Feature —

Crisis en Continuïteit

Martijn Kruijf

Op 25 maart vond de zevende lezing plaats in de reeks NL-VL Reset 2014, waarin de focus wordt gelegd op de “positionering van een nieuwe Nederlandse architectuur binnen de eigen context en het belang ervan voor de verschillende architectuurculturen in Vlaanderen en Noordwest-Europa”. In een tot de nok toe gevulde Muziekzaal in de Antwerpse Singel gaf Mechthild Stuhlmacher van Korteknie Stuhlmacher Architecten haar voordracht.

Parasite op pakhuis Las Palmas, Rotterdam

Binnen Europa is de Nederlandse bouwsector misschien wel één van de grootste slachtoffers van de financiële crisis. De faculteit Ontwerpwetenschappen van de Universiteit Antwerpen en het Vlaams Architectuurinstituut vroegen zich daarom af hoe Nederlandse architecten zich (vaak noodgedwongen) hebben geherpositioneerd na de hype van de Superdutch architectuur. “Hoe herdenken architecten in Nederland het vak van de architectuur tegen de achtergrond van de economische crisis en de ingrijpende culturele herijkingen die onze noorderburen sinds een aantal jaren ondergaan.” Het was jammer dat de spreekster Mechthild Stuhlmacher (Korteknie Stuhlmacher Architecten) niet op deze vraag inging.
Een korte introductie werd verzorgd door Vai directeur Christoph Grafe die vertelde hoe hij en Stuhlmacher lange tijd als redacteurs bij tijdschrift Oase samenwerkten. Het was daarom ook niet toevallig dat deze avond ook in het teken stond van de presentatie van de onlangs verschenen Oase #92 Codes en Continuïteiten. Stuhlmacher greep deze gelegenheid aan om het werk van haar bureau uiteen te zetten aan de hand van thema’s die in verschillende Oase’s aan bod kwamen.

Huis voor Piene en Joost in Goedereede

Essentiële architectuur (Oase #45-46)
In de eerste Oase waar Stuhlmacher een bijdrage aan leverde, werd een van haar grootste architecturale helden besproken: Sigurd Lewerentz. Zijn bloemenkiosk op de begraafplaats van Malmö was en is nog altijd één van haar grootste bronnen van inspiratie. Constructie, materiaal en ruimte zijn hier één. In haar eerste project, een klein houten paviljoen (parasiet) op het dak van pakhuis Las Palmas in Rotterdam, heeft ze getracht eenzelfde directheid en fysiekheid te creëren als Lewerentz in Malmö deed. Het was een startpunt van een lang leerproces, waarover Stuhlmacher zegt: “we leren niet alleen van anderen, maar ook van onszelf als een soort evolutionair proces. […] We willen niet per se innovatief zijn, het gaat om continuïteit.”
Dit succesvolle leerproces kwam tot uitdrukking in het laatst opgeleverde project van het bureau: het ‘Huis voor Piene en Joost’ in Goedereede. Een huis bestaande uit twee geschakelde houten volumes met puntdak voor een hele grote familie in een delicaat en oud landschap langs een dijkweg. Door het ruime budget en de geleerde lessen konden alle installaties geïntegreerd worden in de houtconstructie en werd een hoog niveau van afwerking bereikt.

Conventie (Oase #49-50)
In 2011 won het bureau de Open Oproep voor een woonzorg-complex in Machelen (B). Voor dit ontwerp stond het in Oase #49-50 besproken ouderentehuis van Köberl in Feldkirch centraal, een fors gebouw met binnenhof en enkelzijdig georiënteerde kamers aan brede gangen. Gangen die zo breed zijn dat ze als gemeenschappelijke woonruimte gaan dienen. Dit concept werd letterlijk toegepast voor het complex in Machelen. De begane grond omvat alle publieke en gemeenschappelijke functies. Op de twee verdiepingen erboven liggen, net als in het project van Köberl, de woningen aan brede gangen.
Door het beperkte budget, de Belgische bouwcultuur en hygiëne-regelgeving kon er geen hout toegepast worden, iets dat Stuhlmacher heel erg spijtig vond. Hiervoor in de plaats is een bakstenen volume voorgesteld dat zich binnen de kleinschalige context van het dorp opstelt als “mute architecture“. Het gebrek aan materialiteit wordt gecompenseerd door de gemeenschappelijke binnentuin die is geïnspireerd op de keukentuin van het privéhuis van Marie José Van Hee in Gent. Een “full-body sensual experience” en “cheerfully puritanical”, volgens Stuhlmacher.

