Feature —

Dagboek Spanje: Zelfvoorzienend omgaan met leegstand

Elies Koot

Nederlandse architecten en ontwikkelaars gingen naar Spanje om te leren van Spaanse architecten en ontwikkelaars hoe ze zelfredzame bottom-up initiatieven kunnen inzetten om leegstaand vastgoed te herontwikkelen. Elies Koot, projectontwikkelaar bij KondorWessels Vastgoed, was een van de deelnemers van de Nederlandse delegatie en hield een dagboek bij.

Deel van de groep bij IAAC Foto: Architectuur Lokaal
Deel van de groep bij IAAC Foto: Architectuur Lokaal

Dag 1: Indrukwekkende kennismaking (15 november 2013)
Na te zijn aangekomen op Barcelona Airport brengt de taxichauffeur ons naar een plek net buiten de stad in de bergen. Een offroad oprit leidt naar een geweldig landhuis met uitzicht op de stad Barcelona, het Valldaura huis. Dit landhuis is een voormalig privéhuis en nu eigendom van het Iaac Instituut, een instituut voor toegepaste architectuur in Catalonië. Komend weekend is dit onze verblijfplaats. Ana, de gastvrouw, vertelt dat Valldaura een zogenaamd fablab is en gebruikt wordt voor onderzoek op het gebied van zelfredzame en duurzame systemen. Iedere ruimte in het huis heeft zijn eigen thema en het huis is bijna geheel zelfvoorzienend. Het voedsel wordt op het landgoed geproduceerd, regenwater wordt opgevangen en het huis wordt verwarmd door authentieke openhaarden.

Bij de warmte van de openhaard stellen de Spaanse en Nederlandse deelnemers zich aan elkaar aan elkaar voor. Barbara Asselbergs (Designarbeid), Michiel Bakkum (Royal Haskoning), Sander Breider (ABC Nova), Ana Fernandez (Estudio KAW 2), Sander Hazevoet (Vitibuck architecten), Simon de Jong (Spacefirm), Elies Koot (KondorWessels Vastgoed), Wouter Valkenier (Studio Valkenier) en Francisco Javier Romeo Varo (Studio Romero/Bonifaci). Dit weekend zullen we samen zoeken naar antwoorden op vragen zoals: Wat voor aanpak hanteren ze in Spanje voor de leegstandsproblematiek? Kan een bottum-up initiatief een politiek instrument worden? Wat is de visie achter de zelfvoorzienende fablabs van het Iaac? Wat is de rol van de architect en de ontwikkelaar in Spanje? Is de architect de constructeur van de toekomst?

Huis Valldaura Foto: Architectuur Lokaal
Huis Valldaura Foto: Architectuur Lokaal

Dag 2: Intellectuele discussies (16 november 2013)
Eenmaal wakker geworden in het rustieke landhuis wordt duidelijk dat het huis zich bevindt midden in een bergvallei. Ana vertelde ons tijdens het ontbijt dat het huis geheel opgeknapt is met materialen uit de omgeving en met klushulp van studenten. Het gebruik maken van lokale producten en resources uit de omgeving maakt onderdeel uit van de zelfredzaamheidvisie van Valldaura.

Na het ontbijt stellen de begeleiders, Ana Martinez (coördinator Valldaura), Rodrigo Rubio (IAAC), Leo Versteijlen (SITE urban development) en Carolien Ligtenberg (Bureau Zwirt) zich voor met een korte toelichting over het werk wat ze doen. Een begeleider oppert dat leegstand niet echt het probleem is. Het probleem is eerder dat de plannen voor vastgoed vaak te ambitieus zijn waardoor gebouwen leeg blijven staan. Zou het niet beter zijn de lege plekken van onderop te herprogrammeren? Deze vraag is aanleiding voor een discussie over wat nu de verschillen zijn tussen de Nederlandse en Spaanse situatie.
Een belangrijk verschil is dat wij in Nederland de positie hebben de politiek te beïnvloeden. Spanje is veel hiërarchischer georganiseerd en de verschillende lagen in de samenleving zijn meer gescheiden. Het idee van zelfredzame initiatieven in Spanje komt voort uit het feit dat er weinig vertrouwen is in de mate waarop invloed uitgeoefend kan worden op politiek niveau. Men probeert daarom iets op lokale schaal te bewerkstelligen, buiten het systeem om. Je creëert een nieuw zelfvoorzienend systeem dat lokaal zowel op sociaal, technisch als op economisch gebied zelfredzaam is, waarmee eventueel op de langere termijn (door te laten zien dat het werkt) de politiek overtuigd kan worden. Probleem waar de Spanjaarden wel tegenaan lopen is dat schaalvergroting lastig is als er buiten de grotere economische en politieke systemen wordt gewerkt.

