Recensie —

Erasmus Campus Woudestein: placemaking als strategie

Leo Oorschot

Het leven is tegenwoordig hard voor universiteiten, lokale bezuinigingen en wereldwijde concurrentie noodzaken de instellingen om zich te profileren met extreem goed onderwijs, een sterk imago en placemaking als strategie. De Rotterdamse Erasmus Universiteit transformeert van een parkeerterrein met halfwassen kantoren waar studenten les kregen, naar een aantrekkelijk universiteitsdorp waar de wording van een mondiaal georiënteerd universitair gezelschap centraal staat.

In 2007 vroeg de Erasmus Universiteit  aan een aantal stedenbouw- en landschapsbureaus een visie te geven op de campus van de 21ste eeuw. Op dat moment oogde de universiteit als een verzameling desolate gebouwen waartussen werd geparkeerd met toefjes restgroen. In het noordelijk deel liggen de oude Universiteitsgebouwen (1963-70) ontworpen door Kees Elffers, die deels gemeentelijke monumenten zijn. In het zuidelijke deel staan de door van Wim Quist en Roy Lim van OD205 ontworpen gebouwen. Allemaal zijn ze stuk voor stuk van de wereld afgekeerde kolossen. De vraag van de universiteit was letterlijk een noodroep: 'geef ons een hart en maak de stedelijke ruimte van de campus bruisend'.
Begin september is de eerste fase opgeleverd van Erasmus Campus Woudenstein. Het masterplan is van Juurlink en Geluk Amsterdam en jvantspijker architecten, de inrichting van de buitenruimte van Juurlink en Geluk Amsterdam, de parkeergarage van Sputnik en jvantspijker in samenwerking met Juurlink en Geluk Amsterdam, en Powerhouse Company en De Zwarte Hond ontwierpen het Erasmus Paviljoen.

Masterplan: Juurlink en Geluk Amsterdam en jvantspijker, buiteninrichting: Juurlink en Geluk Amsterdam
Juurlink en Geluk en Sputnik wonnen de competitie met een strategie die de mogelijkheid biedt Woudenstein op eigen terrein in fases te transformeren en uit te breiden. Lokale aspecten zoals het al aanwezige stadslandschap namen ze als vertrekpunt voor transformaties die tussen 2008 tot 2028 moeten leiden tot een hoogwaardig en internationaal aansprekend verblijfsklimaat. Het terrein is verdeeld in twee sferen, een parkachtige noordelijk deel met romantische landschappelijke paden en het zuidelijke deel met een hoogstedelijke bebouwing in een grid met smalle straten. Op basis van het masterplan werd door de ontwerpers en de Welstand voor ieder van de sferen in een welstandsparagraaf de beeldkwaliteit vastgesteld.
Volgens de beeldkwaliteitseisen moeten alle gebouwen alzijdige robuuste bouwvolumes worden met open plint. Het hoogstedelijke en landschappelijke moet verder worden geaccentueerd  in materiaal, detaillering, vorm en kleur. Het doel van de beeldkwaliteitseisen is om de campus één uitgesproken karakter te geven.

foto: Juurlink en Geluk Amsterdam
foto: Juurlink en Geluk Amsterdam

Tussen het noordelijke en zuidelijke deel is een hoogteverschil waar de parkeergarage met daarbovenop Erasmus Plaza zijn gesitueerd. Parallel daaraan is een enorme vijver aangelegd, als wateropvang, maar ook als bindend element in het hele plan. Hierdoor is een aangenaam verblijfgebied ontstaan dat niet alleen het terrein precies in tweeën deelt maar een scharnierpunt vormt, Erasmus Plaza is namelijk onderdeel van een belangrijke route naar openbaar vervoerpunten. Samen met de al bestaande Institutenlaan die hier haaks op ligt, vormt Erasmus Plaza de ruimtelijke hoofdstructuur van de campus. De nieuwe zacht gele bestrating met natuurstenen toplaag geeft samen met de elegante buiteninrichting de stedelijke ruimte een geheel eigen sfeer en samenhang.

