Recensie —

Beelden op de Berg X

Ton Verstegen

Herbaria en Arboreta waren vanaf het ontstaan van universiteiten bij uitstek de plekken waar onderzoek, verzameldrang, educatie en expositie samenkwamen. Hieraan kwam door digitalisering van het materiaal en het verplaatsen van instituten naar de rand van de stad een einde. De tentoonstelling (Re)Source over authenticiteit en manipulatie in Wageningen georganiseerd door Beelden op de Berg, doet oude tijden herleven.

(Re)Source Barbara Visser, Herbarium 2013, Courtesy Annet Gelink Gallery

Ook in Wageningen vond men het herbarium en de arboreta niet meer tot de kerntaken van de universiteit behoren. De onderzoeksinstituten op de Wageningse Berg verhuisden naar de campus aan de uitvalsweg naar de A12. De twee arboreta op de Berg met hun rijke collectie bomen, struiken en planten zijn verkocht aan respectievelijk Beeldengalerij Het Depot en Het Geldersch Landschap. Het Herbarium Vadense, nu nog gehuisvest in een pand aan de Arboretumlaan, zal eind 2013 verhuizen naar het Nationaal Herbarium in Leiden. Aan het fysiek verzamelen en beheren komt in Wageningen een einde.

De verdwijning van de Landbouwhogeschool – tegenwoordig WUR – van de Wageningse Berg heeft echter niet geleid tot verdwijning uit de nieuwe editie van Beelden op de Berg, een kunstmanifestatie die vanaf 1976 met een zekere regelmaat wordt gehouden. Integendeel, de WUR is meer aanwezig dan ooit. En het komt in deze editie niet van een kant: kunstenaars en onderzoekers zochten elkaar op voor samenwerking en uitwisseling. Dit alleen al maakt deze tiende editie met als thema (Re)Source over authenticiteit en manipulatie tot een uniek gebeuren.
Dat wil niet zeggen dat kunst en wetenschap samenvallen. Dat blijkt al uit de verschillen in naamgeving. De WUR kent een voor studenten en medewerkers bestemde site Resource. Maar dat klinkt net anders dan het (Re)Source van de beeldententoonstelling. Het is een kwestie van accent. Zo staat op de WUR-site het artikel Het geheugen van zand. Onderzoeker Jakob Wallinga vertelt hoe hij aan de hand van lichtdatering de geschiedenis van een landschap ‘leest’ in een zandkorrel. Atelier NL doet in zijn bijdrage aan (Re)Source verslag van een ‘zandreis’ door Europa. Het is een kritische reflectie op het gegeven dat tegenwoordig in het eindproduct glas niets van de herkomst van de grondstof is terug te vinden.

Een kritische houding is niet alleen voorbehouden aan de beeldende kunst. Een ander artikel op de site Resource heeft als kop: Herbariumplant geeft geheimen prijs. “Voor het eerst is het complete genetisch materiaal van een gedroogde plant opgehelderd”. Docent  Biosystematiek Freek Bakker zegt in het artikel: “We moeten dan ook stoppen herbaria te zien als stoffige verzamelingen. Het zijn schatkamers van informatie.” Maar je moet er straks wel voor naar Leiden, hoor je Bakker denken.

Cosmopolitan Chickenproject, Koen Vanmechelen – foto Johannes van Assem

Kunst en wetenschap komen elkaar tegen, ergens tussen Berg en Campus. Op zoek naar de bron of juist er vandaan. Koen Vanmechelen kruist al jaren kippenrassen van over de hele wereld op zoek naar de kosmopolitische kip. Weg dus van de oerkip, de Red Jungle Fowl. Een paartje van de oerkip stelt hij tentoon in park Belmonte, levend weliswaar, maar in een kooi als in een museum, niet in staat in de vrije natuur te overleven. Terug naar de bron zou de dood in de pot zijn. Maar terug naar de (vermeende) bron kan ook nieuwe energie opwekken. De titel (Re)Source wekt althans die suggestie, ofschoon door de samenstellers angstvallig het Belgicisme herbronnen wordt vermeden. Begrijpelijk, want het roept herinneringen op aan de pogingen tot ‘herbronnen’ die het CDA enkele jaren geleden ondernam, op zoek naar het oorspronkelijke elan. Columnist Max Pam schreef daarover: “Bij het herbronnen stel ik mij een karavaan voor van uitmergelde kamelen die door de woestijn trekt”.

