Opinie —

De saaie stad creëert sociale afstand

Inge Goudsmit en Adrienne Simons

De housing estates in Hong Kong stonden eens aan de basis van een relatieve open samenleving met volop mogelijkheden voor sociale mobiliteit. Ruim vijftig jaar later zijn de publieke estates eerder een rem op de emancipatie van bevolkingsgroepen en maken de publieke en private housing estates van Hong Kong een stad vol eilanden waartussen weinig interactie en uitwisseling is. Een radicaal andere benadering van het woningvraagstuk is noodzakelijk wil de stad weer leefbaar worden voor iedereen.

Tin Shui Wai - public housing estate. Beeld: de auteurs.
Tin Shui Wai – public housing estate. Beeld: de auteurs.

Hong Kong is één van de weinige plekken ter wereld waar je aan een woonadres kunt aflezen hoeveel iemand verdient. Zit een villa op The Peak er niet in? Dan is de kans groot dat je terecht komt in een housing estate. Deze housing estates variëren sterk in kwaliteit, aanzien en prijs. Het zijn stukjes stad, formaat Vondelpark, gevuld met tientallen hoge woontorens waar de hele bevolking van Gouda in zou passen. Diversiteit is vaak ver te zoeken in deze samenlevingsvorm.
Ruimte is schaars in Hong Kong, waardoor efficiëntie verheven wordt tot een ware kunstvorm. Vierkante meters, prijzen en voorzieningen zijn precies toegesneden op de behoeften van bewoners. Mensen met eenzelfde inkomen, leefstijl en consumptiepatroon komen hierdoor automatisch terecht in bepaalde wooncomplexen. De vraag is hoe deze homogene, zelfvoorzienende eilandjes de dynamiek van de stad als geheel beïnvloeden. Maar ook, hoe is dit type stad ontstaan? En nog belangrijker; wat heeft een stad, die zo ingericht is, voor effect op het functioneren van inwoners?

Geen enkele bezoeker zal Hong Kong omschrijven als een saaie stad. De adembenemende skyline is iconisch. De enorme haven en spectaculaire wolkenkrabbers tegen een achtergrond van groene heuvels zijn een lust voor het oog van elke stadsliefhebber. Toch wonen de meeste Hongkongers in een totaal andere setting. Zij zien dagelijks een Hong Kong dat meer weg heeft van Le Corbusier’s eentonige Plan Voisin, uitgevoerd in dubbele dichtheid en op een schaal in overdrive: monotone, extreem dichtbevolkte, verticale woonwijken. Guy Debord en de Situationisten schreven al in de jaren ’50 over hun angst voor de gevolgen van saaiheid in de Moderne Stad. Als alle ruimte strak geregisseerd is, blijft er geen plaats over voor spontaniteit of een toevallige ontmoeting.

Beeld: de auteurs.
Beeld: de auteurs.

Eilandcultuur
Housing estates hebben steeds meer gemeen met een eiland of een dorp, redenen om je af en toe buiten je estate te begeven, zijn er minder dan ooit. Winkelen, naar school gaan en ontspannen doe je gewoon op het terrein zelf. Een extreem voorbeeld hiervan is te vinden op het Hongkongse Park Island; een housing estate die in dit geval letterlijk op een eigen eiland staat. De ontwikkelaar van de torens is daarnaast de schepper van alles wat er op het eiland te doen is. Zelfs het transport is in handen van deze private onderneming, een ferry service en busdienst horen ook bij het complex om bewoners van en naar het eiland te kunnen vervoeren. Door deze monopoliepositie zijn er vreemde regels ontstaan. Het eiland, dat met een brug verbonden is met Kowloon en Lantau, mag alleen tussen bepaalde tijden bezocht worden door taxi’s om de winst die de ontwikkelaar maakt op vervoer, niet in gevaar te brengen. Regels als deze laten zien dat de ontwikkelaar gedrag kan voorschrijven en opleggen, of bepaalde groepen toegang kan onthouden tot voorzieningen. De bandbreedte voor spontaan gedrag op Park Island is kleiner, alternatieve opties om ruimte te gebruiken zijn ingeperkt.

Richard Sennett (socioloog aan London School of Economics) waarschuwt voor de maatschappelijke gevolgen van dit soort plekken. Hij stelt dat burgers in een homogene ‘eilandjesstad’ niet meer leren omgaan met mensen die anders zijn. Het ontwikkelen van zogenaamde stranger-skills zijn volgens hem juist een voorwaarde voor hoge kwaliteit van leven in een stedelijke omgeving. Ze helpen burgers zich op hun gemak te voelen in verschillende situaties. De extreme controle die uitgeoefend wordt in housing estates als Park Island maakt dat stadsbewoners niet meer in complexe situaties belanden en er steeds minder interactie is tussen verschillende soorten groepen. Dit leidt ertoe dat mensen op den duur geen empathie of interesse meer kunnen opbrengen voor ‘de ander’. Volgens Sennett zijn verschillen juist een definiërende eigenschap van de stad. Het oude concept van een stad als forum waar ideeën uitgewisseld worden, komt in gevaar door wijken waar verschillende mensen elkaar niet mee ontmoeten.

