ondernemende inslag. Het zijn eigenlijk gewoon jonge bureaus met veel kenmerken die jonge bureaus altijd hebben. Het is een nieuwe generatie die in elke generatie schuilt.

pagina's uit de publicatie
pagina’s uit de publicatie

Illustratief waren in dit opzicht ook het regelmatig gebezigde ondernemersjargon (‘niet afwachten tot er niemand komt’), en de vooral door anderen gewenste (her-) profilering van de architect als ondernemer die gedurende de avond in De Zwijger klonken. De ‘vernieuwers van de Nederlandse architectuur’ zijn ambitieus en op zoek naar nieuwe kansen, nieuwe opdrachten en nieuwe klanten. Net als gewone ondernemers, eigenlijk. Ze bevinden zich nog wel in de fase waarin, bij wijze van spreken, ondernemingsplannen worden geformuleerd. Zo bezien waren de korte ‘pitches’ aan het begin van de avond, waarin de architecten zichzelf en hun thema mochten verkopen, misschien nog wel het meest symbolische element voor de status en het groeipotentieel van deze actieve architecten. Of zoals Nanne de Ru het in zijn afsluitende column treffend verwoordde: ‘Als we iets anders willen zullen we het moeten maken.’