De Kamers, Amersfoort

School (Oase #72)
De Openluchtschool in Gorile van Jos Bedaux was het vertrekpunt voor het ontwerp van twee Freinetscholen in Lille (B) en Herentals (B) waarvoor het bureau in 2009 een Open Oproep won. De bestaande gebouwen waren oude lekkende ‘barakken’ die niet zichtbaar waren vanaf de weg. Ondanks de technische gebreken werden de gebouwen wel gewaardeerd door de gebruikers, ze waren namelijk enorm groot. De strenge Vlaamse normen voor scholenbouw maakte het echter onmogelijk dit volume terug te bouwen. Daarom ontwierpen Korteknie en Stuhlmacher een gebouw zonder gangen zodat alle vierkante meters in de klassen gestopt konden worden.
Gedurende het eerste project in Vlaanderen heeft het bureau kennis gemaakt met de verschillen tussen de Nederlandse en Vlaamse bouwpraktijk. Veel is geleerd. De aanbesteding moest uiteindelijk wel ingetrokken worden. Op eigen kosten is een nieuw ontwerp gemaakt. Het initiële concept van een rijk interieur dankzij een sober exterieur moest  in het aangepaste ontwerp worden verlaten, zowel exterieur als interieur zijn weinig verfijnd. De essentie van ruimte bleef echter wel overeind. Naast de klassen werden zeer grote gangen in niet geïsoleerde glazen volumes voorzien die als verlengde van het klaslokaal dienen.

Context (Oase #76)
Hoe om te gaan met context als er geen context is? Cultureel centrum De Kamers in Amersfoort Vathorst (destijds een Vinex locatie in ontwikkeling) is hier volgens Stuhlmacher een goed voorbeeld van. Dit gebouw werd enkel vanuit het programma ontworpen en het budget gespendeerd aan het interieur. Het exterieur is onuitgesproken en stil, “want we kunnen niet relateren aan iets anders”. Deze redenering veel te makkelijk, is het – zonder de complexiteit van het vraagstuk te ontkennen – namelijk niet de verantwoordelijk van de architect om stelling te nemen en juist een fundament te leggen voor een nieuwe context?
Ook met de opdracht voor een privé huis in Nesselande (Rotterdam) voor een Iraanse familie had het bureau zichtbaar moeite. Er werden mooie ruimtes ontworpen en er werd een mooie kleurige bakstenen uitgekozen. Echter toen de context rondom de woning begon te groeien ontstond langzaam maar zeker een bevreemdend beeld, een ‘Belgisch tafereel’ is misschien nog wel de beste manier om het te omschrijven. “Ik weet niet wat ik er van moet vinden”, bekende Stuhlmacher. Het was het moment dat de crisis toe sloeg – de enige keer in de lezing dat het c-woord voorbij kwam. De crisis heeft niet alleen werkeloze architecten opgeleverd, maar ook “vreemde omgevingen waar geen huizen werden gebouwd om in te leven, maar om winst mee te maken als ze na vijf jaar verkocht worden”.

Predikherenklooster, Mechelen

Codes en Continuïteiten (Oase #92)
Terug naar continuïteit, de gewonnen Open Oproep voor de openbare bibliotheek in het oude centrum van Mechelen (B), een prestigieuze opdracht die de restauratie en herbestemming van een oud vervallen klooster en kerk naast de bekende Dossinkazerne omhelst. “We wilden niets veranderen aan de structuur”. Alle littekens en tekenen van eerder gebruik worden zoveel mogelijk behouden. “We laten de oude kerk leeg”, dus geen boeken in de kerk zoals in een bekende boekhandel in Maastricht. De nieuwe bibliotheek wordt juist geplaatst op de zolder van het klooster tussen de houten dakspanten. Er werd gekozen om het budget zo veel mogelijk te spenderen aan het klooster, omdat deze de geest van de plek en haar geschiedenis het best belichaamt, aldus de architect.

De gekozen invalshoek voor de lezing was verrassend en welkom daar architectenlezingen te vaak vervallen in weinig diepgaande bureaupresentaties. Aan de andere kant ging Stuhlmacher echter volledig voorbij aan het thema van de reeks NL-VL Reset 2014. Zij was niet de enige. Grafe legde in zijn introductie al uit dat het tijdens de voorgaande lezingen opvallend was dat “niemand van de architecten het heeft over de crisis, maar dat het gaat over hartstochten en over passies”. Met andere woorden: Crisis? Welke crisis? Het is misschien wel deze benadering die de niet te ontkennen veranderde positie van de Nederlandse architectuur door de crisis het best beschrijft. Zoals de in de zaal aanwezige Nederlandse ambassadeur in België verwoordde: “Mede door cultuur kunnen we een weg vinden uit een periode die lastig voor ons is geweest”.
Desalniettemin bleef alles nogal cryptisch en ongedefinieerd. De toehoorders konden enkel gissen naar de positie van Korteknie en Stuhlmacher ten opzichte van de veranderende positie van de Nederlandse architectuur ten gevolge van de crisis. Hun werk draait van meet af aan al om continuïteit, dus misschien is er in hun geval helemaal geen sprake geweest van herijking ten gevolge van de crisis. Maar waarom werden zij dan uitgenodigd om te komen spreken? Het niet kunnen stellen van vragen achteraf, gecombineerd met een paneldiscussie – zonder enige discussie – over Oase#92 zorgden ervoor dat de inhoud van de avond sterk werd vertroebeld, conclusies uitbleven en lessen niet geleerd konden worden.