Recensie —

Bas Smets: Landschappen

Martijn Kruijf

Landschappen is het eerste retrospectief van Buro Bas Smets, een relatief jong bureau voor landschapsarchitectuur dat zowel in België als internationaal reeds enige faam heeft verworven. De tentoonstelling toont een theoretische introspectie van de eigen methodiek. Hoe wetenschappelijk kan ontwerpen eigenlijk zijn?

Foto ©Filip Dujardin.
Foto ©Filip Dujardin.

Land zonder landschap
Nagenoeg tegelijk met de Vlaams-Brusselse Dag van de Architectuur die dit jaar in het teken van Bloeiende Landschappen stond, werd in de Antwerpse International Kunstcampus deSingel een tentoonstelling geopend van en over een bureau dat zes jaar eerder was opgericht. De tentoonstelling Landschappen bestaat uit twee delen die worden ingeleid door de begrippen land en landschap in een historische context te zetten.
Het begrip ‘landschap‘ aldus de inleiding komt, oorspronkelijk gebruikt als genrebenaming, uit de schilderkunst. De vijftiende eeuwse schilders van de Lage Landen begonnen in hun werken geïdealiseerde weergaven van de omgeving op hun doeken te zetten. Het land, de gegeven context, de objectieve situatie, werd vertaald in een subjectieve weergave, een perceptie van die situatie: het landschap.
Volgens Bas Smets is België en met name Vlaanderen een land zonder landschap. Het relatief vlakke land genereert geen sterk beeld zoals de rationele ordening van het mens gemaakte landschap van Nederland en het door de natuurlijke topografie bepaalde landschap van Duitsland en Frankrijk dat wel doen. Het Belgische landschap heeft hierdoor weinig weerstand tegen de sterk oprukkende urbanisatie, uitbreidende infrastructuur en groeiende landbouw. Het resultaat is een nevel van gebouwen in een haast constante dichtheid: het perfecte laboratorium voor het ontwerp van nieuwe landschappen, aldus Bas Smets.

Foto ©Filip Dujardin.
Foto ©Filip Dujardin.

Landschap verbeelden
De eerste fase van het landschapsontwerp van Bureau Bas Smets is de verbeelding van het landschap. In de grote expositiezaal wordt de ontwerpmethodiek van het bureau in zeven opeenvolgende stappen aan de hand van zeven projecten uitgelegd. Iedere stap wordt weergegeven in een reeks gependelde panelen dwars op de looprichting. Tussen de panelen is ruimte vrijgelaten waardoor de bezoeker de keus heeft steeds de zeven projecten per stap te beschouwen of ‘meanderend’ tussen de panelen door de individuele projecten in hun opeenvolgende stappen te ervaren. Onder de projecten bevinden zich onder andere het ontwerp van de nieuw aan te leggen A11 (een snelweg tussen Brugge en Westkapelle); een strategisch ontwerp voor 55.000 hectare natuur op het plateau van rivier de Landes in Bordeaux; en een territoriale visie voor Brussel in 2040 gebaseerd op de veelal niet fysiek meer aanwezige waterlopen van de rivieren die aantakken op de Zenne.

In stap één van het ontwerpproces, het Kader getiteld, wordt een luchtfoto getoond van de bestaande context waarin ieder project is gesitueerd. De foto is de meest objectieve weergave van het bestaande land en maakt de interactie tussen de verschillende landschappelijke elementen zichtbaar .

Stap twee, de Lezing, ontleedt het bestaande land in verschillende lagen landschappelijke elementen zoals waterlopen, vegetatie, infrastructuur en bebouwing. Het resulteert in een reeks thematisch kaarten die wordt aangevuld met niet zichtbare elementen als geologie, topografie en klimatologie. Iedere laag wordt steeds handmatig overgetekend, een monnikenwerk, maar zonder meer de beste methode om de betekenis van iedere lijn van de tekening te kunnen begrijpen. De reeks vormt de objectieve analyse van de bestaande realiteit.

Foto ©Filip Dujardin.
Foto ©Filip Dujardin.

In het Exemplarisch Landschap worden selecties van de structurerende landschapselementen terug weer samengevoegd tot een nieuwe kaart die “het best mogelijke landschap dat een bestaande toestand in zich draagt” weergeeft. Dit is nog geen ontwerp, maar het geeft wel aan hoe ieder ontwerp het bestaande landschap kan versterken. Het zijn cartografische kunstwerkjes om werkelijk je vingers bij af te likken. Alleen jammer dat niet duidelijk wordt op basis van welke beoordelingscriteria de selecties worden gemaakt. Analyse lijkt hier zonder tussenkomst van een conclusie over te gaan in interpretatie, een observatie die de werkelijkheid waarschijnlijk niet juist weerspiegelt.

