Opinie —

Handen uit de mouwen!

Jacques Vink

Jacques Vink bezocht de bijeenkomst ‘De Circulaire stad – Sustainist Design’ die tijdens de Amsterdam Urban Innovation Week plaats vond. Er waren veel mooie woorden over buttom-up, zelforganisatie, handen uit de mouwen. Maar waar, zo vraag Vink zich af, komt de architect in beeld?

De Ceuvel, Amsterdam
De Ceuvel, Amsterdam

De circulaire economie is uitgangspunt voor de Circulaire Stad. Een circulaire economie is een systeem dat herbruikbaarheid van producten maximaliseert om waardevernietiging te minimaliseren. In de Circulaire Stad bouwen inwoners samen aan een circulaire economie. De technische aspecten van de circulaire economie kwamen in de bijdragen van de drie sprekers John Thackara, Michiel Schwarz en Alastair Fuad-Luke nauwelijks aan de orde. De nadruk lag vooral op sociale aspecten zoals de zelforganisatie van groepen burgers, buurten en sociale netwerken.
De circulaire stad is een stad van actieve bewoners. In Nederland wordt de trend naar zelfredzaamheid versterkt door een terugtredende overheid en is bottom-up voor sommige bestuurders een welkom argument om bezuinigingen op een vrolijke manier te verkopen. In zich ontwikkelende landen was, en is, er in veel gevallen geen overheid die zorg draagt voor de openbare ruimte, de gezondheidszorg en het milieu. Hier is zelforganisatie de norm. Levend in een afbrokkelende verzorgingsstaat en transformerend naar een zogenaamde participatiemaatschappij rest ons kort door de bocht twee opties: verzet en revolutie, of leren van de inwoners van ontwikkelende landen: hoe ze improviseren en bijvoorbeeld restafval gebruiken als grondstof voor nieuwe producten.

De drie sprekers werden ingeleid door Eva Gladek van Metabolic. Metabolic combineert onderzoek en advies met het daadwerkelijk bouwen van prototypen en het realiseren van projecten. Het voelbaar maken van energie-, materiaal- en waterstromen is voor Metabolic een belangrijk uitgangspunt. We zijn ons contact met een groot deel van onze werkelijke leefomgeving verloren, stelde zij. Waar komt het water uit de kraan vandaan en gaat de poep naartoe? Hoeveel energie kost het om water drinkbaar te maken en wat kan je doen om energie zelf lokaal te produceren? Een van de projecten waaraan het bureau werkt is De Ceuvel, een buurtje in Amsterdam bestaande uit gerecyclede woonboten op een oude werf die volledig autarkisch zal worden.

John Thackara stelde voor om het niet meer over de stad te hebben. Als bijdrage aan de manifestatie 'De Circulaire stad – Sustainist Design' lijkt dat een opmerkelijke uitspraak. Of toch niet? Ecologie en de circulaire economie stoppen niet bij een bestuursgrens, aldus Thackara.  Als we het dan niet meer over de stad mogen hebben, waarover spreken we dan? De term 'bioregio's' viel; gebieden die een intensieve uitwisseling kennen, bijvoorbeeld een wijk die landbouwproducten afneemt van boeren dichtbij. Bioregio's kunnen een gebied zijn met een oppervlakte van vele vierkante kilometers, maar ook een buurtje van een hectare waar lokaal water wordt gereinigd en energie geproduceerd.
John Thackara is initiatiefnemer en organisator van de spraakmakende 'Doors of Perception' conferenties die voor het eerst in 1993 in Amsterdam plaatsvonden. De conferenties agendeerde drie onderwerpen: digitalisering, vergrijzing en duurzaamheid. Vanaf 2000 vonden de conferenties in India plaats om realiteit, ideeën en toepassingen dichter bij elkaar te brengen. In plaats van 'designs, concepts, strategies and plans' is het volgens Thackara noodzakelijk de handen uit de mouwen te steken. In zich ontwikkelende landen moet dat ook wel, daar zijn er geen academici die plannen maken. Een project is vaak een noodzaak en initiatieven worden op eigen risico genomen zonder achtervang van de overheid. Door dingen te doen leer je hoe het beter kan, aldus Thackara. Door met buurtbewoners zelf een watersysteem aanleggen leert je slim te werken, efficiënt met materialen om te gaan en de kosten laag te houden. De ruilfactor is dat door mee te doen credits worden opgebouwd. Als je genoeg credits hebt opgebouwd komt de groep bij jouw thuis het systeem aanleggen. De nadruk op het 'handen uit de mouwen' steken betekent niet dat daarmee al het denkwerk overbodig is. Thackara stelde dat het nog steeds gaat om het ontwikkelen van kennis over stromen, systeemarchitectuur, het ontwikkelen van business modellen en het maken en testen van prototypes.

