Recensie —

De hardnekkigheid van het wonen

Jeroen Visschers

Ze verschijnen af en toe: boeken waar je vrolijk van wordt. Torre David informal vertical communities is er zo één. Niet een lofzang over de fysieke verschijningsvorm van architectuur maar een ode aan de veerkracht van woongemeenschappen. Een boek over de zelforganiserende kracht van een collectief van woningzoekenden én hoe de immense kantoorvloeren van een leegstaand complex gekoloniseerd en geordend worden. Een boek over de volhardendheid van bewoners en de hardnekkigheid van het wonen.

Foto van Iwan Baan uit het besproken boek
Foto van Iwan Baan uit het besproken boek

Het meeste verfrissende project op de tentoonstelling ‘Common Ground’– onderdeel van de 13de Architectuur Biënnale in Venetië – was zonder meer Urban Think Tanks studie naar Centro Financiero Confinzas ofwel Torre de David. Dit 45 verdiepingen tellend kantorencomplex in Caracas is de op twee na hoogste toren van Venezuela. Bedacht door ontwikkelaar David Brillembourg – en naar hem vernoemd – en ontworpen door architect Enrique Gómez als hoofdkantoor van de Grupo Confinanzas zou dit het financiële epicentrum van Caracas worden. Rampspoed viel de toren echter ten deel. De dood van Brillembourg en de economische crisis die in 1994 de op olie gestookte Venezolaanse economie richting afgrond duwde, maakte het tot het hoogste kraakpand ter wereld; vanaf 2007 groeide het uit tot een thuis voor 750 families. De geheel zelfgeorganiseerde informele woongemeenschap vormt een microkosmos binnen de metropool Caracas.

De tentoonstelling van Urban Think Tank ( Hubert Klumpner en Alfredo Brillembourg, tevens neef van de ontwikkelaar) was een verademing op de Biënnale waar tentoonstellingen met foto’s, analyses en plannen vaak opperste concentratie van bezoekers vereisen. ‘Grante Restaurante’ was een luchtige opening naar de wereld van informele wooncollectieven. Op de tentoonstellingsvloer reproduceerde U-TT het gelijknamige restaurant in Torre de David. Er werden typische Venezolaanse gerechten geserveerd zodat bezoekers de sfeer van de barrio’s kon proeven en verwees de aankleding, de geuren en het licht naar die fameuze toren duizenden kilometers verderop. Het was een letterlijke vorm van licht verteerbare reflectie op ons vak.

De resultaten van de studie zijn nu verzameld in het prachtig vormgegeven en vuistdikke gelijknamige boek Torre David informal vertical communities, met een hoofdrol voor de fotoreportage van Iwan Baan. De foto’s bieden een blik in het dagelijkse leven van de gezinnen die het torencomplex bewonen. Daarmee hebben ze hetzelfde effect als ‘Grante Restaurante’. Het benadrukt dat het boek niet over stenen maar over mensen gaat. De dagelijkse handelingen van eten,  sporten en verpozen geven de bewoners een herkenbaar gezicht.

Foto van Iwan Baan uit het besproken boek
Foto van Iwan Baan uit het besproken boek

Het boek is opgebouwd uit vier vrij zelfstandig benaderbare delen. Ieder deel spreekt waarschijnlijk een publiek met een specifieke interesse aan. Zo beschrijft het deel getiteld ‘Past’ de sociale, economische en politieke context waarin Torre de David tot stand kwam. Olie als motor van de Venezolaanse economie speelt een belangrijke rol in dit verhaal. Het hoofdstuk schetst de rise and fall van vastgoedontwikkeling in Venezuela: de economische boom tijdens de jaren ’70, de gigantische groei in overheidsuitgaven en tegelijkertijd groeiende schuldenlast, de hyperinflatie in de jaren ’80 en de omarming van het neo-liberalisme. De dood van ontwikkelaar David Brillembourg en het failliet van Grupo Confinanzas,leidde tot de overname van het haast voltooide kantorencomplex door FOGADE (Fondo de Garantía de Depósitos y Protección Bancaria). Met Torre de David in overheidshanden bleef het twaalf jaar lang stil in de toren en verkoop is tot op heden niet gelukt.

De benoeming van Hugo Chávez in 1999 als president heeft impliciet de randvoorwaarden geschapen voor de wedergeboorte van de onverlichte, donkere toren in Caracas. Artikel 82 van de door hem ingestelde nieuwe grondwet legt het recht op adequate, veilige, comfortabele en hygiënische huisvesting vast. Expliciet wordt hierbij het gezin als atomaire eenheid genoemd en wordt gemeenschapsvorming als essentieel opgevat. Chávez’ nadruk op ‘sociaal eigendom’ boven ‘privaat eigendom’ maakte de weg vrij voor krakers om het in handen van FOGADE zijnde gebouw te koloniseren. Verdere woonbescherming trad in 2002 in werking. Een nieuwe wet schonk eigendomsrechten aan bewoners die op overheidsgrond woonden en aan diegenen die langer dan tien jaar onbenutte particuliere kavels bewoonden. Hiermee werden de rechten van bewoners van leegstaande panden, onverpachtte grond en schimmig vastgoed geconsolideerd.

