Recensie —

Waar spoken elkaar ontmoeten

Allard Jolles

Bijna was het plaatsje Higley opgeslokt door oprukkende sprawl in de East Valley van Phoenix, Arizona. Bijna, want de huizencrisis bleek hardnekkig en de ontwikkelingen kwamen abrupt tot stilstand. Hoe ziet ‘vooruitgang’ eruit als die net niet heeft plaatsgevonden? Fotograaf Andrew Phelps probeert het te vangen in zijn boek Haboob, en maakt zichtbaar wat eigenlijk niet te zien is: overdonderende afwezigheid. Allard Jolles is onder de indruk.

Foto uit het besproken boek
Foto uit het besproken boek

Het gaat altijd om het verhaal. Iedere verzameling foto’s kan schitterende platen bevatten, maar die platen worden pas echt krachtig als ze onderdeel zijn van een groter geheel en samen iets duidelijk maken. Wat ze dan duidelijk maken hangt natuurlijk van het onderwerp af. In Haboob behandelt fotograaf Andrew Phelps de gestokte vooruitgang in het plaatsje Higley. Hij woont zelf tegenwoordig in Oostenrijk, maar een deel van zijn familie is altijd in de East Valley blijven wonen. Hij kent Higley goed en maakte in 2007 al het fotoboek Higley, waarin de snelle uitbreiding en modernisering van het plaatsje nog centraal stonden. Het kan verkeren. Nu zien we legen straten, niet afgebouwde stoepen, eindeloze rijen muren waarachter geen huis te zien is, en heel veel zand. Het Arabische woord Haboob betekent overigens ‘sterke zandstorm’, een treffend gekozen metafoor voor het stilvallen van alle bouwprojecten en vervolgens de natuur die de omgeving weer met zichtbaar genoegen overneemt van de ontwikkelaar. In Nederland hebben we weliswaar velden waar ooit vrije kavels gedacht waren en nu slechts een enkel huis staat; op de Higley-schaal is de afwezigheid van vooruitgang bij ons pas zichtbaar als het onkruid straks het eerste lege, nauwelijks gebruikte bedrijventerrein overwoekert.

Foto uit het besproken boek
Foto uit het besproken boek

Paarden
Hoe vertelt Phelps zijn verhaal? Het boek opent met zo’n zandstorm, maar dan gefotografeerd vanaf een tv die waarschijnlijk staat in een woonkamer van een van de huizen in Higley. De slotplaat in het boek is ook zo’n zandstorm, maar dan buiten, gefotografeerd terwijl Phelps omkijkt richting Higley als hij het gebied nog een laatste keer in ogenschouw neemt. Dat tv-beeld staat symbool voor een betere toekomst, waarin die ‘lastige’ natuur alleen nog vanuit de veiligheid van het eigen huis binnen komt – en naar believen met de afstandsbediening uitgezet kan worden. In Higley is de woestijn echter nog steeds alomtegenwoordig en voorlopig winnaar in de tweekamp met de sprawl. Zo zou je kunnen zeggen dat het ruige beeld van het verleden, het negentiende-eeuwse Wilde Westen, met pioniers, cowboys en paarden het heft weer in handen neemt. Maar paarden zijn in het boek alleen aanwezig op een foto van een stalen hek waarin paarden figureren, een hek dat mogelijk de entree van een moderne ranch met zwembad had moeten worden. Het ene is weg, het andere zal waarschijnlijk nooit komen. Op de kaft van het boek zijn deze paarden in een glimmend vernislaagje over een foto van zand en verwaaide kleurenstaatjes voor verf heen gedrukt, als schim van heden en verleden; verleden zowel als toekomst zijn in het huidige Higley spookbeelden.

Foto uit het besproken boek
Foto uit het besproken boek

Zwarte leegte
Het kan nog heftiger. Centraal in het boek staat een foto van een entree tot een kavel, bestaande uit een poort tussen twee muren waarachter een hek te zien is en daarna een enorm zwart gat: niets. Bovenop de poort, die op zijn allersimpelst gemaakt is van drie gelijke balken, staat ‘North Of Nowhere’. Als we de boodschap van Phelps’ verhaal nog niet door hadden, krijgen we hem nu recht in het gezicht. Foto’s van straten met hier en daar een gebouw of een eenzaam billboard, zonder mensen of auto’s, worden afgewisseld met foto’s van speelgoedauto’s, een kind op een speelgoedtruck of een openluchtshowroom van een autoverkoper – zonder klanten, natuurlijk. Dit contrast maakt het extra pijnlijk voor Higley. De ‘vooruitgang’ is alleen in de fantasie aanwezig, de straten de parkeerplaats bij het winkelcentrum zullen voorlopig leeg blijven.

Octopus
In de woestijn ontbreekt nog iets: water. Phelps laat ons kurkdroge tuinen zien, met een niet werkende fontein in het midden, een uitgedroogde greppel (met putten – je weet maar nooit) en een gezin in het zwembad in de achtertuin. Op één foto zien we zelfs een schilderij van de zee tegen een zonovergoten houten wand staan. In het midden van het schilderij is een enorme octopus bezig een driemaster de golven in te trekken. Phelps heeft, door zijn verhaal met dergelijke contrasterende beelden te larderen, op krachtige wijze precies dàt moment in stadsuitbreiding in beeld gebracht waarop stagnatie intreedt voordat de ontwikkelingen goed en wel begonnen zijn. Waar Higley eerst opgeslokt leek te worden door het uitdijende Phoenix, bleek de woestijn oppermachtig. Een octopus komt in vele gedaanten.