Feature —

Sociaal Veilige Stedenbouw

Dirk Verhagen en Manuel Lopez

Bij de aanpak van veiligheidsproblemen in woonwijken is de afgelopen jaren veel ingezet op het verbeteren van de sociale, maatschappelijke en economische positie van de bewoners. Over de invloed van deze maatregelen is inmiddels veel bekend. Kennis over de relatie tussen sociale veiligheid en de stedenbouwkundige structuur is echter beperkter voorhanden. Verschillende theorieën laten zien dat sociale problemen zoals criminaliteit en slechte leefbaarheid sterk samenhangen met de manier waarop mensen zich door de openbare ruimte bewegen en de ruimtelijke kwaliteiten van het stratenpatroon. Dit was aanleiding voor RCM-advies, van Nes Stedenbouw en Urban Synergy hier verder onderzoek naar te doen.

Kanaleneiland Noord, Utrecht - foto auteur
Kanaleneiland Noord, Utrecht – foto auteur

In 2012 en 2013 is toegepast onderzoek uitgevoerd waarbij sociale veiligheid en leefbaarheid in Nederlandse woonwijken vanuit ruimtelijk oogpunt zijn benadert. Dit onderzoek heeft niet alleen geleid tot kennisontwikkeling. Door ontwikkelende en ontwerpende partijen actief bij het project te betrekken, werden de bevindingen van het onderzoek getoetst en naar de praktijk vertaald in lokale casussen. Dit leidde tot concrete (her)inrichtingsvoorstellen en maatregelen voor de binnen dit project aangedragen pilotwijken in Alkmaar, Deventer, Eindhoven, Maastricht en Utrecht.

Het onderzoek Sociaal Veilige Stedenbouw maakt duidelijk dat de relatie tussen de stedenbouwkundige structuur en leefbaarheid groot is. Dit geldt niet alleen voor de mate waarin verschillende vormen van criminaliteit worden gepleegd, maar laat ook de potenties voor vitaal straatleven en kleinschalige economische bedrijvigheid zien. Eén van de meest opvallende conclusies van het onderzoek is dat een groot deel van de hedendaagse nieuwbouwwijken – ook wel Vinex-wijken genoemd – in ruimtelijke structuur sterke overeenkomsten vertonen met de modernistische woonwijken uit de Vogelaarlijst. Beide soorten wijken hebben een stedenbouwkundige structuur die matig tot slecht scoort op een belangrijk deel van de onderzochte variabelen (toegankelijkheid, verbondenheid, vitaliteit, zichtbaarheid en identiteit). Ze zijn in de regel matig tot slecht toegankelijk, openbare ruimten – zoals straten, parken en pleinen kunnen slecht bereikt worden. Deze wijken scoren ook laag voor wat betreft hun ruimtelijke verbondenheid met de hoofdstraten van de stad en omliggende wijken en hebben weinig ruimtelijke potenties voor een vitaal straatleven of kleinschalige economische bedrijvigheid. Hoofdstraten waar de kans op menging en ontmoeting groter is, lopen vaak om de wijk heen en niet langs lokale centra en voorzieningen centraal in de wijk. De ruimtelijke structuur en de locatie van de voorzieningen versterken elkaar hierdoor niet. Ook de visuele relatie tussen de private en publieke ruimten laat te wensen over doordat veel van de woningen hun voorkant van de straten af wenden en veel parken en pleintjes uit het zicht van omliggende bebouwing liggen.

Vaartbroek, Eindhoven - foto auteur
Vaartbroek, Eindhoven – foto auteur

Vinex-wijken
Een groot deel van de Vinex-wijken is opgezet als ‘autoluwe’ woonwijk. Om er voor te zorgen dat de wijken voor autoverkeer beperkt toegankelijk zijn, worden ze vaak slechts aan één kant ontsloten. In veel Vinex-wijken worden de verkeersstromen voor snel- en langzaam verkeer grotendeels gescheiden en de routestructuur wordt soms geknipt. Dit leidt tot een stratenpatroon dat voor autoverkeer zowel op stedelijk als lokaal niveau slecht toegankelijk is. De ingrepen zorgen voor meer verkeersveiligheid, maar leiden er ook toe dat niet-bewoners de woonwijken minder vaak aandoen waardoor er geen natuurlijke menging plaatsvindt van bewoners en passanten. In de pilotstudie in Alkmaar zijn voorstellen gedaan om de toegankelijkheid en verbondenheid van de woonwijk te verhogen. Dit door de tweede toegangsweg tot de wijk (die nu door een bussluis is afgesloten) ook voor autoverkeer open te stellen en het versimpelen van de interne structuur. Lokale woonstraten zijn hierdoor beter verbonden met de hoofdstraten, waardoor ze minder kwetsbaar zijn voor woninginbraken en overlast juist omdat er meer mensen gebruik van zullen maken.

Door te schuiven in het verkavelingspatroon van de zijstraten is het mogelijk om een ontmoetingsplek aan het lint te situeren.
Door te schuiven in het verkavelingspatroon van de zijstraten is het mogelijk om een ontmoetingsplek aan het lint te situeren.

