Recensie —

Tentoonstelling Walker Evans: verplichte kost

Allard Jolles

Iedereen kent het iconische zwart-wit beeld van de vroegoude jonge vrouw die met een harde blik recht de kamer inkijkt; zo ziet de Grote Depressie er uit, dit is John Steinbecks The Grapes of Wrath. Van de fotograaf, Walker Evans, is nu in het Amsterdamse museum voor fotografie Huis Marseille een overzichtstentoonstelling te zien. Allard Jolles ging kijken.

Pagina met een foto uit de serie Let Us Now Praise Famous Men (1936)
Pagina met een foto uit de serie Let Us Now Praise Famous Men (1936)

Fotograaf Walker Evans heeft, in ieder geval voor fotografen, geen nadere introductie nodig. Iedere fotograaf kent zijn werk en iedere stadsfotograaf is direct of indirect door hem beïnvloed, hetzij vanwege stijl, techniek, onderwerpkeuze, compositie of een combinatie daarvan. De meeste vakgenoten zullen hun waardering van het werk van Evans baseren op wat zij aan foto’s van hem hebben gezien uit de jaren ’30 van de vorige eeuw, gemaakt ten tijde van de Grote Depressie in de VS. Maar Evans heeft veel meer interessant werk op zijn naam staan. Een tentoonstelling in het bijna geheel verbouwde Huis Marseille in Amsterdam getiteld Walker Evans, Decade By Decade, probeert het wat eenzijdige beeld van Evans van nieuwe accenten te voorzien.

Het meest bekende werk van Walker Evans (1903-1975) is zonder enige twijfel het boek Let Us Now Praise Famous Men uit 1936 met foto’s van drie katoenplukkersgezinnen. De tweede editie werd een hit in de vroege jaren ’60. De thematiek paste bij het tijdsgewricht en de inmiddels overleden coauteur James Agee had een cultstatus bereikt mede doordat hij kort voor het verschijnen van de tweede druk postuum de Pulitzerprijs voor literatuur had ontvangen. Let Us Now… blijft een tijdloos meesterwerk. De afwisseling tussen portretten en foto’s van huizen, kerken en interieurs en de volgorde die ze vervolgens in het boek hebben, heeft de serie haar iconische status gegeven. Vooral de foto’s van de uiterst eenvoudige huisjes, binnenkant en buitenkant, maakten de aanwezigheid van de mens voelbaar zonder hem te laten zien: armoede kreeg een passende metafoor. Voor fotografen zijn de ‘twee afgetrapte schoenen’ niet van Van Gogh, maar van Evans.

Walker Evans: [Greek Revival House with Half-Lunette Window in Full-Façade Gable, Cherry Valley, New York, November], 1931
Walker Evans: [Greek Revival House with Half-Lunette Window in Full-Façade Gable, Cherry Valley, New York, November], 1931

Tot zover het klassieke werk van Evans. De tentoonstelling in Huis Marseille, voor het overgrote deel bestaande uit originele prints uit de collectie van de familie Worswick, toont vooral ander, onbekender werk. Zo begint de tentoonstelling met enkele minuscule portretten van kennissen van Evans uit de tweede helft van de jaren twintig. Het zijn vooral bekenden uit de toenmalige culturele elite van New York, zoals Lincoln Kirstein. Leuk om te zien, maar qua fotografie echt niet beter dan de portretten van de katoenplukkers.
In dezelfde zaal is een wand volgehangen met foto’s van gladiolen, gefotografeerd op de kwekerij van zijn vader toen Evans daar de zomer doorbracht. De bloemen zijn op een dusdanige wijze in beeld gebracht dat het ogenschijnlijk om solitaire voorwerpen gaat: bloemportretten en geen ‘natuurfotografie’. Ook fotografeert hij in de vroege jaren 30 een serie Victoriaanse huizen: recht van voren genomen, met zijlicht, waardoor er een maximaal grafisch effect met schaduwen wordt bereikt. Hier zien we een jonge Evans zijn stijl zoeken – en vinden! Het zijn de eerste uitingen van zijn voorliefde voor vernacular architecture; in latere foto’s van schuren te herkennen aan de liggend gemonteerde planken die door strijklicht een haast ornamentale betekenis krijgen.

Walker Evans: [Pabst Blue Ribbon Sign, Chicago, Illinois], 1946 © Walker Evans Archive, The Metropolitan Museum of Art
Walker Evans: [Pabst Blue Ribbon Sign, Chicago, Illinois], 1946 © Walker Evans Archive, The Metropolitan Museum of Art

Door aan iedere periode uit Evans’ carrière evenveel aandacht te besteden, wordt het feit dat Evans altijd op zoek was naar een verhaal, keer op keer benadrukt. Hij refereerde zelf aan zijn werk als Lyrical Documentation. Een term die extra betekenis krijgt bij het zien van mooie series uit Cuba, Tahiti, foto’s van Afrikaanse kunst, en – op de bovenste verdieping – een mooie hoeveelheid origineel drukwerk, waaronder nummers van het tijdschrift Fortune waar Evans tussen 1945 en 1965 redactielid van was en stukken voor schreef (hij studeerde ooit literatuur).
Evans vertelt net zo makkelijk het verhaal van gebakken klei als dat van de schoonheid van gewoon gereedschap, als dat van het Amerikaanse ballet. Helemaal dichtbij komt de relatie tussen tekst en beeld als Evans teksten op muren, reclameborden, covers van kranten en andere stedelijke tekstdragers in beeld brengt. Hiermee vertelt hij ook het verhaal van het veranderende Amerika, waar de afgelopen 100 jaar (reclame)tekst steeds meer deel is gaan uitmaken van de openbare ruimte, met Times Square als voorlopig hoogtepunt.

Walker Evans: [Barn, Nova Scotia], 1969-71 © Walker Evans Archive, The Metropolitan Museum of Art
Walker Evans: [Barn, Nova Scotia], 1969-71 © Walker Evans Archive, The Metropolitan Museum of Art

Bij de tentoonstelling, die al in 2010 in het Cincinnati Art Museum te zien was, hoort een schitterende catalogus. Het interessante, begeleidende essay van James Crump vertelt vooral over de relatie die Evans had met het New Yorkse Museum of Modern Art, waar John Szarkowski van 1962 tot 1991 directeur van de fotografieafdeling was. Szarkowski is mede bepalend geweest voor de vlucht in de carrière van Evans en vooral van het beeld dat wij van Evans hebben. Hoe moeilijk zo’n beeld bij te stellen is, blijkt wel uit het feit dat het werk dat de meeste indruk maakt, voor mij toch echt de foto’s uit de jaren ’30 blijven. De foto’s die Evans in het begin van de jaren ’60 van schuren of interieurs maakte zijn toch een echo van zijn vroege werk: hij is gewoon dit soort beelden blijven maken.
Szarkowski heeft wat dat betreft geen slechte neus voor topkwaliteit gehad. De andere accenten die de tentoonstelling legt, benadrukken evenwel het verhalende karakter van het werk van Evans en laten zien dat hij zijn status echt niet heeft vanwege één enkele serie. Bijna al het werk uit andere jaren dan de succesperiode bevestigt de grootsheid van de kunstenaar: je gaat er niet met andere ogen naar kijken, maar met nog meer bewondering.