Aan het eind van de dag zijn de Nederlandse casussen aan de beurt. De Nederlandse architecten en ontwikkelaars mochten een casus inbrengen waar ze in de praktijk mee bezig zijn. Uiteindelijk zijn drie casussen gekozen die gedurende het weekend behandeld en uitgewerkt worden.
De eerste casus is een cultureel paviljoen op Sloterdijk. Sloterdijk is een mono functioneel kantoorgebied dat te kampen heeft met veel leegstand. Middels een guerrilla actie hebben een aantal initiatiefnemers het  voor elkaar gekregen dat de gemeente een stukje grond voor het station Sloterdijk tijdelijk in bruikleen aanbied. De vraag is wat voor invulling gegeven kan worden aan een dergelijk cultureel paviljoen op deze plek en welke rol krijgt de zelfredzaamheid hierin.
De tweede casus is IJburg II, een eiland waarvan al vaststaat dat de grond opgespoten gaat worden maar waar vraagtekens staan bij de toekomstige ontwikkeling. Is er wel voldoende vraag om dit gebied tot compleet nieuw woongebied te ontwikkelen?
Tot slot, De Pier, een icoon in Nederland. Er lijkt geen koper te vinden voor dit private opstal. De vraag is wat de meest geschikte aanpak is om de herontwikkeling van de pier van de grond te krijgen.

Morgen gaan we kijken wat de Spaanse aanpak voor onze casussen zou kunnen betekenen.

In Spaans-Nederlandse werkgroepen brainstormen over de casussen Foto: Architectuur Lokaal
In Spaans-Nederlandse werkgroepen brainstormen over de casussen Foto: Architectuur Lokaal

Dag 3: De Spaanse aanpak en filosofie van Iaac (17 november 2013)
Manuel Gausa (Directeur Iaac) neemt ons op de derde dag mee in de gedachtegang van Iaac. Het is een instituut dat functioneert als mediator tussen verschillen de lagen in de Spaanse samenleving. Denk aan de politiek, de maatschappij, de jongere generatie en het bedrijfsleven. Als architect in je eentje bereik je weinig maar door samen te werken met andere partijen (burgers, ontwikkelaars) is het mogelijk een statement te maken, gezamenlijk een visie na te streven. Volgens Gausa moet er weer een gezamenlijke stedelijke visie zijn, een droombeeld bij je stad. Uiteindelijk moet het volgens Manuel niet gaan om individueel succes maar om collectief succes. Dat is wat de stad beter zal laten functioneren.

Nu we de Spaanse filosofie op ons hebben kunnen laten inwerken, gaan we wederom in de samengestelde groepjes uiteen om de Spaanse aanpak uit te werken voor de Nederlandse casussen. Aan het eind van de dag presenteren we naar lang brainstormen en filosoferen onze casus resultaten en kregen we de kans om Manual vragen te stellen.
Voor  het cultureel paviljoen wordt bedacht dat het een zelfvoorzienend paviljoen zou moeten worden waar de cyclus van zaadjes tot boom centraal staat. De lege kavels zouden o.a. gebruikt moeten worden om  schoolkinderen te leren hoe de lokale voedselproductie werkt. Een plan dat past binnen de gezondheidseconomie en dat een positief uitstralingseffect heeft op de openbare ruimte en op zijn omgeving.
IJburg II zou een regionaal zelfvoorzienend eiland moeten worden waar mensen tijdelijk komen te wonen in een soort demontabele units, een langzaam groeiend eiland, waardoor leegstand wordt voorkomen.
Bij de Pier wordt de Spaanse filosofie vertaald in een nieuwe zienswijze op de verkoop van de pier. Het gaat hierbij niet zozeer om de verkoop van het gebouw aan èèn eigenaar maar om de maatschappij (en de politiek) het gevoel van eigenaarschap over de Pier te laten krijgen, door hen het belang van het behoud van de Pier te laten inzien. Niet de verkoop van het gebouw an sich maar de verkoop van het  maatschappelijk belang van de Pier aan het publiek en de politiek zou, in de Spaanse filosofie, de focus moeten zijn.

