Feature —

Wanneer vast vloeibaar wordt

Sebastian van Berkel

“Een gat in onze stad.” De gevolgen van de aardbeving van 22 februari 2011 in de tweede stad van Nieuw-Zeeland, Christchurch, waren enorm, 185 mensen lieten het leven en meer dan de helft van het centrum lag in puin. Hugh Nicholson, stedenbouwkundig ontwerper bij de gemeente Christchurch, zet in zijn Capita Selecta-lezing op 27 februari op de Amsterdamse Academie van Bouwkunst uiteen hoe na de ramp gehandeld is. Een opmerkelijk positief proces in een collectief getraumatiseerde maatschappelijke context.

Beeld: Karl Norling
Beeld: Karl Norling

Christchurch, een stad met een kleine 400.000 inwoners, opgebouwd uit een grid van 100 bij 200 meter rondom een kathedraal, is “Engelser dan Engeland,” aldus Nicholson. Tot voor kort was men zich niet bewust van het feit dat de stad op een breuklijn lag. Aardbevingen kwamen wel eens voor, maar de heftigheid van de beving van 2011 was een verrassing. De beving met een kracht van 6,3 op de schaal van Richter was vele malen sterker dan waarvoor de bouwvoorschriften waren opgesteld. “Lopend door Amsterdam krijg ik rillingen van alle die fragiele en voorover leunende gevels.” Nicholson legt uit dat door de hevige trillingen de modderige bodem van Christchurch vloeibaar werd. Door deze zogenaamde liquificatie van de bodem werden elektriciteitsmasten verzwolgen en kwam het riool naar boven drijven. Buiten het centrum van de stad is aan weerszijden van de Avon rivier een groot gebied verzakt (630 hectare). Besloten is om het gebied niet blijvend droog te pompen. De staat heeft het gebied bestempeld tot ‘Red Zone’ en onbewoonbaar verklaard. In deze ‘Red Zone’ worden momenteel alle 7.000 woningen opgekocht.

Beeld: Jocelien Kinghorn
Beeld: Jocelien Kinghorn

Wat moest men doen met het hart van de stad? Welke weg moest men inslaan? Hoe dan ook, de weg zou in ieder geval moeten leiden tot de wederopbouw van het centrum. De grote kathedraal, het fysieke en symbolische midden van de stad, was ingestort. Het oppakken en verplaatsen van het hele centrum bleek een te kostbare operatie. De helft van de gebouwen was onbeschadigd en bruikbaar. Dit in tegenstelling tot de bebouwing in de eerder genoemde ‘Red Zone’. De weg van het publieke debat werd ingeslagen, genaamd ‘Share an Idea’. Deze weg is niet vanzelfsprekend. Na de aardbeving werd namelijk een ‘state of emergency’ afgekondigd, waardoor van hogerhand direct beslissingen genomen konden worden. Het opkopen van duizenden woningen in de buitenwijken werd hierdoor bijvoorbeeld mogelijk. Niet iedereen wilde vertrekken. Het opstellen van een wederopbouwplan voor het centrum kon in principe ook op zo’n manier, zonder overleg. Nicholson: “Iemand had voor God kunnen spelen.”

Beeld: Malcolm Locke
Beeld: Malcolm Locke

Nicholson en zijn team kregen negen maanden om een plan op te stellen én om de hele stad te betrekken. Een aantal maanden na de aardbeving konden de inwoners van de stad via de site ‘Share an Idea’ al hun wensen voor de toekomst delen. De website was vrolijk en laagdrempelig vormgegeven en bedoeld om op een positieve manier ideeën te oogsten. Dit lukte. Maar liefst 100.000 ideeën stroomden in zes weken tijd binnen. De uitkomst lijkt door onze stedenbouwkundige ogen wellicht niet geheel verrassend. De kernwoorden die het meest naar boven kwamen drijven waren: meer openbaar groen, cafés en restaurants, mensen, winkelen en veiligheid. De stad van voor de aardbeving kreeg vaak het predicaat een beetje ingeslapen te zijn, met veel te veel ruimte voor het autoverkeer. Het Deense Gehl Architects gooide al eens een balletje op om een aantal straten autovrij te maken en meer ruimte te bieden aan fietsers. Toentertijd werd dit plan niet geheel omarmd. De aardbeving bleek nu niet alleen een ramp, maar juist een kans om het centrum opnieuw uit te vinden.

