Recensie —

Visuele notities: Le Corbusier en de fotografie

Paoletta Holst

Het onderzoek naar het veelomvattende oeuvre van Le Corbusier lijkt nog altijd niet uitgeput. Momenteel is in het Brusselse CIVA de tentoonstelling Construire l’image: Le Corbusier et la photographie te bezichtigen en onlangs verscheen het boek Le Corbusier secret photographer. Geeft Le Corbusiers blik ons vanachter de camera nieuwe inzichten? Of gaat het om een zoveelste ‘histoire de Le Corbusier’?

LC FOTO: Le Corbusier Secret Photographer,  Lars Müller Publishers, 2013
LC FOTO: Le Corbusier Secret Photographer, Lars Müller Publishers, 2013

In 2012 vierde de stad La Chaux-de-Fonds in Zwitserland de 125ste verjaardag van de aldaar geboren Le Corbusier (Charles-Edouard Jeanneret). Ter gelegenheid van deze verjaardag maakte het Musée des Beaux Arts van La Chaux-de-Fonds in nauwe samenwerking met de Fondation Le Corbusier, de tentoonstelling Construire l’image: Le Corbusier et la photographie. Momenteel is deze tentoonstelling te bezichtigen in het Brusselse CIVA. De tentoonstelling steunt op een gedegen kunsthistorisch onderzoek dat Le Corbusier-specialist Tim Benton naar aanleiding van het Le Corbusier-jaar verrichtte. Benton, die tevens verantwoordelijk is voor het concept en de teksten van de tentoonstelling, deed onderzoek naar Le Corbusier en zijn relatie tot de fotografie. Naast de tentoonstelling resulteerde dit onderzoek ook in het onlangs verschenen boek Le Corbusier secret photographer, dat als een opzichzelfstaand werk gezien moet worden.

Aan Le Corbusier als architect en stedenbouwkundige, als schilder, beeldhouwer en meubelontwerper, als modernist, als rationalist, als visionair en autoritair persoon zijn al vele tentoonstellingen en publicaties gewijd. Een nieuwe kijk op zijn persoonlijkheid en zijn veelomvattende oeuvre blijft natuurlijk altijd denkbaar, maar het blootleggen van een groot aantal fotografische werken binnen zijn oeuvre is weer net iets nieuws. Tot nu toe werd er weinig aandacht besteed aan Le Corbusier en zijn relatie tot de fotografie. Zijn eigen houding ten opzichte van dit medium ligt hier waarschijnlijk aan ten grondslag; Le Corbusier noemde de fotografie een geestdodende bezigheid, goed voor luie mensen. Zien en begrijpen kon alleen door middel van tekenen. Toch, zo blijkt uit de tentoonstelling en het boek, speelde fotografie een belangrijke rol in de promotie en verspreiding van zijn oeuvre en in het creëren van een imago van hemzelf en zijn werk. En dat niet alleen, tussen 1907 en 1917 en later tussen 1936 en 1938 heeft Le Corbusier zelf honderden foto’s gemaakt. Een niet gering aantal voor iemand die niets met fotografie heeft.

LC FOTO: Le Corbusier Secret Photographer,  Lars Müller Publishers, 2013
LC FOTO: Le Corbusier Secret Photographer, Lars Müller Publishers, 2013

In de tentoonstelling wordt met behulp van foto’s ingegaan op zes thema’s die facetten uit Le Corbusiers veelzijdige leven en oeuvre aan bod laten komen. Zo zien we bij het thema ‘Portretten van een leven’ Le Corbusier op snapshots en geposeerde foto’s, alleen of tussen vrienden en kennissen staan. Het thema ‘Ter ondersteuning van het woord’ gaat in op zijn vele publicaties en de rol die de fotografie speelde in het visuele aspect van de lay-out. Zijn werk bekendmaken is een van de opvallendste thema’s in de tentoonstelling, waaruit blijkt dat Le Corbusier de documentatie van zijn werk en de portretten van hemzelf nauwlettend in de gaten hield. Hij nam gerenommeerde fotografen in dienst, zoals Lucien Hervé en René Burri, die hij instrueerde bij het fotograferen van zijn werk. Sommigen van deze foto’s, die aanvankelijk slechts voor publicatie bedoeld waren, zijn inmiddels autonome kunstwerken geworden.

