Feature —

Op een creatieve manier de revolutie aangaan

Myrta Otten

Je zou denken dat een feestelijke debatnacht (incl. drank en dj) niet de meest geschikte plek is om gefocust een discussie over de prijsvragencultuur in de architectuur te houden. Maar dat bleek mee te vallen. Terwijl in de Grote Zaal van de Rotterdamse Arminiuskerk ’een felle afreking met 2013’ plaatsvond, was de aandacht in de Raadszaal van de kerk helemaal gericht op de vraag wat we nu moeten met prijsvragen die meer op loterijen lijken dan op een gerichte kans op een (bouw)opdracht.

v.l.n.r.: Astrid Aarsen, Piet Vollaard, Frederik Pöll, Lodewijk Reijs (foto: Myrta Otten)
v.l.n.r.: Astrid Aarsen, Piet Vollaard, Frederik Pöll, Lodewijk Reijs (foto: Myrta Otten)

Aanleiding voor het debat ‘Çreativiteit kost geld’ was de column van Frederik Pöll (Frederik Pöll Architect) op ArchiNed waarin hij jonge ontwerpers oproept tot een boycot van de prijsvragencultuur. “Maar waarom doen architecten dan mee als het allemaal blijkbaar zo slecht gesteld met die prijsvragencultuur?”, vraagt moderator Lodewijk Reijs. Volgens Pöll zijn er momenteel teveel architecten en is er te weinig werk, en hoewel hij op de bank zitten ook geen aantrekkelijk alternatief vindt, lijkt het hem goed als architecten zich meer bewust zijn van de uitholling van hun positie door het meedoen aan prijsvragen met slechte voorwaarden De eerste inbreng uit de zaal is er direct die te verwachten viel: een architect die succesvol is en dat niet onder stoelen of banken steekt. Hij wijst erop dat studenten op de academies aangemoedigd worden om na hun afstuderen vooral met prijsvragen mee te doen. Onjuist volgens hem want “je kunt beter gaan ondernemen dan meedoen aan een prijsvraag.”
Piet Vollaard, architectuurcriticus en een van de uitgenodigde sprekers, is een stuk positiever over de kansen die prijsvragen biedt. “We (architecten MO) zijn in de jaren ’80 gered door prijsvragen. Die we zelf organiseerden“. Vollaard roept op om prijsvragen te hacken in plaats van te boycotten, om zo van binnenuit het gesprek aan te kunnen gaan met opdrachtgevers. “Of zet je eigen prijsvraag op. Er buitenstaan is nooit de oplossing”.
Astrid Aarsen, architectuurhistoricus en ook panellid, sluit daarop aan door te stellen dat meedoen net zo belangrijk kan zijn als het winnen en dat de vergoeding die er in de vorm van prijzengeld of opdracht wordt aangeboden dus niet per se van belang is. Desgevraagd beaamt een aantal op de eerste rij gezeten jonge architecten dit: “ Wij hebben aan het begin van onze carrière veel meegedaan, niet alleen om te winnen”. Anderzijds mogen de voorwaarden inderdaad beter, aldus Aarsen, en daarom zou de vraag naar opdrachtgevers ook teruggekaatst moeten worden. “Ga op een creatieve manier de revolutie aan. Daag opdrachtgevers uit om met betere vragen en voorwaarden te komen, bijvoorbeeld door een prijsvraag uit te schrijven waarbij opdrachtgevers een architect kunnen winnen in plaats van andersom.”

Foto:
Foto: Henrik Ström

Het klinkt heel mooi ‘hacken’ en ‘het gesprek aangaan met opdrachtgevers’, maar hoe realistisch is dit als ook honderd anderen meedoen en de opdrachtgever bij het formuleren van de prijsvraag geen blijk geven van enige kennis met betrekking tot de ontwerppraktijk? In deze markt moet je wel heel stevig in je schoenen staan, wil je op wat voor manier dan ook de revolutie aangaan. Eén muisje is geen optocht. Een revolutie begin je niet alleen. Hoe zorg je ervoor dat alle architecten tegelijkertijd ‘nee’ of  ‘ja, maar…’ zeggen tegen de ‘almachtige’ opdrachtgevers?
Twee jonge architecten die bewust niet meedoen aan prijsvragen zien in de column van Pöll dan ook een oproep tot solidariteit: “Hij mist iemand die opkomt voor de beroepsgroep”. Iemand die de troepen leidt dus? Helaas laat de moderator deze opmerking liggen om toch weer terug te keren naar de vraag of het niet gewoon een kwestie is van ‘meedoen met goede prijsvragen, slechte prijsvragen laten schieten’.
Het debat verschuift naar vergelijkingen met vroeger en met het buitenland. Met name over Duitsland is men het unaniem eens dat de prijsvragencultuur daar veel beter is. Een architect uit de zaal: “Ik doe in het buitenland wel mee, want daar mag je bouwen.” Het is deze avond een veelgehoord kritiekpunt op de vele ideeënprijsvragen die in Nederland worden georganiseerd. Een ander wijst erop dat prijsvragen in Duitsland beter gereguleerd zijn door middel van toezichthoudende commissies. En zoals vaak wordt weer de vraag gesteld: ‘Ligt hier een rol voor BNA?’

Met die vraag wordt de avond afgesloten. Terwijl alle panelleden hun standpunt nog een keer mogen samenvatten, loopt de zaal al langzaam leeg. In de grote zaal begint een debat over het bestaan van God. Daar kun je als architect natuurlijk niet tegenop.