Foto van Iwan Baan uit het besproken boek
Foto van Iwan Baan uit het besproken boek

Het hoofdstuk ‘Present’ beschrijft hoe het karkas van het kantorencomplex vanaf 2007 tot verticale woongemeenschap omgevormd werd. Nadat de eerste van de huidige bewoners verdreven waren uit een kraakpand in La Candelaria, wist deze groep in 2007 Torre de David permanent te koloniseren. (Een eerdere groep was in 2003 verdreven na kortstondig verblijf in de toren.) U-TT beschrijft hoe ‘professionele’ krakers gewapend met mobiele telefoons door het sturen van tekstberichten een gemeenschap kan mobiliseren om bezit te nemen van een leegstaand pand; de geweldloze guerrilla van de woningnood.

‘Present’ laat zien hoe Torre de David tot een nederzetting binnen de bestaande stad groeide. U-TT beschrijft hoe energie-, water- en mobiliteitsnetwerken aangelegd zijn door de bewoners en hoe deze  voortborduren op de bestaande structuur en constructie. Waar nodig worden wanden doorgebroken, verbindingen gelegd tussen de lagere gebouwen van het megacomplex en ruimten met behulp van holle bakstenen afgescheiden van de grotere lege ruimte. Het zijn echter niet enkel de fysieke ingrepen die bewoning mogelijk maken, zoals het gebruik van overgebleven steigers en stutten om doorvalbeveiligingen te maken. Belangrijk zijn ook de regels die de gemeenschap zichzelf oplegt. Er bestaat geen huur, maar elke bewoner betaalt 150 Bolívar fuerte (ongeveer 18 euro) per maand aan contributie. Hiervan wordt onderhoud gepleegd aan het netwerk van bekabeling en installaties, maar een deel wordt ook gereserveerd voor bouwkundige ingrepen zoals de overkapping van het basketbalveld. Daarnaast is er een streng three-strikes-reglement waarbij bewoners hun woonrechten kwijt raken in Torre de David bij herhaaldelijke overlast. Torre de David moet dan ook niet verward worden met een zuivere representatie van de democratie of een volledig op consensus gestoelde gemeenschap, zo stelt Brillembourg. Het is een mix van bottom-up democratisch debat en consensus die de autoritaire beslismachine aan de top beïnvloedt.

Wellicht is dit het meest interessante aspect aan de studie.  Zowel de studie als het boek gaan niet over architectuur en de stenen. De vorming van een verticale woongemeenschap staat centraal. Het gaat over sociaal gedrag, de urgentie van wonen en de veerkracht van gemeenschappen. Dit alles wordt voortreffelijk in beeld gebracht door fotograaf Iwan Baan. In zijn foto’s zien we herkenbare gezinnen die een toren van bovenmenselijke schaal bewonen. We zien appartementen van holle baksteen in onbeklede betonnen ruimten, maar ook geheel betegelde en gestucte woningen die ons herinneren aan onze eigen interieurs. Een unheimlich gevoel van herkenbaarheid dringt zich op.

Foto van Iwan Baan uit het besproken boek
Foto van Iwan Baan uit het besproken boek

Het derde deel ‘Possibilities’ schetst de plannen van U-TT voor Torre de David. Ze omvatten ontwerpinterventies en –strategieën om de huidige problemen op te lossen. De energie- en mobiliteitsproblemen vormen de grootste uitdagingen. Alle elektra is eigenhandig aangelegd en brandt met enige regelmaat door. Het ontbreken van liften en machinerie vormt een drempel om vlot van het stedelijk maaiveld tot de bovenste woonverdieping te geraken. Een informele infrastructuur van minibusjes en koeriers vindt hierdoor emplooi. Minder hoge prioriteit lijken het ontbreken van geveldelen, trapleuningen en balustrades te hebben. Zoals U-TT schrijft, de woongemeenschap in Torre de David is geheel gewend aan gapende gaten tussen vloeren en de diepe afgrond die gaapt voorbij de open gevel. Wonen vereist een zekere volhardendheid en berusting in de gevaren die samenhangen met het leven in een onafgebouwde toren.