Le Corbusiers eigen foto’s, gevat onder het thema ‘Een geheime fotograaf’, zijn experimenteel op het gebied van kadrering en de abstractie van sommige onderwerpen. De korte filmsequenties en fotoreeksen die hij in de jaren ’30 met zijn 16-mm camera maakte, zoals die van de Italiaanse pakketboot Conte Biancamano waarin hij uitvoerig de constructieve details van het schip vastlegde of die van het strand bij Piquey waarin hij nauwgezet de ribbels en golven van de vloedlijn volgde, laten een fascinatie zien voor details van materialen, structuren en constructie. Zij getuigen ook van de zoektocht naar artistieke vormgeving in het vangen van een moment. Zoals ook Benton aangeeft in zijn boek Le Corbusier secret photographer lijken de meeste van Le Corbusiers foto’s eerder als schetsen of visuele notities bedoeld. Geheugensteuntjes, met de bedoeling een setting vast te leggen of een detail te bewaren. Dit is met name het geval in zijn fotoreeksen uit de jaren ’30, waarin de architectuur nauwelijks tot geen rol meer lijkt te spelen; iets dat in zijn eerste fotografeerperiode nog wel het geval was.

LC FOTO: Le Corbusier Secret Photographer,  Lars Müller Publishers, 2013
LC FOTO: Le Corbusier Secret Photographer, Lars Müller Publishers, 2013

Daar waar de tentoonstelling vooral ingaat op de wijze waarop fotografie een rol in het leven en werk van Le Corbusier heeft gespeeld, gaat het boek zeer specifiek in op de door hem zelf geschoten beelden. De meeste foto’s uit de eerste periode (1906 – 1916) werden in de jaren ‘80 ontdekt door Giuliano Gresleri in de stadsbibliotheek van La Chaux-de-Fonds. Recentelijk werden de filmsequenties en meer dan 6.000 foto’s uit de jaren 1936 – 1938 door Tim Benton bestudeerd. Het boek laat daarvan 13 ‘albums’ zien waarvoor Benton foto’s van Le Corbusier thematisch geordend heeft naar periode, onderwerp en (film)camera. Benton maakt in zijn boek vooral een kunsthistorische en technische analyse, waarbij vragen over auteurschap, en met welke camera de foto’s gemaakt werden, centraal staan. Daarnaast heeft hij de foto’s gesitueerd en gedateerd aan de hand van Le Corbusiers reizen, aantekeningen en brieven, en vervolgens in de context van de op dat moment bestaande ideeën en conventies over fotografie geplaatst.

Benton acht het gebruik van de camera’s die Le Corbusier hanteerde van belang om tot een beoordeling van de technische kwaliteit van de foto’s te komen. Aan de hand van het soort camera en de technische kwaliteit van de beelden situeert hij Le Corbusiers foto’s in een omgeving van amateur tot semiprofessionele fotografie. Ook geeft Benton inzicht in de materiële aspecten van fotografie in het begin van de 20ste eeuw – dat wat men moest leren en doen om foto’s te kunnen ontwikkelen – om nader te bepalen wat de plek was van de fotografie in Le Corbusiers werk en leven. Volgens Benton is het duidelijk dat Le Corbusier voor een korte periode veel tijd en geld investeerde om foto’s van professionele kwaliteit na te streven. Maar hij moet zich gerealiseerd hebben dat zijn fotografisch werk niet van hoge kwaliteit was, wat verklaard waarom hij na 1917 stopte met fotograferen en professionele fotografen in dienst nam om zijn werk vast te leggen.

LC FOTO: Le Corbusier Secret Photographer,  Lars Müller Publishers, 2013
LC FOTO: Le Corbusier Secret Photographer, Lars Müller Publishers, 2013

Benton deinst niet terug voor een onomwonden conclusie: ‘[…] his whole photographic output, from 1907 to 1938, was a failure’. Enkele uitzonderingen daargelaten, vindt Benton de negatieven, wat techniek en kwaliteit betreft, matig. De gepubliceerde foto’s in Le Corbusier secret photographer zijn inderdaad donker en vaak onscherp, maar anders dan de vele schetsen van Le Corbusiers hand, geven ze een uitgesproken inzicht in wat ik zou willen noemen, zijn persoonlijke en artistieke blik. Veel meer dan met potlood en papier kan via het oog van de lens, precies vanwege de kadrering, een zekere fascinatie voor delen of momenten van het geheel ontstaan. En dat is exact waarvoor Le Corbusier de fotografie uiteindelijk lijkt te hebben willen gebruiken. Het ‘belichten’ van Le Corbusiers fotografisch werk en zijn relatie met de fotografie laten zowel zijn drang naar controle over de wijze waarop hijzelf en zijn werk aan de buitenwereld getoond werden, als een meer persoonlijkere kant van zijn leven zien. Dit laatste is zeker het meest verrassende, al gaat de tentoonstelling hier het minst op in. Daarom is het boek, met name vanwege de vele nog nooit gepubliceerde foto’s, een welkome aanvulling op de tentoonstelling, al verdrijft de wetenschappelijke kant van het verhaal wel grotendeels de warme, visuele kracht van de beelden die niet meer pretenderen te zijn dan visuele notities.