Feature —

Holendrecht Centre

Tijs van den Boomen

Het Holendrecht Centre is een ‘omvangrijk en representatief kantoorgebouw gelegen op een uitstekend herkenbare locatie in het kantorengebied Bullewijk in Amsterdam Zuidoost’, aldus DTZ Zadelhoff die het te huur aanbiedt voor € 175,- per vierkante meter. Holendrecht Centre staat leeg sinds 2007. In het kader van Leegstand Revisited bezocht Tijs van den Boomen het desolaat ogende complex.

Foto’s Tijs van den Boomen

‘Het is voor mij nu echt wel de laatste keer. Na 16 jaar is het welletjes. Ik word ook een dagje ouder en heb niet alle namen meer in mijn hoofd. Deze uitnodiging geldt dus voor al onze oud-collega’s.’ De aankondiging voor de reünie op 4 oktober 2007, die in een vitrinekastje op de vierde verdieping hangt, is een van de weinige sporen die resteren van het ooit bloeiende kantoorleven in het Holendrecht Centre. Deze kantoorkolos staat al jaren leeg, alleen op de begane grond houden nog een tiental kunstenaars en een veilinghuis voor moderne kunst de anti-kraakwacht.

Het werd eind 2007 niet alleen de laatste reünie voor mijnheer Van Zutphen, de man die de brief ondertekende, maar ook voor het gebouw zelf. ABN-Amro, dat het immense kantoorgebouw huurde van een Duitse belegger, verhuisde namelijk vlak na het personeelsfeestje. Van Zutphen heeft het gebouw dus meegemaakt vanaf de oplevering in 1982 tot aan de ontmanteling.

Precies een week voor het vertrek van de bank had de Nederlandse ontwikkelaar LSI Project Investment – dezelfde die in Rotterdam het Schieblock en omliggende panden in zijn portefeuille heeft – het pand vol vertrouwen van de Duitsers gekocht, er had zich namelijk al een nieuwe huurder gemeld, Vendex. Maar de crisis gooide roet in het eten. Vendex haakte af en het pand bleef leeg staan, alleen de parkeergarage kon worden verhuurd aan de Royal Bank of Scotland, dat schuin aan de andere kant van de weg is gehuisvest. Een bleeder dus. Tegen de Volkskrant zei LSI directievoorzitter Hans de Boer: ‘Als het zou moeten, kunnen we de huidige situatie nog wel drie jaar volhouden. De verhuur van de parkeergarage verzacht het leed iets.’ Dat was in 2011, drie jaar geleden dus.

Op de website van LSI, dat ‘voorlopig’ geen behoefte heeft om mee te werken aan deze serie over leegstand, zijn nog enkele verbouwingsschetsen van architectenbureau ZZDP te bewonderen: ‘Het Holendrecht Centre is een samenspel van twee separate, imposante en karakteristieke kantoorgebouwen rondom een privaat plein, met een royale parkeeroplossing. De gebouwen zijn omringd door prachtige bomenrijen. Aan de achterzijde van het terrein ligt een imposante gracht.’

De bomen zijn na ruim dertig jaar inderdaad fors uit de kluiten gewassen, de gracht is eerder een brede sloot, maar is zeker niet onplezierig om op uit te kijken, en de losstaande parkeergarage is met vier verdiepingen beslist royaal te noemen. Alleen de twee kantoorgebouwen kan ik niet goed thuisbrengen als ik voor het gebouw langs loop. Nadat de dame van tijdelijk beheerder TMF mij heeft binnengelaten, begrijp ik de plaatjes van ZZPD. Ze willen het middengedeelte, dat de beide vleugels met elkaar verbindt, gewoon weghalen, zodat er twee losse, gespiegelde torens overblijven. Het zou een mooie gebaar zijn, want het gebouw is nu wel erg breed en, ondanks de acht verdiepingen, oogt nogal aan de lage kant.

Onduidelijk is of ZZPD de personeelsingang aan de zijkant van het gebouw, die de werknemers een directe verbinding gaf met metrostation Holendrecht, wilde handhaven, waarschijnlijk lijkt dat niet. De overdekte galerij over de ‘brede slotgracht’ is niet alleen architectonisch gedateerd, maar vertegenwoordigt ook een achterhaalde logistieke kijk op kantoorgebouwen. Waarom zou je de verkeersstromen van personeel en bezoekers zo rigoureus moeten scheiden? En hoezo zouden uitsluitend de werknemers met de metro komen?

Ook binnen valt op hoe zeer EGM Architecten, het bureau dat Holendrecht Centre ontwierp, het gebouw heeft gemodelleerd naar de eisen van een alomvattende bureaucratie: in de kelder archiefruimte zo groot als een danszaal, de grote centrale kantine op de begane grond zou in een verzorgingshuis of inrichting niet hebben misstaan, en de verdiepingen zijn diep en daardoor eigenlijk alleen geschikt voor kantoortuinen. Dit is een gebouw voor één organisatie die vanuit één centralistische hand werd bestuurd.

Of de plannen van ZZPD het gebouw geschikt zouden hebben gemaakt voor de moderne, flexibele huurmarkt is lastig te beoordelen. Op de schetsen zijn wel afgeschotte kamertjes ingetekend, maar voor het grootste deel zijn de kantoortuinen gehandhaafd. Het is ook de vraag of het echt anders kan bij vloeroppervlaktes van 1.400 vierkante meter per verdieping, oftewel bijna anderhalf zaalvoetbalveld.

Toch zijn het uiteindelijk niet de dinosaurusachtige trekken van het gebouw die Holendrecht Centre de kop hebben gekost, maar de locatie. Want hoe geweldig deze plek ook ontsloten is – het ligt ingeklemd tussen een trein- en metrostation en een afslag van de snelweg – moderne bedrijven willen niet meer op een monofunctionele kantorenstrook als Amstel III zitten. Ongeveer een kwart van de ruim 700.000 vierkante meter kantooroppervlakte staat hier dan ook leeg.

Amstel III moet volgens het gemeentelijke Structuurplan 2040 transformeren ‘naar een gemengd (hoog)stedelijk woon-werkgebied’. Maar, waarschuwt de gemeente Amsterdam: ‘De markt bepaalt het tempo van de transformatie van de bestaande (deels) leegstaande kantoorpanden.’ En de markt maakt nog weinig aanstalten, alhoewel de eerste zwaluw inmiddels is gesignaleerd: het naastgelegen kantoorpand aan de Meibergdreef, waar voorheen de RABO-bank zat, wordt nu verbouwd tot 348 zelfstandige studentenwoningen.