Recensie —

Tussenruimte: architectuurkritiek op zijn best

Marjolein van Eig

Met de benoeming van de Amsterdamse grachtengordel door UNESCO tot werelderfgoed, wordt dit deel van de stad erkend als ‘an outstanding example of a built urban ensemble, civil engineering, town planning, construction and architectural know-how’. Daarmee staat Amsterdam officieel op de kaart, maar wat heb je eraan? Architect Jarrik Ouburg vraagt zich af of het stadsdeel er niet architectonisch van op slot raakt en steeds meer verwordt tot een image. Samen met Non-fiction en TAAK initieerde hij het project ‘Tussenruimte’.

foto's Office Jarrik Ouburg
foto’s Office Jarrik Ouburg

Half juli opende in Amsterdam de eerste interventie.  Jarrik Ouburg initieerde en ontwierp met zijn bureau de installatie Tussenruimte #1 in een steeg aan de Herengracht tussen nr. 127-129. Het werk is mooi en intrigerend en een pleidooi tegen de grachtengordel als statisch monument. Dat dit een reëel gevaar is blijkt onder andere uit de populariteit van het Grachtenboek (1962) met afbeeldingen naar de originele tekeningen van Caspar Philips Jacobszoon. Hij tekende minutieus alle gevels van de panden aan de Keizers- en Herengracht. De prenten werden tussen 1768 en1771 uitgegeven in de publicatie Verzameling van alle de huizen en prachtige gebouwen langs de Keizers- en Heeregrachten der Stadt Amsterdam. De tekeningen worden tegenwoordig vaak gebruikt voor restauraties en reconstructies, waarmee we alles dus terugbouwen naar dat ene moment.

Door de werkelijkheid van 2012 te tekenen en deze over de tekeningen van Jacobszoon te leggen laat Ouburg zien dat latere aanpassingen en toevoegingen bijdragen aan de uitstraling van de grachtengordel. Het dankt zijn rijkdom aan de gelaagdheid van de tijden, verschillende visies op architectuur, op mooi en lelijk. Het is daarmee te zien als een goed onderhouden gebit, met glanzende tanden waarvan sommigen vervangen zijn, een beetje scheef staan of waar spleten tussen zitten. Tussenruimte richt zich op deze spleten. Het blijken fascinerende ruimtes te zijn die een doorkijkje geven naar de wereld achter de beroemde façades.

foto Office Jarrik Ouburg
foto Office Jarrik Ouburg

Tussenruimte #1 is 10 meter diep, 12 meter hoog en 1 meter breed. De wanden zijn grijs, met hier en daar een raam. Opvallend  zijn de rechthoekige witte vlakken, die toevallig op de muren lijken te zijn geschilderd, maar die na bestudering door de bewoners van het tegenoverliggende raam zijn geschilderd ten behoeve van maximale lichtinval. De tussenruimte is smal en hoog, het enige daglicht valt op een theatrale manier naar beneden, een effect waar je niets voor hoeft te doen. Je kunt het wel versterken, en dat gebeurt. Geponste stroken sneeuwwitte stof even breed als de steeg hangen van 12 meter hoogte naar beneden. Het is camouflagestof van het Zweedse leger. De lengte van de stroken wordt, naarmate men verder de steeg in komt, korter en dan weer langer. Op de grond liggen witte kiezeltjes. Daarmee is een serene ruimte ontstaan waar je je even de gelukkigste mens op aarde kunt voelen, uitverkoren. Ouburg noemt het terecht een seculiere kapel.

In De Witte Ruimte, de intreerede die Ouburg hield als hoofd opleiding architectuur aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam, stelt hij dat het noodzakelijk is dat de academie het voortouw neemt met het agenderen van onderwerpen en vervolgens moet inspireren met haar ontwerpen. “Zeker in deze tijd waarin de praktijk haar ‘brevet van onvermogen’ heeft gekregen en een voortzetting ‘van zo hebben we het altijd gedaan’ niet meer volstaat”.
Tussenruimte #1 laat zien wat hij hiermee bedoelt. Het kostte enige overredingskracht om het project te realiseren want het gaat prima met de grachtengordel, men wil er voor veel geld wonen, en die toeristen blijven maar komen. Ook zonder tussenruimte. Dat we de grachtengordel moeten koesteren en beschermen snapt iedereen, maar dat we het ook een toekomst kunnen geven door veranderingen toe te laten laat het project van Ouburg op een fascinerende wijze zien. Het zou zeker te prijzen zijn wanneer wij, architecten, vaker op deze manier kritiek leveren, met dat waar we goed in zijn, het maken van mooie ontwerpen.

Het leukste openluchtmuseum van Nederland is dus niet dood, het blijkt te leven. In het UNESCO werelderfgoeddeel van de grachtengordel zijn zo’n 56 tussenruimtes in kaart gebracht. Het is te hopen dat er de komende maanden, jaren nog veel van deze al dan niet tijdelijke interventies worden gerealiseerd.