Feature —

Bij nader inzien: Das Rote Wien

Annemieke Hendriks

Tussen de beide wereldoorlogen werd in het sociaal-democratische Wenen een revolutionair woon- en leefexperiment doorgevoerd. Das Rote Wien staat goeddeels nog overeind: 380 veelal uitgestrekte ‘hoven’, waarin het Nieuwe Bouwen werd gecombineerd met alle voorzieningen die de Nieuwe Mens nodig had. In de oude Waschsalon van de Karl-Marx-Hof is er een permanente tentoonstelling aan gewijd.

Na de ondergang van het reusachtige Habsburgse keizerrijk, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, was Wenen het ‘waterhoofd’ van de kleine Eerste Oostenrijkse Republiek geworden. Tussen 1918 en 1934 viel de stad echter nieuwe roem ten deel, dankzij een groots experiment met sociale woningbouw. Net als in andere Europese steden konden visionaire architecten hier hun modernistische dromen verwezenlijken. Maar meer dan elders stonden de grootschalige Weense bouwprojecten in directe verbinding met, en ten dienste van, de sociale stadspolitiek van na de Eerste Wereldoorlog. Das Rote Wien, zoals het megaproject van het sociaal-democratische stadsbestuur al gauw heette, werd wereldwijd een begrip. Onder de naam ‘Das Rote Wien’ is een prachtige permanente tentoonstelling te zien in het bekendste ‘rode’ complex, de Karl-Marx-Hof in de wijk Döbling in het noorden.

De Karl-Marx-Hof werd als model-Siedlung tussen 1926 en 1930 gebouwd door Karl Ehn, een leerling van de grote Otto Wagner. Eigenlijk kent het Nederlands geen goed woord voor de Weense ‘Siedlungen’. Het zijn geen complete wijken, maar het woord ‘gebouwen’ zou de grotere woningbouwprojecten weer tekort doen, en met ‘hoven’ kan de Hollander weinig beginnen. Het Karl-Marx-complex strekt zich bijvoorbeeld over 156.000 vierkante meter uit. Daarvan is slechts 18 procent bebouwd: als langgerekte, ononderbroken omzoming van de binnentuin. Dit enorme binnenhof is vooral groen, en er zijn enige gemeenschapsgebouwen op te vinden, zoals het Waschsalon Nr.2 waar nu de tentoonstelling is ondergebracht. Vanaf de feestelijke oplevering in 1930 waren er al voorzieningen op het terrein: bad- en washuizen, Kindergärten, een bibliotheek, een jeugdsoos, een adviescentrum voor moeders, een ziekenfondscentrum met poli, een apotheek, een tandkliniek, een postkantoor en winkels. Dat wijst al in de richting van het totaalprogramma van wonen, gezondheid, sociale hulp en educatie, dat het stadsbestuur in de nieuwe woningbouw onderbracht. Met licht, lucht, hygiëne en hulp moest in de eerste plaats het spook van de tuberculose worden beheerst, dat in 1923 nog goed was voor 13,4 procent van de Weense sterfgevallen.

Karl Marx-Hof vooraanzicht Foto: Vincent Kompier
Karl Marx-Hof vooraanzicht Foto: Vincent Kompier

In Wenen heet de Karl-Marx-Hof, met zijn bijna twaalfhonderd meter lengte, het ‘langste aaneensluitende woonblok ter wereld’. Er bestaan in de stad weliswaar twee woningbouwcomplexen uit dezelfde tijd met nog meer woningen, maar deze zijn minder langgerekt en compacter gebouwd: Sandleiten in de wijk Ottakring en Engelsplatz in Brigittenau. Maar het langste ter wereld? In Europa ligt de vergelijking met de monumentale Karl-Marx-Allee in Berlijn, ook gebouwd voor de ‘gewone man’, voor de hand. Deze laan is weliswaar bijna twee maal zo lang als de Weense Karl-Marx-Hof, maar bestaat uit twee rijen woonblokken, gescheiden door een brede weg. Deze naoorlogse, socialistisch- classicistische bouw in Oost-Berlijn wordt bovendien her en der onderbroken door dwarswegen en woonblokken in andere bouwstijlen.