Nee, de beeldende kunst is toch op de eerste plaats een zoektocht naar het nieuwe en onbekende. Maar zelfs dan is het oude en bekende nooit ver weg, al is het in de vorm van een oeroud weefsel met bijzondere eigenschappen. Zo zocht ontwerper Eric Klarenbeek de samenwerking met de onderzoeksgroep Paddenstoelen van de WUR bij zijn poging om met behulp van mycelium – de draderige, maar uiterst sterke grondstof van paddenstoelwortels – een stoel te produceren. In een kasje in park Belmonte is te zien hoe eerst met behulp van een draad polymelkzuur (Pla) en een 3D-printer de huls wordt geprint van een stoel. Deze wordt gevuld met een voedingsbodem voor paddenstoelen en vervolgens op kweek gezet in een laboratorium op de campus, waarbij het mycelium opgroeit in de huls. In de kas is een klein model te zien van de stoel, die naar de ontwerper hoopt nog tijdens de tentoonstelling ‘in het echt’ te zien zal zijn. Ondanks het geavanceerde productieproces is de vorm van de stoel archaïsch, barok. Hij doet denken aan de stoel in de video van Simon Martin, even verderop in het park. De video laat zien hoe de geest van de klassieke, houten Louis XV stoel voortleeft in de plastic Louis Ghost Chair van Philip Starck uit 2008; mainstream designproduct voor kapsalon, hotellounge of etalage. En wie weet straks ook in de Mycelium stoel van Klarenbeek, met het mycelium als het nieuwe (bio)plastic.

Herbarium Vivum, Driessens & Verstappen – foto Johannes van Assem

Het herbarium blijkt een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de kunstenaars uit te oefenen. Misschien vanwege de hang naar het verzamelen die eruit spreekt, of vanwege die intrigerende manipulatie van het plantmateriaal tot gedroogde, platte vormen. Dat levert niet per se interessante nieuwe beelden op, zoals blijkt uit het Herbarium Vivum van het kunstenaarsduo Driessens & Verstappen. Ze tonen in het park tien gewassen, ingeklemd tussen glasplaten, om te zien hoe ze in deze benarde positie zullen groeien. Het verdwijnend herbarium wordt hier in levende lijve opgeroepen, iets minder plat dan het origineel, maar ook minder tot de verbeelding sprekend.
Dat geldt ook voor het ‘herbarium van klank’ dat Stefaan Dheedene voor de tentoonstelling maakte. Uit een collectie Afrikamuziek stelde hij een soort minimal muzak samen naar het voorbeeld van het herbarium: als een verzameling vlakke melodiefragmenten, die wel weer tot in de uithoeken van het park hoorbaar zijn. Het beeld in het park is zo mogelijk nog platter: een versterker voor een smartphone onder een beschermende perspex kap op een houten picknicktafel.
Een video in een mini-kas is evenmin een sterk beeld op een beeldententoonstelling. Maar wat Barbara Visser met video doet maakt veel goed. Zij toont beelden van de verdorde plantenwereld die ze aantrof in de voormalige tropische kas van het instituut Plantentaxonomie, nadat deze tien jaar geleden door de WUR aan zijn lot werd overgelaten. In de video brengt ze de geknakte planten en grassen tot leven, als in een magisch marionettenspel. Visser is van mening dat een plant nooit helemaal gedigitaliseerd kan worden. Een deel van de plant blijft de plant zelf, ook in verdorde toestand. De video brengt wat stoffig en verdord lijkt tot leven.

Mycelium stoel, Eric Klarenbeek – foto Johannes van Assem

De kas pal naast het Herbarium Vadense lijkt de plaats te worden voor een confrontatie van de hang naar zichtbaarheid en de verdwijning uit het zicht. De plantentaxonomie is geëvolueerd tot DNA-weergaves, opgeslagen in computers ergens op de campus. Maar de kas lokt ook weer onderzoekers aan die zichtbaarheid – met inbegrip van zinnelijkheid en tactiliteit – als voorwaarde zien voor onderzoek. Zo ontmoette Visser er gepensioneerd plantkundige Frans Breteler die van mening is dat naast digitale weergave het uiterlijk van de planten onmisbaar is om toegang te krijgen tot de plantenwereld.

Biologiestudent Sander Onsman blijkt zich zelfs permanent in de kas te hebben geïnstalleerd. Hij is de herbariummens in nieuwe gedaante: verzamelen, onderzoeken en tonen, aangevuld met een flinke dosis ondernemingszin. Met zijn bedrijfje verzamelt en verkoopt hij zaden van tropische planten uit de hele wereld. En als projectontwikkelaar in de dop wil hij de kas aankopen en inrichten tot een herbarium nieuwe stijl: met een jungle van zeldzame planten maar ook met een ‘onderzoeksetalage’ waar de experimenten van de campus digitaal en interactief worden getoond aan het publiek. Een energieneutraal woningcomplex in verbinding met de kas moet voor het economisch fundament zorgen.
Vermetelheid ten top in tijden van crisis, lijkt het. Maar Onsman is optimistisch en ziet het tij keren. Bij de gemeente groeit volgens Onsman de twijfel over een complete verhuizing van de WUR naar de campus. “En de WUR is bang dat door de digitalisering de interesse voor onderzoek afneemt”. De afdeling Vastgoed van de WUR schortte de voorgenomen sloop van de kas op en gaf hem groen licht: “Probeer maar wat”. Thema en tijdstip van Beelden op de Berg X hadden niet beter gekund.