Op inrichtingsniveau valt op dat de woningen in Vinex-wijken op bouwkundig niveau (conform de recente eisen van het Bouwbesluit) goed beveiligd zijn, maar wel veelal met de achterkant of blinde kopse kanten naar de hoofdroutes en groenzones zijn georiënteerd. De hoofdroutes lopen in de regel om de wijk heen en niet langs lokale wijkcentra of buurvoorzieningen. In een van de onderzochte nog te ontwikkelen Vinex-wijken is de hoofdontsluitingsweg door de wijk bedacht als dorpslint dat door het hart van de wijk loopt. Het dorpslint is in de uitwerking van het plan echter veranderd in een breed profiel waarbij de entrees en grote raampartijen zich op de zijstraten richten. Met deze oriëntatie proberen de ontwikkelaars en ontwerpers voor bewoners een gevoel van privacy en intimiteit te creëren, maar dit komt het natuurlijk toezicht en binding met de buurt niet ten goede. Het dorpslint wordt zo een monotone en anonieme openbare ruimte. Aan een ontsluitingsweg door de wijk wil volgens de ontwikkelaar niemand wonen. Toch ligt hier een kans om een straat te maken waar de toekomstige bewoners elkaar ontmoeten. Een straat die tussen een rustige woonstraat en een brede hoofdontsluiting in zit, waar zowel fietsers, automobilisten als voetgangers samen komen en waar plek is voor bedrijvigheid.

Een plein aan het lint is een aantrekkelijke vestigingsplek voor de vele zzp-ers.
Een plein aan het lint is een aantrekkelijke vestigingsplek voor de vele zzp-ers.

Een groot deel van de Vinex-wijken is monofunctioneel ingericht met een programma dat uitsluitend is gericht op wonen. In deze wijken zijn weinig tot geen voorzieningen en ook de plekken voor ontmoeting zijn er gering. In Vroonermeer (de Alkmaarse pilot) is, afgezien van een aantal maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend voorzien in wonen. Samen met de gemeente is gekeken of er plekken geschikt zijn voor ontmoeting en economische bedrijvigheid. In Alkmaar vonden we een dergelijke plek bij de entree van de wijk. Bij de entree worden het Noordelijk en Zuidelijk deel van de wijk nu nog van elkaar gescheiden door een grote ontsluitingsweg met aan weerszijden geluidswallen, achterkanten van woningen en grote groenzones. De ruimtelijke potenties van deze plek zijn zeer hoog, waardoor deze kan uitgroeien tot een bestemming die niet de scheiding maar juist de verbinding tussen de twee buurten vormt.

Pilot Alkmaar. Deze plek kan – gezien de ruimtelijke condities – zowel lokaal als op een hoger schaalniveau een belangrijke ontmoetingsplek worden.
Pilot Alkmaar. Deze plek kan – gezien de ruimtelijke condities – zowel lokaal als op een hoger schaalniveau een belangrijke ontmoetingsplek worden.

Tot slot
Vinex-wijken zijn nog niet aangewezen als probleemwijken, maar vertonen qua ruimtelijke structuur sterke overeenkomsten met modernistisch opgezette aandachtswijken uit de naoorlogse periode. In het nieuws verschijnen steeds vaker berichten over Vinex-wijken die achterstandsbuurten dreigen te worden. In veel van deze wijken klagen bewoners nu al over inbraken, bedreigingen, vandalisme en overlast. De effecten van sociale onveiligheid op het woongenot, de beleving en leefbaarheid van woonwijken zijn groot. De pilotstudies maakten duidelijk dat er nog weinig aandacht is voor de relatie tussen de ruimtelijke structuur van een wijk en sociale veiligheid. Verkeersveiligheid, planologische kerngetallen en de wensen van ontwikkelaars lijken vaak belangrijker. Hierdoor ontstaan ruimtelijke structuren die kwetsbaar zijn voor sociaal ongewenst gedrag en overlast.

Een wijk die stedenbouwkundig goed in elkaar zit, heeft niet alleen minder last van criminaliteit en overlast. Het heeft ook meer potenties voor economische bedrijvigheid en een levendig straatleven. Het project Sociaal Veilige Stedenbouw presenteert een systematiek om de ruimtelijke structuur van woonwijken te analyseren. De ontwerp principes die hier uit voortkomen zijn erop gericht de gelegenheid tot criminaliteit en overlast zoveel mogelijk te beperken door middel van ruimtelijke maatregelen. Voor ontwerpers, overheden en ontwikkelaars is het belangrijk om vroeg in het ontwerpproces na te denken over de ruimtelijke opzet van de wijk in relatie tot de sociale veiligheid, levendigheid en bedrijvigheid. In bestaande wijken is het lastig om de structuur ingrijpend te wijzigen. Bij herstructurering en nieuwbouw liggen er echter volop kansen die een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan verbetering van de sociale veiligheid.