Recensie —

Stadslandbouw, de trend voorbij?

Claire Oude Aarninkhof en Minke Mulder

Stadslandbouw is een trend: niemand zal het ontgaan zijn. Van ambtenaren die massaal naar de dit jaar voor de tweede keer georganiseerde ‘Dag van de Stadslandbouw’ gaan om dat ze ‘iets met stadslandbouw’ willen, tot trendsetters en idealisten die al jaren aan de weg timmeren. In deze laatste categorie valt het internationale platform Farming the City. In de gelijknamige publicatie laat de initiator, onderzoeksorganisatie CITIES, initiatieven zien die de afgelopen vijf jaar in binnen- en buitenland zijn gestart, en geeft ze aan welke tendensen zijn waar te nemen.

Uit je eigen stad - stadslandbouw in Rotterdam
Uit je eigen stad – stadslandbouw in Rotterdam

Tijdens de boekpresentatie in Pakhuis de Zwijger, Amsterdam was de ‘crème-de-la-crème’ van de stadslandbouwscene – al dan niet via skype – aanwezig , waaronder Carolyn Steel (auteur Hungry Cities), Pim Vermeulen (Proeftuin Amsterdam, dRO Amsterdam) en Eric Frijters (.FABRIC).  De verwachtingen bij de initiatiefnemers zijn hooggespannen, ze hopen met het boek de ontwikkeling van stadslandbouw verder te stimuleren. De ondertitel Food as a Tool for Today’s Urbanisation doelt op het streven voedsel(-productie) in te zetten als middel voor hedendaagse stadsontwikkeling. Men is op zoek naar verandering: van het creëren van bewustzijn tot werkelijke ruimtelijke ingrepen. In drie stappen – met 14 korte essays en voorbeeldprojecten – wordt duidelijk gemaakt hoe voedsel een positieve rol kan spelen in stedelijke ontwikkeling en hoe dit onderdeel kan worden  van politiek en ruimtelijk beleid.

Het boek Farming the City bundelt de resultaten van drie jaar onderzoek naar stadslandbouw. Met stadslandbouw wordt hier niet de traditionele betekenis van ‘agrariers nabij de stad die een directe afzetmarkt hebben in de stad’ bedoeld, maar het produceren van voedsel in de stad zelf. Dit gebeurt in synergie of concurrentie met stedelijke activiteiten en het gebruik van hulpbronnen. CITIES (een ‘urban research unit for urban observers and explorers’) stelt dat de ontwikkeling van een systeem van lokale voedselproductie, met name op verwaarloosde, verlaten of braakliggende terreinen, duurzaam transport (met fiets of per boot), en plaatselijk georganiseerde voedselverwerking, van aanzienlijke toegevoegde waarde kan zijn voor de lokale economie. Bovendien wordt gesteld dat lokale voedselsystemen geïntegreerd kunnen worden binnen het stedelijk raamwerk en een positief effect hebben op de gezondheid van de hele stad. Het boek is niet bedoeld voor lezers die moestuinadvies nodig hebben, maar voor beleidsmakers en actieve burgers die zoeken naar handvaten om hun initiatief te laten slagen.

Blonde Arie, bewoner van het Varkenshuis op Katendrecht, Rotterdam
Blonde Arie, bewoner van het Varkenshuis op Katendrecht, Rotterdam

Om stadslandbouw te verankeren, onderscheidt Farming the City dus drie stappen. Stap 1 is voedselproductie in de stad op de politieke agenda te krijgen. Door beleidsaanpassingen kunnen ruimten in de stad anders gebruikt worden, energie- en productiestromen gekoppeld worden en wordt de efficiëntie van zowel plaats als proces vergroot. Er worden concepten en test-cases beschreven zoals Proeftuin Amsterdam (een programma voor het basisonderwijs over voeding en herkomst van voeding) en Recyclicity, “transforming cities into ecosytems”. Het klinkt overtuigend,  maar de projecten moeten zich nog wel bewijzen. Beleidsontwikkeling is een goede zaak, al blijkt de doorvertaling naar de dagelijkse praktijk nog steeds lastig; mensen die zelf iets in hun omgeving willen beginnen, kunnen dit beamen.

