Opinie —

Oproep aan jonge ontwerpers: Reveil!

Frederik Pöll

Waren prijsvragen eens een middel voor architecten om een opdracht te verwerven, tegenwoordig worden ze door opdrachtgevers steeds vaker ingezet om ideeën gratis te oogsten, waarbij de architect zelfs als hij/zij wint met lege handen achter blijft. Frederik Pöll roept op tot een boycot.

Giant inflatable fist van Anetta Mona Chişa & Lucia Tkáčová, Waterside Contemporary, Londen
Giant inflatable fist van Anetta Mona Chişa & Lucia Tkáčová, Waterside Contemporary, Londen

Op 22 en 23 juni is het zover: de Dag van de Architectuur. Het thema van dit jaar is 24 UUR Architectuur. Centraal staan de gebouwen waar altijd leven is, die 24 uur per dag in bedrijf zijn. Om de dag te ‘vieren’ zijn er voor ontwerpers diverse prijsvragen in het land uitgeschreven. Op zich is zo’n prijsvraag een goed initiatief, toch?
Prijsvragen zorgen ervoor dat je jezelf als jonge ontwerper kan positioneren, jezelf verder kan ontwikkelen en de creativiteit kan laten bloeien met als doel een opdracht binnen te halen en te realiseren. In principe ben ik dan ook niet tegen prijsvragen, mits er een reële vergoeding in relatie tot de inspanning tegenover staat en er een vervolgopdracht met realisatie uit kan voortvloeien. Dat er gestreden moet worden voor een opdracht is prima. Dat je daarin investeert is onderdeel van het ondernemerschap.

Ook ik neem als jonge architect deel aan prijsvragen. Het bedenken van een sterk concept en dit zo helder en visueel aantrekkelijk mogelijk te presenteren staat centraal binnen de architectuuropleidingen. Het is daarom niet vreemd dat jonge ontwerpers als ik zich als een vis in het water voelen wanneer het gaat om het deelnemen aan prijsvragen. Het is echter de verkeerde ingeslagen weg om als bureau je brood ermee te willen verdienen.
Deelname vraagt om een zeer grote inspanning en de kans om te winnen is klein door het grote deelnemersveld. Maar dat is niet het grootste probleem. Helaas zie je tegenwoordig steeds vaker dat prijsvragen louter uitgeschreven worden om ideeën te verzamelen. Het idee is het eindresultaat en zal overduidelijk niet tot een gebouw leiden. Vernieuwende inzichten over hoe je een vraag op andere manier kan beschouwen komt voort uit geestelijke inspiratie, een creatie, en moet daarom als waardevol behandeld worden. Ik ben in korte tijd zeer kritisch geworden over de meeste prijsvragen die uitgeschreven worden. Ik zal een actueel voorbeeld geven.

Het Havenbedrijf Rotterdam interpreteert het thema van de Dag van de Architectuur van dit jaar op zijn eigen manier. Het Havenbedrijf ziet het thema liever als 24 uur waarin zij architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten aan het werk zet. Voor de Dag van de Architectuur heeft het Havenbedrijf een ontwerpmarathon uitgeschreven; 27 uur lang, zonder slaap (dat wordt door het Havenbedrijf geadviseerd) in teamverband aan een opgave werken. De ‘worst’: €800,- voor het winnende team en het mogen geven van een presentatie. Ontwerpers onder de 35 zijn in het bijzonder uitgenodigd om deel te nemen. De inschrijving kost €25,- per persoon. Daar krijg je gelukkig wel wat te eten en te drinken voor. Het maximaal aantal teams is tien en het aantal deelnemers per team moet tussen de drie en vijf liggen.
Als we uitgaan van gemiddeld 4 personen per team is de oogst €700,- (€800,- min de €100,- aan inschrijfgeld). Als je wint! Gedeeld door vier is dat €175,- per persoon. Daarvoor moet je 27 uur voor het Havenbedrijf aan de slag. Dat betekent een uurloon van €6,48. Als je wint! En niet eens voor een normale werkdag. Nee, je werkt van vrijdagmiddag 13.00 uur tot zaterdagmiddag 16.00 uur, de hele nacht door. De overige negen teams gaan trouwens met niets naar huis. Zij hebben hun kennis, kunde en evocatie gratis aan niet de minste marktpartij van Rotterdam gegeven. Als je het breder trekt, wordt het helemaal te gek. Veertig professionals die 1080 manuren verzetten en €1000,- inleggen! Voor wat? Om een keer een presentatie te mogen geven. En dat nog eens onbetaald. Moet je eens vier academisch geschoolde professionals uit een andere sector vragen om een presentatie te komen geven waar ze hun kennis delen, weet je wat dat kost voor een ochtend?