Na een lange dag vat Indira van ’t Klooster van Architectuur Lokaal, die deze reis organiseerde, de (Spaanse) oplossingen samen. Bij IJburg II zit de oplossing in uit het systeem stappen en werken aan een eiland dat zich langzaam zelfstandig ontwikkelt. Bij de Pier gaat het om een publiek/privaat debat en hoe met een lokaal initiatief de politiek overtuigd kan worden van de publieke meerwaarde. Het cultureel paviljoen op Sloterdijk zoekt tot slot naar een zelfvoorzienend sluitend systeem op lokale schaal.

Eindpresentatie casus IJburg II Foto: Architectuur Lokaal
Eindpresentatie casus IJburg II Foto: Architectuur Lokaal

Dag 4: Excursie (18 november 2013)
Op onze laatste dag gaan we op bezoek bij het Iaac instituut zelf. Tomas Diaz presenteert de visie van de Fablabs, een coöperatieve werkplaats waar studenten, architecten en ontwikkelaars samenwerken aan ideeën en ze ook daadwerkelijk zelf realiseren, en de rol van Iaac hierin (in tegenstelling tot Nederland zijn de Fablabs in Spanje een privaat gefinancierd initiatief).
In een Fablab kun je geen producten kopen of iemand opdracht geven iets voor je te maken, er wordt alleen gefaciliteerd (apparatuur en materialen). Je kunt er zelf je producten maken, bijvoorbeeld door je eigen vectorbestand te laten uitsnijden in hout met een lasersnijder van Fablab, in ruil voor het delen van je kennis. De visie achter het Fablab is kennis in eigen huis houden en gebruiken om producten zelf te maken. Diaz noemt het de derde industriële revolutie, zelfvoorzienend op een geheel nieuwe manier. Niet door eigen groente te verbouwen maar door eigen producten te maken.

Terugblik

Vanuit de Spaanse filosofie kan het in sommige gevallen slim zijn om bottom-up, buiten het systeem en op lokale schaal, een initiatief uit te werken om daarmee de politiek te kunnen beïnvloeden. Een dergelijk initiatief is vooral succesvol wanneer het op maatschappelijk, sociaal, fysiek en economisch geheel of gedeeltelijk zelfvoorzienend is. Ik heb vooral geleerd van deze Spaanse filosofie dat je met een goed uitgevoerd idee op lokale schaal ook zonder volledig draagvlak vanuit de politiek machtig kunt zijn.
Daarnaast heb ik in de Fablabs gezien dat het niet de kennis is die machtig is maar vooral de kennisdeling en de gezamenlijke toepassing ervan. Wij als architecten en ontwikkelaars staan voor de uitdaging om onze kennis meer met elkaar te delen en gezamenlijk onze schouders te zetten onder de collectieve stedelijke vernieuwingsopgaven. De belangrijkste competentie die we hierbij nodig hebben is de kracht om te kunnen verbinden. En het gaat hierbij niet alleen om de fysieke bouwopgaves maar ook om het verbinden van de sociale en economische netwerken in de stad (bijvoorbeeld bewoners of verschillende investeerders bij elkaar brengen)

Deze aanpak kan kansrijk zijn om onze nieuwe toekomst als architect en ontwikkelaar te ontdekken. Onze oude rollen als architecten en ontwikkelaars leggen we terzijde. De architect is de innovator en constructeur van de toekomst, en omdat de architect eigen werk creëert en samen met andere partijen zoekt naar kansen is de architect ook een ontwikkelaar. De ontwikkelaar is de promotor en de verbinder tussen de verschillende lagen die er allen toe doen.
Voor deze nieuwe aanpak is een gezamenlijke visie en een samenwerking essentieel om uiteindelijk invloed te kunnen uitoefenen op grotere schaal om daarmee onze droomsteden te kunnen realiseren.