Hoe bijzonder de Karl-Marx-Hof is, wordt met dit contrast nog eens duidelijk. Het complex bevat van oorsprong bijna 1400 woningen (nu iets minder), die via een kleine honderd ‘Stiegen’, opgangen, te bereiken zijn. Een drietal straten (‘Gassen’) doorkruist de bebouwing via imposante boogvormige poorten, die speciaal werden ontworpen door de kunstenaar Josef Franz Riedl. Het is een stad in een stad, maar dan uit één stuk, afwisselend van drie tot vijf etages hoog. De hogere torens en de lage, bijna dorpse nutsgebouwen op het binnenhof zorgen voor extra accenten.

Het stadsbestuur financierde zijn ‘Rote Wien’ met speciaal hiertoe ingevoerde gemeentebelastingen. Daarvoor werden met name de Weense bezitters van huispersoneel, rijpaarden en automobielen aangeslagen. Het rode idealisme ging zover, dat naast toparchitecten ook kunstenaars werden aangetrokken, om met ornamentiek en beelden het oog van de arbeider-bewoners te strelen dan wel tot inzichten te prikkelen. Zo bevat de centrale voorgevel van de Karl-Marx-Hof, die uitziet op de parkachtige Ehrenhof, boven de poorten vier keramieken vrouwengestalten van dezelfde Riedl: ‘Voorlichting‘, ‘Vrijheid’, ‘Bescherming’ en ‘Körperkultur’. Dat laatste woord is bijna onvertaalbaar. De veelgemaakte associatie met het cultuurgoed van de nazi’s is misplaatst; het betreft hier een ode aan de natuurlijke staat van het lijf. Op de tentoonstelling in de Waschsalon hangt een foto uit een buurtzwembad van de jaren twintig die verrast: in unisex tangaslips (en niks erboven) vierde men hier al dansend de gay twenties.

Ottakringer buurtzwembad (foto tentoonstelling)
Ottakringer buurtzwembad (foto tentoonstelling)

‘Das Rote Wien’ bracht een revolutie in het woon- en leefklimaat van de arbeider tot stand. Elke woning had waterleiding en w.c. Er was tevens gezorgd voor gas en stroom en voor de vuilnisophaal – allemaal noviteiten voor het volk. Sommige complexen hadden zelfs een gemeenschapskeuken mét personeel, waarvan met name alleenstaande en werkende vrouwen profiteerden. Zij kregen het eten via een liftje in hun keuken, en via een stortschacht in hun woning werden de restanten afgevoerd.
Geheel volgens planning werden de rode ‘hoven’ broeihaarden van sociale emancipatie en bewustwording. Dat bleek in 1934 toen de arbeiders vanuit deze wooncomplexen hun opstand organiseerden tegen de rechtse stoottroepen, die met hulp van leger en politie de jonge Oostenrijkse democratie kwamen ontregelen. In de burgeroorlog die volgde vielen meer dan duizend doden. Let wel, het was puur Oostenrijks fascisme dat hier, in navolging van Italië, een greep naar de macht deed – de Anschluss met het Duitse Derde Rijk was nog jaren verwijderd. De sociaal-democratische Weense partijleiding moest naar het buitenland uitwijken. De Karl-Marx-Hof werd prompt van zijn naam beroofd, om deze pas in 1945 terug te krijgen.

De Karl Marx-Hof is intussen driemaal gesaneerd: in de jaren vijftig (bomschade), in de jaren tachtig, en in de afgelopen vier jaar weer (bijna afgerond). Nog steeds is de sociale huursector de voornaamste doelgroep. In de Karl-Marx-Hof betaal je voor een woning van zo’n 50 vierkante meter zo’n 200 à 250 euro huur (all-in), en dan krijg je er nog een loggia van vier vierkante meter bij. Waschsalon Nr. 2, waar de tentoonstelling plaatsvindt, doet zelfs gedeeltelijk nog steeds dienst als wasserette.