Mei Foo Sun, public estate. Beeld: de auteurs.
Mei Foo Sun, public estate. Beeld: de auteurs.

Missen de mensen in Hong Kong ook die toevallige ontmoetingen en complexe situaties? ‘We love our neighbours… but only if they’re like us’, kopte de Hong Kongse South China Morning Post afgelopen zomer. Het artikel beschreef de uitkomst van een onderzoek, uitgevoerd door de World Values Survey Association. Maar liefst 28,3% van de Hongkongers gaf aan liever niet naast iemand van een ander ras te willen wonen, een relatief hoog percentage in vergelijking met andere landen. Onbekend maakt onbemind. De theorie van Sennett lijkt dus ook in de Aziatische context geldig te zijn.

Verweven
In Hong Kong woont nu meer dan 60% van de bevolking in een housing estate. De housing estates worden deels neergezet door private ontwikkelaars en deels door de overheid (public estates). Beide zijn gek op deze woonvorm omdat de complexen efficiëntie kunnen bieden die om verschillende redenen wenselijk is. Voor ontwikkelaars levert het meer winst op en de overheid kan op deze manier goedkoop zoveel mogelijk woningen bouwen in hun poging om het constante huizentekort in te dammen. In een samenleving waar de markt domineert, lijken deze housing estates een logische verschijnsel.

Taikoo Shing. Beeld: de auteurs.
Taikoo Shing. Beeld: de auteurs.

Maar er zijn in de geschiedenis ook momenten aan te wijzen waarop estates sterk verweven raakten met een andere identiteit van Hong Kong. Na de Tweede Wereldoorlog vond hier namelijk het grootste, van overheidswege georganiseerde, sociale woningbouwproject ter wereld plaats, een enorme operatie met ingrijpende maatschappelijke consequenties die bijna per ongeluk werd ingezet. Ten tijde van de Japanse overheersing en gedurende de politieke onrust in de jaren na de oorlog, kwamen enorme grote groepen migranten uit China hun geluk beproeven in de stad. Tussen 1938 en 1980 vervijfvoudigde de bevolking van Hong Kong. Als gevolg hiervan, ontstond een wildgroei aan sloppenwijken aan de rand van de stad maar ook op de daken van bestaande gebouwen. Bovendien werden woningen steeds verder onderverdeeld in cubicles, waardoor de bevolkingsdichtheid enorm toenam. Een grote brand in de sloppenwijk van Shek Kip Mei (1953) zette een serie ad hoc huisvestingsmaatregelen in gang, waarvan de consequenties nog steeds voelbaar zijn in de stad zoals we die nu kennen. In meerdere opzichten hebben deze vroege housing estates juist een positieve invloed gehad op de sociale infrastructuur, economische vooruitgang en lokale politiek in Hong Kong.

Historisch DNA

Veruit de meeste Hongkongers zijn kinderen of kleinkinderen van immigranten uit China. Berooid begonnen deze nieuwkomers bij aankomst onderaan de maatschappelijke ladder. Door de snelle economische groei van Hong Kong konden veel mensen echter meegroeien met de economie en dat manifesteerde zich in de evolutie van hun woonsituatie. Vluchtelingen kwamen aan en vonden een plekje in de squats of cubicles. Jonge gezinnen kregen het vaak na een aantal jaar voor elkaar om een plek te bemachtigen in een public housing estate. In de jaren ’70 startte de overheid een programma voor gesubsidieerde koopwoningen zodat mensen hun nieuw vergaarde kapitaal konden investeren en zich op den duur een appartement in een private estate konden veroorloven. Zo hebben veel Hongkongse families het binnen twee generaties van illegale squat bewoners tot trotse huiseigenaren geschopt.

Beeld: de auteurs.
Beeld: de auteurs.

De publieke estates zorgde ook voor meer politieke inspraak van burgers. Als gevolg van twee forse rellen in de jaren ’70 mochten arbeiders voortaan hun zegje doen in Multiple Aid Commitees (MAC). Deze lokale, politieke inspraakorganen zouden de ogen en oren van de overheid worden in publieke estates waar veel conflicten bestonden rond huisvesting. Vertegenwoordigers van arbeiders die niet pro-overheid bleken, werden aanvankelijk geweerd van de onderhandelingstafel. Dit zorgde voor nieuwe protesten. Er ontstonden allerlei belangengroepen die nu niet alleen de problemen rond huisvesting aankaarten maar ook het ondemocratische karakter van het politieke systeem. Het zijn sporen uit deze roerige periode die in het politieke speelveld van 2014 nog steeds zichtbaar zijn.

