Column —

Het collectief is het nieuwe ik

Joost van Dijk

Joost van Dijk is Studio Joost van Dijk, is Tussentuin, is KOOL. Een KOOL-column over het collectief als overlevingsstrategie.

Discussie en overleg aan de KOOL-tafel
Discussie en overleg aan de KOOL-tafel

Oktober vorig jaar nam ik samen met Atelier Auzie deel aan een groot internationaal forum in Berlijn. Het forum heette LEAF International, waarbij LEAF staat voor Leading European Architects Forum. Onze gezamenlijke Europan prijsvraag-inzending voor Almere uit 2011 was de organisatie opgevallen en aanleiding om ons uit te nodigen. Op het forum waren we de jongste deelnemers en hadden als zelfstandigen verreweg de kleinste bureaus, de anderen hadden minimaal 30 tot zelfs 2000 werknemers in dienst en hadden al naam gemaakt in de internationale architectuurwereld. In eerste instantie leken onze collega architecten niet in ons geïnteresseerd te zijn, tot het moment, een dag later, dat één van hen ons toch aansprak en ons vroeg of we samen een bureau hadden. En hoeveel personeel we hadden? Blijkbaar was de hoeveelheid personeel een graadmeter of je er toe doet of niet. ‘Nee, we hebben geen personeel en we hebben ook niet samen een bureau. Wél werken we regelmatig samen aan opgaven, maar ook wel eens met andere zelfstandigen’. Dit was voor velen op dit forum een soort eye-opener. ‘Dus je hebt geen personeel? Dat is lekker! En super flexibel en je werkt dus altijd samen met andere specialisten? ‘ Ja, was ons antwoord. Wij voelden een lichte jaloezie bij de architect die ons aansprak. Opeens hadden meer mensen interesse in ons verhaal.

Een aantal jaren geleden ben ik voor mezelf begonnen. Na jaren voor een baas te hebben gewerkt, wilde ik mijn eigen keuzes kunnen maken. Het ontwerperscollectief KOOL kwam op mijn pad en een vriendin vroeg of ik samen met haar aan een onderzoek naar collectieve tuinen wilde werken. KOOL bood de mogelijkheid om binnen het collectief, als individu met een eigen studio, mij te ontwikkelen tot ondernemer. In plaats van me op te sluiten in mijn eigen kleine appartementje, kon ik samen met andere startende ondernemers in één ruimte gaan werken. Leren van elkaar. Ervaringen uitwisselen. Elkaar helpen aan opdrachten – als één het te druk heeft wordt een opdracht binnen het collectief doorgeschoven. Samen werken aan opdrachten. Samen nadenken over actuele thema’s. Over nieuwe thema’s. Elkaar scherp houden. KOOL is vooral een plek waar aan de grote eettafel discussies worden gevoerd. Samenwerken is geen verplichting, het kan als het zo uitkomt, maar het hoeft niet. Het is een niet dwingende manier van werken.

Nu, twee jaar verder, werk ik in een viertal collectieve werkverbanden aan projecten. Binnen en buiten KOOL, maar in alle vier met zelfstandige ontwerpers die allemaal een meerwaarde zien in het collectief werken aan een opdracht. Samen met drie zelfstandige (landschaps)architecten en stedenbouwers hebben we Stichting Tussentuin opgericht, die tot doel heeft het ontwikkelen en verspreiden van kennis over collectieve groene ruimten tussen de bebouwde omgeving. We doen gezamenlijk of in wisselende samenstellingen onderzoek naar collectieve tuinen.
Een ander voorbeeld is het project 7Seasons. Het project is opgezet door Ruimtelab2 en Piet Vollaard. Zij hebben andere zelfstandigen benaderd om in een drietal ateliers te gaan samenwerken. Elk atelier heeft zijn eigen schaalniveaus. Eens in de zoveel tijd komen de ateliers bij elkaar om af te stemmen. Ieder atelier werkt aan een eigen project en probeert daarvoor zelf extra geld te genereren bij gemeente, corporaties of andere belanghebbenden.