De ontwerpers van U-TT klopten letterlijk op een dag aan bij de toren. Met recht achterdochtig ontvangen door de bewakers – vanwege eerdere politie-invallen en profiteurs –  heeft het U-TT veel moeite gekost om niet enkel fysiek toegang te krijgen tot het complex maar ook om draagvlak te vinden voor de voorgestelde verbeteringen. Deze variëren van het letterlijk bouwen van bruggen tussen de verschillende delen van het complex tot windturbines aan de gevel. Op moment van schrijven is hier nog weinig van gerealiseerd. Het schetst wellicht onze beroepshouding. U-TT is en blijft een buitenstaander in een ontwikkelingsproces dat door de woongemeenschap zelf georganiseerd en uitgevoerd wordt. Lokale ondernemingen floreren in de toren en de toren zelf is een banenmachine. De beperkingen die het ontbreken van in- en afbouw dicteren zorgen voor een vraag naar oplossingen, zoals het al eerder beschreven netwerk van koeriersdiensten en de winkels met levensmiddelen halverwege de toren.

De theoretische analyse van de bezetting van Torre de David en de omvorming tot woonstede vindt plaats in het laatste deel: ‘Potential’ . Het schetst de rol van architecten in dergelijke kolonisatieprocessen, de globale verstedelijking en de urgentie van woningnood. Er wordt gedacht in strategieën en houdingen. Verdere verdieping vindt plaats in de theoretische duiding van deze processen aan de hand van het gedachtegoed van Edward Soja, Henri Lefebvre, Michel Foucault en Slavoj Zizek. Duidelijk wordt dat geen van deze denkinstrumenten  Torre de David geheel beschrijft. Helaas blijft deze theoretische duiding slecht zeer beperkt en oppervlakkig. De slotconclusie dat Torre de David een utopie is, is echter zeer raak. Het is niet het bedachte land van melk en honing; een eindstation, maar de wereld in transitie. Brillembourg verwijst daarmee naar Zizek, maar had wellicht beter naar het werk van Ernst Bloch (das Prinzip Hoffnung) kunnen verwijzen. Bloch beschrijft het begrip utopie als een intrinsiek menselijke wens om altijd te dromen van een betere wereld. Niet enkel is het ontwerpend handelen daarmee een utopische daad, maar wordt het proces van kolonisatie van Torre de David vooruit geblazen door die storm van de hoop.

Foto van Iwan Baan uit het besproken boek
Foto van Iwan Baan uit het besproken boek

Torre David informal vertical communities is een prachtig boek. Het schittert vooral in de historische analyse van de politieke, sociale en economische krachten die geleid hebben tot het falen van Centro Financiero Confinzas als kantorencomplex en het succes ervan als woongemeenschap. De analyse van de sociale processen en de zeer pragmatische ruimtelijke en organisatorische interventies die bewoning mogelijk maken wekken verwondering en waardering op. Als het boek ergens over gaat is het niet over de esthetiek of kritiek van architectuur of de theoretische fundamenten ervan, maar over de waanzinnige veerkracht van gemeenschappen. Gemeenschappen die in staat zijn om een leeg karkas te koloniseren tot een functionerende miniatuurstad. Voor het begrip daarvan zijn de foto’s van  Baan even belangrijk als de beschrijvingen van Brillembourg en Klumpner.

De vraag naar hoe wij als architecten en stedenbouwers kunnen bijdragen aan een dergelijk proces voelt wat bemoeizuchtig. Natuurlijk, het is belangrijk om bij te dragen aan de versteviging van de sociale en ruimtelijke randvoorwaarden voor het wonen, maar hebben ze ons echt nodig? Is een langere periode van kritische distantie niet van groter belang? Leren wij wel genoeg van de woongemeenschap van Torre de David en de processen die zich voltrekken? Het probleem van woningschaarste beperkt zich niet tot Caracas. Evenmin beperkt het probleem van leegstand zich tot Venezuela. Het is onvergelijkbaar maar moet toch gemeld worden, al was het alleen maar omdat Andres Lepik ze  meldt in de inleiding van het boek: Vacant NL, de Atlas of Vacancy (Atlas van de Leegstand) en de Duitse Leerstandsmelder benadrukken het potentieel van de ongebruikte stad.

Het thema van kolonisatie van de ruimte, de menselijke drift tot beter wonen en de dynamiek van deze kolonisatieprocessen vormen al zeventig jaar een belangrijke rode draad in onze architectuur- en ideeëngeschiedenis. Zo is Constants New Babylon ook een utopische megastructuur, een kaal karkas dat slechts door de actieve daad van de nomadische bewoner betekenis krijgt. Ook het werk van Superstudio of het werk van Van Klingeren gaan over de toe-eigening van ruimte in dialoog met de Ander; de vorming van woongemeenschappen in de nog ongedefinieerde of nog te onderhandelen ruimte. Het utopische heeft het karakter van het onaffe, het niet volmaakte. Wellicht liggen de wortels van de architectuur niet in de primitieve hut van Laugier maar in de kolonisatie van ruimte, het kraken van een leegstand pand.