Het Figuur maakt daarop echt de overgang van analyse naar ontwerp en legt de intenties van het project vast: het transformeert het bestaande land in een landschap weergegeven in een isometrie. Soms worden latente structuren uit het Exemplarisch Landschap voortgezet, soms worden nieuwe motieven toegevoegd. In het geval van de A11 zijn de bestaande flankerende bomenrijen langs de kanalen en de hagen rond oude boerderijen ingezet als motieven in het ontwerp voor het tracé. De vraag waarom juist dít de te gebruiken kwaliteiten zijn, blijft echter onbeantwoord. Hiernaast is het verwarrend dat de territoriale studie voor Brussel vanuit de grootstedelijke schaal plots overspringt naar de schaal van de deelontwerpen voor een reeks openbare ruimtes aan de Sint-Lazaruslaan en een park bij Tour & Taxis. Enige introductie en begeleiding waren hier allicht op zijn plaats geweest.

In stap vijf, het Schriftuur, wordt het landschappelijke figuur vervolgens vertaald naar een uitvoerbaar project dat zich inbed in de bestaande context. Dit resulteert in zeer gedetailleerde en leesbare uitvoeringsplannen en -doorsneden met een uitwerkingsniveau haast gelijk aan dat van architectuurplannen.

Foto ©Filip Dujardin.
Foto ©Filip Dujardin.

De zesde fase, Perceptie, vormt het ontwerpend onderzoek naar kleur, materiaal en het effect van de seizoenen in visualisaties: een intuïtief onderzoek dat het Exemplarisch Landschap laat onthullen en tevens dient als evaluatie van het ontwerp. Een gevaarlijke keuze als je het mij vraagt. Immers is vrijwel niets zo subjectief en machtig als een render. Voor het ontwerp van de A11 bijvoorbeeld wordt een serie grootschalige vogelvluchten over drie seizoenen getoond. Prachtige en charmerende beelden, maar waarom vogelvluchten? Wordt hier rekening gehouden met het uitzicht van vele ballonvaarders en piloten die de hemel over Vlaanderen soms bont kleuren? In functie van de menselijke perceptie van een ontworpen landschap is het vogelvluchtperspectief onzinnig.

De laatste stap van de verbeelding van het landschap, het Embleem, toont de “minimale expressie van de representatie van het ontwerp dat van een land een landschap maakt”, als het ware een symbool; “Een uitzuivering van het ontwerp”. De emblemen van een groot aantal andere projecten van het bureau prijken als toegift op een van de witte wanden van de zaal. Je kan bediscussiëren of enkel de weergave op die wand niet voldoende zou zijn geweest daar deze etappe toch vooral overkomt als een exercitie achteraf.

Terugkijkend in de grote zaal is te zien dat de achterkanten van de panelen spiegelend zijn uitgevoerd zodat verschillende ontwerpstappen van de projecten in flarden terug zijn te zien. Deze reflecties staan symbool voor het cyclische karakter van het ontwerpproces en relativeren de lineaire opzet van de zeven ontwerpstappen.

Foto ©Filip Dujardin.
Foto ©Filip Dujardin.

Landschap maken
De tweede fase van het landschapsontwerp is het daadwerkelijk maken van landschap. In een kleine lage ruimte achter de grote zaal wordt met zeven projectoren in een zeventien minuten durende loop foto’s van het gerealiseerde werk van Bureau Bas Smets op drie wanden geprojecteerd. Het is een indrukwekkend schouwspel waarbij de bezoeker zich midden in de projecten waant. Het fijnzinnige gevoel voor materiaal, kleur en vegetatie en het vakmanschap van de ontwerpers komt tot volledige expressie.
Het valt op dat onder de getoonde realisaties geen enkel van de zeven projecten uit het eerste deel getoond worden. De reden hiervan: ze zijn nog niet of nog niet volledig uitgevoerd. Dit heeft tot gevolg dat beide delen van de tentoonstelling vrij koud op elkaar aansluiten en dat het scharnier tussen theorie en praktijk in nevel gehuld blijft. Het is begrijpelijk dat in het eerste deel gekozen is voor projecten die de methodiek van het bureau het best in al haar omvang en complexiteit representeren. Het was sterker geweest enkel te focussen op landschap verbeelden en niet op landschap maken.

De tentoonstelling is een esthetische ervaring – een intrigerende wandeling door een prachtig expositielandschap – die niet poogt inhoudelijk en methodisch volledig te zijn. Deze keuze laat de bezoeker hierdoor wel met veel vraagtekens achter en dat is jammer. Zeker omdat ik zonder aarzeling de loftrompet wil blazen voor de kwaliteit van het getoonde werk. De grafisch-analytische methodiek en het resulterende cartografisch materiaal – individueel beschouwd – zijn onnavolgbaar en de gerealiseerde projecten zijn bijzonder poëtisch en inspirerend. Het totaalverhaal dat Bureau Bas Smets wil vertellen komt in deze opzet echter (nog) niet goed uit de verf. Een retrospectief van het werk van Bureau Bas Smets dat de expositie beoogt te zijn, is qua timing wat prematuur.