Beeld: Jocelien Kinghorn
Beeld: Jocelien Kinghorn

Het resultaat was een stedenbouwkundig kader (nadrukkelijk geen blauwdruk) voor een compacter stadscentrum, ontworpen rond voetgangers en fietsers. In het ontwerpproces werd bewust de black box omgekeerd. Alle schetsen werden aan de buitenzijde van de werkkamers opgehangen. Door ‘Share an Idea’ kregen de inwoners van Christchurch het gevoel dat men gehoord werd en kwam een enorme dosis creatieve energie vrij. Het transparante proces verhoogde het niveau van het publieke debat; geen welles-nietes discussie. Door kennis te nemen van elkaars wensen en het besef dat de beschikbare ruimte beperkt is, kreeg de stad als het ware een les stedenbouw. Keerzijde van het inzetten van de wederopbouw voor grote veranderingen is dat het herstel na een ramp langzaam gaat. De keuze voor een compact stadscentrum heeft bijvoorbeeld de bouwkosten doen stijgen.

Beeld: Karl Norling
Beeld: Karl Norling

“Yeah, transitional projects rule!” Nicholson vertelt met pretogen wat er in de tussentijd wél gerealiseerd is. De dosis vrijgekomen creatieve energie heeft tot een veelheid aan tijdelijke initiatieven geleid. De inwoners van Christchurch hebben eigenlijk hun ‘shared ideas’ zelf gerealiseerd: tijdelijke cafés, restaurants, een winkelcentrum van zeecontainers, een buitenbioscoop, een ‘cardboard cathedral’, monumenten, kunstinstallaties, parken, etc. Deze culturele renaissance bleef niet onopgemerkt. Lonely Planet plaatste Christchurch vorig jaar in de top 10 van steden om te bezoeken en de NY Times heeft de stad op de tweede plaats gezet in hun ‘52 places to visit in 2014’. Een stad waar alles vast was, heeft door een collectieve therapie zichzelf opnieuw uitgevonden. Tijdelijk?

‘Cardboard cathedral’ van Pritzker prijswinnaar Shigeru Ban
‘Cardboard cathedral’ van Pritzker prijswinnaar Shigeru Ban

Na afloop van de presentatie van Nicholson wordt de opmerking gemaakt dat je je stad bijna een ramp zou wensen. Het publiek wil een aantal zaken toch opgehelderd zien: wat waren de sleutelingrediënten voor dit bottom up proces? Hoe biedt je zekerheid in zo’n proces en zorg je dat er een bestendig/bruikbaar resultaat uit rolt? Heeft het imago van de stad geen schade opgelopen door de verwoesting van de aarbeving? Nicholson geeft aan dat de focus van zijn team op de openbare ruimte lag en dat ze vooral iedereen wilde uitnodigen zelf iets te doen. De gemeente bezit slechts 10% van de grond. Hij kan geen antwoord geven over een plan van aanpak of kant-en-klaar recept. Het is daar naar mijn mening te vroeg voor. De opgave waar Nicholson voor werd gesteld is hem plotseling overkomen. Het stof is nog lang niet neergedaald. Het proces, met al zijn vrijgekomen positieve energie, is eigenlijk een collectieve verwerking voor Christchurch.
De grond onder al die tijdelijke initiatieven zal ooit vloeibaar worden. “Mijn favoriete plek, The Pallet Pavillion, zal binnenkort worden afgebroken. Ik en velen met mij hebben daar een fijne tijd gehad en zullen dus afscheid moeten nemen. Een gat in ons hart.” Hopelijk vinden ze een passend antwoord op hoe om te gaan met tijdelijke functies en de emotionele binding die mensen met deze plekken krijgen. Een antwoord dat ook voor alle tijdelijke initiatieven in Nederland interessant zal zijn.