De tweede stap is het zoeken naar een economische onderbouwing. Om stadslandbouw echt levensvatbaar – lees rendabel – te maken, zijn economische modellen nodig. Zou stadslandbouw van EU-subsidies voorzien moeten worden net als reguliere landbouw? Dat klinkt eerlijk, maar de vraag is of je dit moet willen. De crisis stimuleert zelfredzaamheid en juist stadslandbouw past daar bij. Interessant zijn dan ook de sociaal-economische voorbeelden, zoals de koppelingen met voedselbanken. In Michigan heeft men bijvoorbeeld de Fair Food Network’s Double Up Food Bucks (DUFB), waar de waarde van voedselbonnen – ja die hebben ze echt in Amerika – wordt verdubbeld indien de bonnen ingewisseld worden bij marktkramen waar lokale producten worden verkocht. Hiermee probeert men te voorkomen dat de ‘food deserts’ (gebieden waar niet of nauwelijks verse groenten en fruit te koop zijn) zich uitbreiden. Gelijktijdig worden de laagste inkomens-groepen van gezond voedsel te voorzienen keren de investeringen in sociale zekerheid direct terug in de lokale maatschappij.

Stadslandbouw in Gent
Stadslandbouw in Gent

De derde stap: De perceptie van stadslandbouw door de samenleving. Hier zit een contradictie binnen de stadslandbouwtrend: idealistische kunstenaars werken in armere buurten waar een verbeterde sociale samenhang en gezond voedsel enorme vooruitgang kan brengen, terwijl de stadslandbouw-hype juist aanslaat bij de welvarende middenklasse. Er is zelfs een nieuw woord voor: locavore, iemand die zo vaak als mogelijk lokaal gegroeid voedsel eet. Het wachten blijft op de kansarmen die ook echt hun kans op onafhankelijkheid en gezond eten in de stad gaan omarmen zonder dat kunstenaars dit voor hen blijven regelen.
Maar ook educatie is een wezenlijk onderdeel zoals blijkt uit de recente weerstand van de veelal redelijk bemiddelde bewoners op het Oosterdokeiland in Amsterdam. Zij klaagden over de aanwezigheid van koeien en in het bijzonder van koe Els in de zogenaamde Tosti-fabriek, een project van Mediametic. “De koe maakt zoveel herrie, en hoe vertel ik mijn kinderen dat die koe straks een tosti is?!”

Belangrijkste boodschap van het boek is: “don’t give up!”. Om dit kracht bij te zetten biedt het boek ‘The Selection’, 35 voorbeeldprojecten in de noord-westelijke wereld (voor vergelijkbaar leef- en economisch klimaat), waarmee de nieuwe ruimte in de stad in kaart wordt gebracht. Het zijn allerhande voorbeelden: van catering met afgekeurde groenten (Berlijn), tot buurtparken (New York) die langzaam uitbreiden over de stad (L.A.) en ook werkgelegenheid opleveren. De meer commerciële initiatieven (Uit je eigen stad in Rotterdam en de dakakkers in Montréal) zijn wellicht het meest interessant, ook voor de toekomst.
De afgelopen vijf jaar laat een explosie aan projecten zien, waarvan het bij de meeste spannend zal zijn of ze het gaan redden. De auteurs van Farming the City lijken zich bewust van deze situatie en combineren dan ook hun idealisme met een dosis realisme. Wij hopen dat Farming the City als platform blijft bestaan en over vijf jaar met een update komt in de vorm van weer zo’n mooie verzamelbundel. Dan zal blijken dat stadslandbouw geen modegrill meer is , maar een wezenlijk onderdeel is geworden van het stedelijk leven.