Michiel Schwarz schreef samen met Joost Elffer Sustainism is the new modernism (2011) en met Diana Krabbendam de Sustainist Design Guide (2013). Schwarz legde de nadruk op het maken van relaties en het activeren van mensen. ''Maar zijn relaties niet vluchtig en dynamisch?'', was een vraag uit publiek. Een terechte opmerking naar mijn idee, als de stad draait om relaties dan moet er een zekere duurzaamheid in die relaties bestaan. Bewoners switchen van werk-, leer- en woonomgeving. Systemen die lokaal gerund worden vragen om een stabiele groep gebruikers en een zekere mate van organisatie. Schwartz pareerde de vraag door te stellen dat schaal er niet toe doet als het gaat om de impact. Iets kleins kan op het leven van een klein aantal bewoners grote invloed hebben, zo stelde hij.

Het onderzoek naar de voorvoegsels van het woord economie op internet. Afbeelding uit de presentatie van Alastair Fuad-Luke.
Het onderzoek naar de voorvoegsels van het woord economie op internet. Afbeelding uit de presentatie van Alastair Fuad-Luke.

Alastair Fuad-Luke is werkzaam op The School of Arts, Design and Architecture in Finland. Finland is een verzorgingsmaatschappij. Zijn ervaring is dat veel Finnen daarom nogal passief zijn als het gaat om het samen opstarten van projecten, ze moeten er nog wat aan wennen. Op een vraag uit het publiek waar te beginnen was zijn advies 'go where the people are', mensen komen niet naar je toe. Met zijn studenten trekt hij er op uit. Als belangrijkste leemten in de opleiding van ontwerpers ziet Fuad-Luke filosofie en bedrijfskunde. Ontwerpers worden opgeleid als medewerkers alsof ze geen eigen baas zullen worden. Het ontbreken aan kennis over business modellen is voor veel initiatieven een bottleneck.
Fuad-Luke doe samen met zijn studenten onderzoek naar de relatie tussen duurzaamheid en economie; als iemand zegt dat het goed is voor de economie, vraag dan naar welke economie!, aldus Fuad-Luke. Een van zijn onderzoeken betrof de frequentie op het internet van voorvoegsels voor het woord economie, en hoe dit verandert. Bovenaan de lijst stonden woorden als global-, information-economy, maar vlak daarachter en nog boven nationale economie  stond diensteneconomie. Ook liet het onderzoek zien dat alternatieve modellen veelal voorvoegsels als open, green, money free etc. hebben. Dit laat volgens de onderzoeker interesse in open systemen zien. Hoewel het onderzoek zich beperkt tot het internet en daardoor beperkt tot diegene die daar toegang toe hebben geeft het desondanks inzicht in een trend waarbij open vormen van economie centraal staan.

Het zijn allemaal mooie observaties maar desondanks bekroop me een ongemakkelijk gevoel. Het publiek bestond hoofdzakelijk uit hoogopgeleiden die luisteren naar Engelssprekende intellectuelen die het hebben over 'handen uit de mouwen'. De getoonde projecten zijn hoofdzakelijk uitgevoerd door vrijwilligers geholpen door experts met specifieke kennis over bijvoorbeeld waterbeheer of stadslandbouw. Ontwerpers daarentegen zijn geen specialisten maar generalisten. Wat kan een architect zoals ik naast een initiërende en enthousiasmerende rol verder bijdragen aan  bij voorkeur spontaan tot stand komende projecten? De sprekers zouden waarschijnlijk hierop antwoorden dat ik het antwoord op mijn vraag alleen op kan vinden door naar buiten en aan de slag te gaan.