Feature —

Eva’s appel

Eric Vreedenburgh

Afgelopen weekend vond in Den Haag het TodaysArt festival plaats. Eric Vreedenburgh bezocht het en plaatst zijn kanttekeningen bij de ogenschijnlijke klakkeloze omhelzing van nieuwe technieken door architecten en stedenbouwers.

TodaysArt - foto Christian van der Kooy
TodaysArt – foto Christian van der Kooy

Afgelopen weekend vond in Den Haag de negende editie van het TodaysArt festival plaats. Ditmaal niet op verschillende locaties en niet in de openbare ruimte, deze editie alles was geconcentreerd in het Atrium van het gemeentehuis, in een opblaasbare blob en in de leegstaande kantoortoren van het voormalig Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Naast een grote diversiteit van installaties gemaakt door kunstenaars uit heel de wereld, bood het festival ook nu weer een ruim podium aan nieuwe elektronische muziek. Als hommage aan de onlangs overleden componist Dick Raaijmakers stond zijn stuk De Lange Mars uit 1971 op het programma. Zijn werk is vanaf de eerste editie één van de referentie punten voor dit festival geweest en veel oud studenten van hem, afkomstig uit het Koninklijk Conservatorium en de interfaculteit Art Science, participeren in het festival. De Lange Mars sloot goed aan op de verschillende soundscapes en live performances van de nieuwe generatie muzikanten.
Raaijmakers' geest waarde ook rond in het theatrale stuk Cyclophonia van T.I.M.E (This Is Music-theatre Education), een tweejarige master van het Koninklijk Conservatorium. In Cyclophonia worden verschillende composities, teksten en choreografieën met elkaar verbonden door twee traag naar elkaar toe rijdende fietsorkestmachines. De fietsbewegingen voorzien losse orgelpijpen en slangen van de nodige lucht en genereren daarmee klank.

Het is ironisch dat gelijktijdig met dit festival op honderd meter afstand in de Anton Philipszaal in een klassieke setting de ‘oude moderne muziek’ ter ere van Reinbert de Leeuw werd uitgevoerd. In Todaysart is ‘de slagorde’ door een andere generatie alweer veranderd en is de klank zowel elektronisch als analoog gedeconstrueerd en versmolten met een nieuwe beeldcultuur en voorzien van een nieuw vocabulaire.
Dit is natuurlijk een tijdelijk stand van zaken, maar het is ook tevens een bewijs dat je voor een goed programma geen nieuw Spuiforum hoeft te bouwen. Voor de organisatie van TodaysArt lag dit jaar de focus op tijdelijkheid en het activeren van de bestaande gebouwen.

TodaysArt - foto Pavel Pokutycki
TodaysArt – foto Pavel Pokutycki

Een speciaal onderdeel vormde dit jaar het symposium gericht op kunst, technologie en maatschappelijke veranderingen in de stedelijke context.
‘The Building As Interface’ werd gepresenteerd door Martijn de Waal, recentelijk promoveert op de 'City As Interface’. In zijn inleidende observatie gaf hij de contouren van drie ontwikkelingen aan:
1 – gebouwen worden steeds meer een neutrale drager voor beeld en informatie (digitaal canvas);
2- mensen genereren – al dan niet bewust – in hun dagelijkse omgang met  gebouw en stad heel veel data die door derden geoogst wordt;
3 – software en sociale media leveren extra functionaliteiten en betekenis aan de bestaande fysieke realiteit van gebouw en stad.

Natuurlijk zijn deze ontwikkelingen al lange tijd gaande en eerder opgetekend. Eind jaren zestig analyseerden Robert Venturi en Denise Scott Brown aan de hand van Las Vegas hoe in architectuur de betekenis van ruimte werd vervangen door verschillende stijlen van tekens. Een bezoek aan de strip van Las Vegas of aan Shanghai maakt voor iedereen duidelijk hoe deze architectuur van tekens in deze tijd door computers wordt gegenereerd.
Dit is echter maar het halve verhaal. De gebouwde omgeving wordt ook uitgerust met sensoren en hiermee worden bijna alle (digitale-)sporen van menselijk gedrag geregistreerd, gefilterd en vertaald met als doel om patronen in kaart te brengen. Door de enorme toename van rekenkracht van computers is deze ontwikkeling in een enorme stroomversnelling gekomen. Met name inlichtingendiensten, politie en commerciële instellingen maken hier gebruik van, maar recentelijk ook kunstenaars en ontwerpers.
Zo liet Jeroen Barendse van Lust (grafisch en interactief design) zien hoe hij op basis van twitterberichten via algoritmes kaarten kon maken over de oplopende emoties en verplaatsingen van mensen in Londen tijdens de gewelddadige rellen van 2011. Barendse volgt letterlijk dezelfde aanpak die de politie ontwikkelt in het kader van crowd control en beursanalisten gebruiken een vergelijkbare techniek om voorspellingen te maken over de koers ontwikkelingen.  
Ook bij Ava Fatah Gen Schieck (architect en onderzoeker) en Tobias Ebsen (digitale kunst en design) was de intentie aanwezig om met nieuw te ontwikkelen interfaces gedrag te onderzoek en mensen tot meer interactie te stimuleren. In hun optiek kan techniek als een neutraal stuk gereedschap worden ingezet. Afhankelijk van het doel zal techniek dan positief of negatief geïnterpreteerd worden.

TodaysArt - foto Atom-tm
TodaysArt – foto Atom-tm

Waar ontwerpers techniek toepassen om de stedeling meer diensten te kunnen verlenen, wordt diezelfde techniek gebruikt door bijvoorbeeld de Amerikaanse NSA (National Security Agency) voor het uitoefen van totale controle en macht, zo blijkt uit berichtgeving van de laatste maanden. Maar ze wordt ook gebruikt door commerciële bedrijven voor winstmaximalisatie. Zo verliest technologie haar neutrale onschuld en de meeste ontwerpers lijken zich dan ook geen raad met deze en vele andere vragen over het eliminatie proces van privacy wat inherent opgesloten zit in urban sensing.
Daarnaast is er de existentiële vraag of technologische ontwikkeling wel als een neutraal gegeven kan beschouwen – als iets dat door mensen naar hun eigen hand gezet kan worden. Iemand als Kevin Kelly (een van de oprichters van het tijdschrift Wire) spreek liever over het technium: een zichzelf in stand houdend systeem van een artificiële creatie, waar mensen de complexiteit niet meer kunnen overzien en waar ze geen controle meer op hebben. Opgesloten binnen de mogelijkheden van de sofware kan de tolerantie van technologie heel repressief zijn. En net als met de bio-industrie vinden we dit helemaal niet leuk om te horen,  willen we dit helemaal niet weten, maar zijn we wel verslaafd aan de vruchten. En deze vruchten werden in alle verleidelijke schakeringen in het festival getoond. De vragen bleven echter onbeantwoord.