Alle auto's verdwenen van het terrein in de enorme parkeergarage zodat er daadwerkelijk ruimte beschikbaar komt voor een parkachtig landschap en men nu echt stevig kan verdichten in het zuidelijk deel. De hoofdentree van het oude Universiteitsgebouw werd verplaatst en de open zijde van het carré sluit nu direct aan op de omgeving. De 'autistische' gebouwen van Elffers, Quist en Lim worden door deze ingrepen nu een waarlijk deel van de omgeving. Het L-gebouw van Quist moest wel een beetje worden aangepast aan de nieuwe visie. Een enorm gat op de begane grond zorgt ervoor dat de Institutenlaan nu ook echt door kan lopen naar de andere universiteitsgebouwen. Verder werd de dichte gevel op de begane grond geopend voor het publiek.

Erasmus Plaza - foto M. Muus
Erasmus Plaza – foto M. Muus

Parkeergarage: Sputnik en jvantspijker i.s.m. Juurlink en Geluk Amsterdam
Onder het Erasmus Plaza is een tweelaagse ondergrondse parkeergarage van 400 x 32 meter gebouwd. Om van de garage geen onderwereld te maken werden er grote vides gemaakt naar het bovenop gelegen Erasmus Plaza. Men wilde een rode loper maken voor het autoverkeer maar uit praktische overwegingen werd het plafond gekleurd. Ook randen bij de doorbrekingen van de vide werden rood om de doorsnijdingen te accentueren. Andere materialen en kleuren passen meer in het totale concept van de campus. De toegangen zijn elegante driehoekige glazen bouwwerken die als haaienvinnen op de Erasmus Plaza staan.

Erasmus Paviljoen: Powerhouse Company en De Zwarte Hond
Het paviljoen met een theater, café en studieplekken ligt als een spin in het assenkruis van de campus. De architecten kregen de opdracht: 'ontwerp een bruisend hart voor de campus, een icoon en een duurzaam gebouw'. Het moest een gebouw worden waar mensen graag naar toe willen gaan. Even leken de dagen het icoon geteld als men het laatste jaarboek Architectuur in Nederland mag geloven. Maar iconen zijn niet per definitie verkeerd. Nanne de Ru van Powerhouse Company merkte tijdens de persconferentie op dat een gebouw alleen maar icoon kan zijn als de stedelijke ruimte dat toelaat en andersom kan een stedelijke ruimte niet helemaal zonder iconen als het niet in een eindeloze stedelijke bouwbrij wil eindigen.

Erasmus Paviljoen - foto C. van der Kooy
Erasmus Paviljoen – foto C. van der Kooy

De hoofdvorm van het paviljoen volgt vrijwel letterlijk de bouwenveloppe van het masterplan. Omdat het gebouw is gelegen op de overgang van het hoge en het lager gelegen deel, kwamen de hoogteverschillen binnen het gebouw te liggen. Daarvan is handig gebruik gemaakt. Op het lage niveau bevindt zich het Grand Café met een terras dat uitkijkt over de vijver en op de namiddagzon is georiënteerd, de studie- en vergaderplekken kijken uit op de Institutenlaan en zijn oostelijk georiënteerd, de foyer van het theater bevindt zich een niveau hoger aan de Erasmus Plaza, en het theater zelf bevindt zich in het midden van het paviljoen. Elke functiezone kreeg zijn eigen kleurenpalet. Door het gewelfde eikenhouten lattenplafond krijgen de hoge ruimten intimiteit en maat en 's avonds ziet men door dit lattenplafond de theaterkubus helder rood oplichten. Het lattenplafond is geïnspireerd op het plafond dat Elffers toepaste in zijn gebouwen, aldus De Ru. In het hele paviljoen ervaart men materiaalbeheersing en bewonderenswaardig vakmanschap, alle details en materialen passen precies en zijn tot in detail afgewerkt, toeval bestaat hier niet.

De uitnodigende open gevel moest uiteraard ook duurzaam zijn. Het gebouw is aan drie zijden volledig beglaasd en oogt daardoor als één grote plantenkas. Voor het glas is een lamellenrooster aangebracht dat zich aanpast aan de lichtsituatie, open bij weinig zon en helemaal gesloten bij te veel zon. De vorm van het lamellenrooster is bepaald in de zonnesimulator, naar de hoeken curven de roosters omhoog, op ieder hoek is de curve anders. Overdag is het paviljoen een degelijk gebouw van glas, aluminium en hout, maar in de avond als de theaterzaal wordt aangelicht verandert het Erasmus Paviljoen in een feestelijke lampion, waar studenten en staf vast als vuurvliegjes naar toe zullen trekken.