Nieuws —

Archiprix 2013: Reversed Boogie Woogie

Donna van Milligen Bielke

Donna van Milligen Bielke maakte voor haar afstuderen een nieuw ontwerp voor de Amsterdamse Stopera. Een project waarbinnen ze de grenzen tussen architectuur en stedenbouw opzocht.

Reversed Boogie Woogie is een stad in de stad, een gebouw in de stad en tegelijkertijd een stad in een gebouw. Een project waarbinnen de grenzen tussen architectuur en stedenbouw worden opgezocht, overschreden of zoekgemaakt waardoor geheel nieuwe, ongekende verbindingen ontstaan tussen beide.

Reversed Boogie Woogie
is een voorstel ter vervanging van de bestaande 'stopera'. Het ontwerp omvat dezelfde functies als het bestaande gebouw, het Amsterdamse stadhuis, de Nederlandse Opera, het metrostation Waterlooplein en de Waterloopleinmarkt. Het is gevestigd op de huidige locatie. De opgave is ontstaan uit de ergernis over het bestaande gebouw die bij mijzelf, maar ook bij vele andere Amsterdammers, en bezoekers heerst. Ik heb al menig zoekende toerist moeten teleurstellen met het feit dat het grote gesloten gebouw dat zo pontificaal de stedelijke ruimte frustreert, toch echt het Amsterdamse stadhuis is.

Een stadhuis is een belangrijk onderdeel van de stad. Het huisvest de publieke basis van de stad. Hier worden besluiten worden genomen en de koers van de stad bepaald. Het zou daarom een representatief gebouw moeten zijn dat zowel bij de luister van de stad als bij de openbare functie past. Door de ontwikkelingen van de machtsverhouding van het stadsbestuur de laatste eeuwen moet iedere burger zich er welkom voelen. Het stadhuis is van iedereen. Daarom zou het gebouw een open en laagdrempelig karakter moeten hebben. Idealiter zou het stadhuis een onderdeel van het stedelijk leven kunnen vormen. De toevoeging van de verschillende functies, zoals de opera, metrohalte en markt aan het gebouw biedt hiervoor de kans. De opgave bevat nog een paradox: het vraagt om een enorm gebouw dat tegelijkertijd de fijnmazige schaal van de binnenstad in zich op kan nemen.
Het uitgangspunt voor mijn ontwerp is het erkennen van de schaal van dit grote hybride gebouw, in plaats van de grootte te verdoezelen door het op te delen in kleinere fragmenten zoals vaak gedaan wordt in de historische binnenstad. Het programma is te groot voor zijn context, dat verandert niet door het in zekere zin te ontkennen. De verkleining zal op een ander niveau moeten plaats vinden.

Doordat de omvang wordt vergroot krijgt het een representatief en herkenbaar karakter. Om vervolgens aansluiting bij de omliggende stadsstructuur te vinden en het gebouw doordringbaar en laagdrempelig te maken, wordt de massa van het gebouw van binnenuit uitgehold. Omliggende routes worden door een aaneenschakeling van openbare ruimten in de vorm van pleinen, voorruimtes en tussenkamers, door het gebouw getrokken. Hierdoor wordt het gebouw de drager van nieuwe openbare ruimte die toegang geeft tot de verschillende openbare functies die zich in het gebouw bevinden. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor de fijnmazigheid van het gebouw en hecht het zich vast in het omliggende stedelijke weefsel. Door de vele entrees en inkijkmogelijkheden aan de openbare routes die door het gebouw heen lopen, wordt het als volledig doordringbaar gebouw ervaren.

De aaneenschakeling van verschillende openbare ruimten die de route vormen, zijn soms buitenruimten (pleinen) om het openbare karakter van het gebouw te benadrukken, soms half-buitenruimten, in de vorm van een colonnade (voorruimten), en soms binnenruimten (tussenkamers) om de route aan het gebouw te hechten. De verhouding tussen raam en gesloten vlak geeft de wandelaar in het gebouw eenvoudige maar effectieve informatie over of een functie al dan niet openbaar is. Door het afwisselen van de verschillende condities vervaagt de grens tussen binnen en buiten. De openbare ruimte loopt over in de semi-openbare ruimte die vervolgens weer aansluiting zoekt bij het besloten programma. Zo is het stadhuis georganiseerd rondom het stadhuisplein. Dit plein ligt op het kruispunt van alle routes. Aan het plein zijn de meest openbare onderdelen gelegen, de entreehal van het stadhuis, de loketten en publieke vergaderruimten. Direct hierachter liggen functies die hieraan gekoppeld zijn, maar die in mindere maten publiek toegankelijk zijn zoals de raadzaal en de trouwzalen. Het operaplein is het eerste plein dat gevonden wordt wanneer het gebouw van de zuidoost kant betreden wordt, waar de meeste operabezoekers het gebouw binnenkomen. De routes, de pleinen en de daarbij horende openbare functies vormen de statische programma onderdelen van het gebouw. Het omliggende besloten programma, de massa, is vloeibaarder van aard en kan naar behoefte van de verschillende functies uitgewisseld worden.

Een gebouw-stad of stad-gebouw, een project dat zo exact op de grens tussen stedenbouw en architectuur zit dat het niet meer te zeggen is welke van de twee het betreft.

naam
Donna van Milligen Bielke

opleiding / studierichting
AvB Amsterdam |  architectuur

mentor
Jan-Richard Kikkert, Chris Scheen, Hans van der Made

wanneer begonnen met afstuderen
maart 2011

wanneer klaar
juli 2012

favoriete ontwerper
David Chipperfield, Jan van Schoonhoven, Aldo Rossi, Piranesi

favoriete project

wat doe je nu
Werkzaam bij Powerhouse Company en docent vormstudie op de Academie van Bouwkunst