Het collectief is natuurlijk niet nieuw. Iedereen kent het collectief van de jaren zeventig. Deze werd veelal gedreven vanuit idealisme. Het collectief anno 2014 lijkt veel meer om pragmatische redenen te ontstaan. In ons eentje kunnen we ons moeilijk redden in deze concurrentiemaatschappij, maar door onze krachten te bundelen zijn we als zelfstandigen tot veel meer in staat. Dat zie ik in de verschillende collectieven waarin ik me bevind, maar bijvoorbeeld ook bij The Cloud Collective. Net als KOOL is dit een ontwerperscollectief van zelfstandigen die allemaal op één of andere manier met ‘de ruimte’ bezig zijn, ieder vanuit zijn eigen specialisme. Ook zij zien dat het waardevol is om samen te werken, dat de specialisaties bij elkaar meer oplevert en dat het collectief hier een juiste vorm voor kan zijn. Eigen projecten doen buiten het collectief is ook mogelijk. Anders dan bij KOOL zitten de zelfstandigen van The Cloud Collective niet in één gebouw, maar verspreidt over Nederland en Europa. Dit weerspiegelt zich ook in de projecten. Waar KOOL veelal lokaal georiënteerd is, heeft The Cloud Collective een meer globale focus.

Zijn er dan geen nadelen aan het werken in één of meerdere collectieven? Natuurlijk wel. Zowel ik als mijn collega-zelfstandigen doen bijvoorbeeld niet alleen projecten met elkaar, maar ook met andere zelfstandigen buiten het collectief. Het komt voor dat een project hierdoor voor een ieder van ons een andere prioriteit heeft, waardoor de één er harder aan kan, of wil trekken dan een ander. Als dit vooraf bekend is, kun je daar (financieel) rekening mee houden. Maar als iemand tijdens het proces een andere belangrijke opdracht erbij krijgt, wordt dit al lastiger.
Wanneer het in een project niet alleen om het combineren van verschillende specialismen gaat, maar ook om efficiëntie, bijvoorbeeld de realisatie van een groter gebouw, dan moet je als collectief van te voren goede afspraken maken over de taakverdeling en als zelfstandige soms ook accepteren dat er leiders en volgers nodig zijn.
Vaak heeft ook iedere zelfstandige zijn eigen tekenstandaard, ook daarin zullen keuzes gemaakt moeten worden om chaos in communicatie met derden te voorkomen. Daarbij verlangen opdrachtgevers soms zekerheid dat er voldoende kundig personeel beschikbaar is om het project op tijd te kunnen realiseren. Als collectief zal je dan contractueel moeten vastleggen dat alle zelfstandigen zich committeren aan de opdracht(duur).

Ik merk dat anderen soms niet meer weten wie of wat ik precies vertegenwoordig. Ben ik KOOL? Of Stichting Tussentuin? Of Studio Joost van Dijk? Of ben ik 7Seasons en behoor ik dan ook bij Rotterdam Natuurlijk en De Groene Marathon en Ravottuh en STEK? De vier laatste niet, dat zijn projecten en collectieven van mijn collega-zelfstandigen. De rest ben ik allemaal wel.

Door in diverse collectieve vormen aan projecten te werken, kom ik als individu sneller terecht in een zeer breed netwerk van mensen die allemaal interesse hebben in, of werken aan, eenzelfde of aanverwant onderwerp als waar ik me mee bezig houd. Als individu profiteer ik hier van, maar ook de diverse collectieven doen dan. Door mij, maar ook door de anderen, vind er kruisbestuiving plaats tussen de individuen uit al die collectieven en zo helpen we elkaar allemaal aan nieuwe connecties. Als individu zijn we niet meer elkaars concurrent, maar we gunnen elkaar onze kennis en netwerk, omdat we er uiteindelijk allemaal zelf beter van worden.