De ontwikkeling dat we voor niets de beste ideeën weggeven is zorgwekkend. Het is een hellend vlak en een richting waar wij niet aan toe moeten geven! Het enige wat wij hier als jonge ontwerpers tegen kunnen doen, is het boycotten van zulke prijsvragen en ons ongenoegen van de daken schreeuwen door het publiek te maken. Maar goed, er zullen wel weer genoeg architecten en andere ontwerpers zijn, die zeggen: ‘anders doet een ander het’, ‘het is toch een mooie kans’ en ‘het is goed voor je netwerk’. Onzin, dit moet stoppen! De Dag van de Architectuur, ooit in het leven geroepen met als doel het onder de aandacht brengen van architectuur aan een zo groot mogelijk publiek, wordt misbruikt en leidt tot een uitverkoop van onszelf en een uitholling van het vak. Het Havenbedrijf heeft ondertussen de doelgroep uitgebreid en de inschrijfdatum verlengd. Ze lonken nu ook naar civiel technici, en mensen met specifieke kennis uit andere hoeken zoals visualisatie, kunstacademie of verkeersontwerp.

Als je weigert aan dit soort vernederende exercities deel te nemen, wat moet je als jonge ontwerper dan doen om jezelf te onderscheiden en geld te verdienen? Onlangs las ik het stuk ‘Saga van de ondernemende architect’, geschreven door Harm Tilman, de hoofdredacteur van de Architect. In het online gepubliceerde stuk staat: “Prijsvragen kosten de branche jaarlijks miljoenen en impliceren een structurele verzwakking.” In hetzelfde stuk staat gelukkig de oplossing voor de jonge architect: we moeten van dienstverlenend naar ondernemend. Architecten zouden volgens Tilman een soort projectontwikkelaar moeten worden door zelf geld te investeren in de daadwerkelijke realisatie van zijn of haar project. “De sterke kant van dit model is dat de architect geen kostenpost meer is waarop moet worden bezuinigd, maar kan gaan delen in de winst die met een project wordt geboekt. […] Hij of zij wordt niet meer betaald op het moment dat hij zijn diensten verleent, maar op het moment dat hij waarde toevoegt.”
Wanneer wij waarde toevoegen? Wie bepaalt dat dan? Wat zijn daarvoor de criteria? En doen wij dat niet al wanneer we dienstverlenend zijn? Deze redenering volgt precies waar opdrachtgevers ons willen hebben. Zoveel mogelijk ideeën en/of diensten voor zo weinig mogelijk geld én ook nog een financieel risico dragen voor processen waar je als architect niet tot nauwelijks vat op hebt. Verder staat er in het artikel: “Dit model zal vooral jonge architecten aanspreken. Voor de al gevestigde bureaus is het lastiger. Omdat betaling pas later in het proces plaatsvindt, zullen zij een periode van 3-5 jaar moeten zien te overbruggen.” aldus Tilman. Maar hoe overbruggen de jonge architecten die 3-5 jaar dan? En waar halen zij het geld vandaan nu de banken de hand op de knip houden? Tilman antwoordt: “Voor de financiering moet je nu dus andere wegen bewandelen en dat zal niet iedereen liggen”. Crowdfunding zeker?

Architecten lijken de weg kwijt te zijn. In plaats van dat we ons op het vak richten en daarvoor een goede vergoeding vragen, laten we ons manipuleren en in allerlei hoeken duwen. Het is de hoogste tijd voor een Reveil van het vak van de architect!