Feature —

Maakbaar Land

Marius Grootveld

In 2000 groeide de architecturale bomen tot in de hemel, met als een van de hoogtepunten het Expo 2000 paviljoen van MVRDV in Hannover; een conceptuele verbeelding van maakbaar Nederland en een lofzang op wat architectuur vermag. Marius Grootveld over de betekenis van het paviljoen anno 2013.

Het Nederlandse paviljoen van MVRDV bevindt zich nog steeds op het expo terrein in Hannover. Dertien jaar na dato staat het gebouw er vervallen bij. Overheersende sporen van gebruik laten scènes zien van een tweede leven. Een geheime glorieperiode. Een functie buiten de visie van de architect. Welke happenings hebben hier plaatsgevonden en in welke getale kwamen mensen er op af? Enkele plekken zien er bijna bewoond uit; kamperen we vandaag in het bos of overnachten we onder de sterrenhemel?
Dat ene jaar brave pr voor Nederland is leuk en aardig. Wat ik wil weten is hoe deze stapeling van kunstmatige decors echte lands-lagen zijn geworden. Stukken natuur, grotten en structuren waar de passanten hun nieuwe land hebben gecreëerd.

Deze zomer, op de Autobahn, reisde ik langs Hannover. Het puntje van het Nederlandse paviljoen liet zich even zien. Momentopnamen van mijn bezoek in 2000 lichtte op in mijn herinnering. Ik was verbaasd dat het gebouw daar, na 13 jaar zonder functie, nog stond.
Veel van het nu verlaten expoterrein is nog intact, alleen de gele kabelbaangondel mist. Na twee bochten doemt de Nederlandse reuzen sandwich op. De windmolens zijn van het dak gehaald, maar de rest van de gestapelde landschappen lijken nog compleet. Het Nederlandse paviljoen van MVRDV, waar toentertijd zulke lange rijen voor stonden, is nu omringd door kleurrijke wildgroei aan objecten. Het gaat goed samen met de jolige architectuur van het gebouw. Ik parkeer de auto, stap uit en kijk omhoog. Het besef dat dit bouwwerk hier nog echt staat dringt nu pas ten volle tot mij door. Het gaat gepaard met een verontrustend gevoel van verspilling. De overdadigheid van het gebouw in combinatie met de huidige stille, verwaarloosde en ongebruikte toestand voelt ongemakkelijk en decadent aan. Het herinnert aan tijden van voorspoed en overdaad; tijden van voor de crisis. Dit gebouw, wat vroeger een antwoord trachtte te geven op het ruimteprobleem in Nederland, is nu zelf een teken van ruimteverwaarlozing.

Ik klim over een hek het gebouw binnen. De liften, waar in het verleden de rondgang van boven naar beneden begon, staan levenloos met ingeslagen ruiten onderaan hun schacht. Noodgedwongen begin ik de route daarom onderaan. Hier stellen grote betonnen structuren de Nederlandse duinen voor. Je kunt er onderlangs of overheen. De wanden zijn beklad met graffiti, als in een prehistorische grot. Het bijbehorende vuil en resten van kampvuren zijn ook aanwezig. De rust die er heerst, de donkere nissen en de sporen van gebruik geven de ruimtes iets mysterieus. De vergetelheid waar het gebouw in verkeert heeft een anonieme kwaliteit. Je loopt niet door het sterexpopaviljoen van MVRDV maar eerder door een serie surrealistische verlaten decors.

Een hellingbaan brengt mij van de duinen naar de laag waar eens tulpenvelden stonden. Het is er leeg op slechts betonnen kolommen en een geel plafond na. De verdieping doet denken aan een van de vele Nederlandse opgevrolijkte parkeergarages. Misschien is het expopaviljoen vandaag de dag ook wel te lezen als een alternatieve selectie van Nederlandse lagen. In plaats van de most desired places bestaan de lagen nu uit Nederlands least desired places; onze functionele reststukken, de plekken waar de vormgeving ontbreekt maar waar het gebruik of misbruik de plek definieert.

De route wordt nu buiten het gebouw getild, ik passeer de laag met de grote grijze bloempotten waarin de bomen op de verdieping daarboven wortelen. Ook hier is de symboliek aangevuld met nieuwe leuzen van post-expobezoekers.

Op de bomenlaag aangekomen ziet de gedeeltelijk ontbaste boomstronkconstructie er niet erg betrouwbaar meer uit. De constructief gegarandeerde levensduur bleek al 8 jaar verlopen te zijn. Maar de groenlaag is nog groen, alles leeft en groeit. Tussen de oorspronkelijke ingevlogen bomen zijn nu ook lokale soorten ontsprongen. De verzande bodem is bezaaid met losgeslagen stukken gebouw en achtergelaten gerief. Ook hierin herken ik beelden uit Nederland, stukken restgroen langs tankstations of tussen snelwegen. Door de verwaarloosde toestand verdwijnt de intentie van de architect. Van de grappende MVRDV architectuur is een onuitgesproken maar vormbaar residu overgebleven. De lagen lijken veel minder een serie opgezette decors en worden anoniemere maar authentiekere plekken. In plaats van slechts representatief lijken de stukken Nederland nu natuurgetrouw.

Via de theaterlaag waar een uitkijk over de bijna Hollandse platheid van Hannover en omgeving wordt geboden, loop ik naar het dak. De kunstmatige duin heeft zijn grasdak verloren en ontbloot een folie. De nu donkere bult doet denken aan een bunker, meer dan aan de duinen zelf. Binnenin is een vervagende sterrenhemel te zien. De recent aangebrachte leuzen verwoorden de nieuwe dromen.

Naar beneden langs de trappen kijkend lijkt de MVRDV visie gebouwd te zijn als een karikatuur van tijden van voorspoed en onbeperkte groei. Maar uiteindelijk ook van tijden van de Bubble en de korte termijn. De structuur die blijft staan verliest zijn betekenis en verandert in een stapeling doelloze ruimtes. De voelbare afwezigheid van de architect in de vervallen vertrekken vormt de basis voor een nieuwe interpretatie. Als landschappen in de natuur worden de overwoekerde lagen gecultiveerd door de recente bezoekers. Een nieuw land, een maakbaar land.