Collectief geheugen
Je kunt het ironisch noemen, de op het eerste gezicht monotone, saaie housing estates zijn dus bepalend geweest voor het positieve beeld dat de wereld vandaag de dag van Hong Kong heeft, een welvarende en vrije stad. Het zijn de housing estates van de jaren ‘50/’60 geweest, die Hong Kong het selfmade imago hebben gegeven dat een grote rol speelt in het collectieve geheugen van de stad. Een goede illustratie is de razend populaire Hongkongse soap Below the Lion’s Rock, die gaat over het ‘wel en wee’ in een publiek wooncomplex. Het cultiveert een versie van de geschiedenis die Spartaanse tijden beschrijft maar waarin hard werken en doorzettingsvermogen uiteindelijk toch worden beloond. In het uitbundig vieren van veelal op fictie gebaseerde opwaartse mobiliteit, wordt de ‘onsuccesvolle’ onderklasse van vandaag de dag automatisch verantwoordelijk gehouden voor het uitblijven van succes. Een adres spreekt daarbij een meedogenloos oordeel uit. Er is een enorm contrast tussen de echte bewoners van de public housing estates en zij die vol nostalgie ‘de goede oude tijd’ verheerlijken, zonder ooit zelf een stap in een publieke flat te hebben gezet.

Park Island. Beeld: auteurs.
Park Island. Beeld: auteurs.

City of Sadness
Een adres in Hong Kong schept niet alleen mentale maar ook fysieke afstand. Publieke housing estates liggen soms zo afgelegen en geïsoleerd dat de toewijzing van een huis bijna op een verbanning lijkt, helemaal als er geen metro verbinding is. Een bekend voorbeeld in Hong Kong is Tin Shui Wai. Via de media werd deze afgelegen woonwijk bekend onder de naam City of Sadness. In het eerste decennium van de 21ste eeuw vond hier veel huiselijk geweld, criminaliteit en zelfmoord plaats. Eén van de oorzaken wordt toegeschreven aan de troosteloze situatie van veel bewoners. Rond de geïsoleerde locatie is nauwelijks werk te vinden en de hoge transportkosten om ergens te komen, zijn voor de meeste bewoners moeilijk op te brengen.

Als voorzieningen zich binnen afgebakende woongebieden bevinden en infrastructuur disconnectie in de hand werkt, is het lastig om je deel te voelen van een groter geheel dat ‘stad’ heet. De vraag die in de lucht blijft hangen is: hoe zorg je ervoor dat een eiland geen gevangenis wordt? Het is vooral in de publieke sector niet makkelijk om door te stromen naar een andere (private) estate. Dit ligt vooral aan de hoge prijs van land. Mensen die in Hong Kong van publieke huisvesting gebruik maken, komen er niet makkelijk meer weg omdat het verschil in maandelijkse woonlasten tussen public en private groter is dan ooit. De huurprijzen van een sociale woning beginnen tussen de 30 en 150 euro per maand. Terwijl je voor een kamer in de private sector minimaal 600 euro neertelt. In het verleden was dit anders. Waar publieke housing estates in de jaren ‘50/’60 echte sociaal economische springplanken waren, machines die migranten tot stadsbewoners transformeerden, lijkt er nu een statische situatie te zijn ontstaan. Het is interessant om te zien dat in de verzorgingsstad  publieke housing estates ooit de broedplaatsen waren voor (politieke) veranderingen en economische groei, de realiteit van vandaag de dag is dat ‘het’ niet meer gebeurt in housing estates.

Taikoo Shing. Beeld: de auteurs.
Taikoo Shing. Beeld: de auteurs.

Wat te doen?
De overheid kan veel doen om de sociale mobiliteit te verbeteren. Om te beginnen door letterlijk ruimte te scheppen. Het kleine oppervlak waar met toestemming gebouwd mag worden, beslaat slechts 7% van Hong Kong (inclusief de rurale gemeenschappen) en puilt uit. Alleen op heel beperkte schaal heeft de overheid landaanwinning (waar ze een monopolie op heeft) ingezet waardoor de prijzen van woningen extreem opgedreven zijn. Daarbij werd als reactie op de Aziatische crisis in ’97 het programma voor gesubsidieerde koopwoningen stop gezet om de markt weer extra stimulans te geven. Hiermee viel een essentiële opstap naar private huisvesting weg. De nieuwe regering heeft dit beleid enigszins terug gedraaid maar weigert in te zien dat public en private estates gecombineerd zouden moeten worden in één complex. Ook hebben private ontwikkelaars geen enkele verplichting om in sociale woningbouw te voorzien. Om de kloof tussen verschillende inkomensgroepen (en de bijbehorende kansen) te dichten zouden ontwikkelaars door de overheid verplicht moeten worden om gemixte compounds te ontwikkelen.

En kunnen (landschaps)architecten en stedenbouwkundigen een verschil maken? Veel architecten hebben zich helemaal afgekeerd van de woningbouw in Hong Kong en mengen zich liever in de gigantisch bouwopgaaf die de razendsnelle urbanisatie in China met zich mee brengt. Dat is zonde want juist dichtbevolkte, ontwikkelde Aziatische steden als Hong Kong, zijn plekken waar tegenstellingen tussen verschillende klassen en etnische groepen makkelijk tot een uitbarsting kunnen komen, met alle – ook economische – gevolgen van dien. Er is dus juist behoefte aan experts die de onderstroom in een complexe stad kunnen doorgronden. Hier ligt ook een kans voor Europese architecten en stedenbouwkundigen, zij zijn gewend om middelgrote steden te ontwerpen die qua formaat vergelijkbaar zijn met een housing estate in Hong Kong. Zij kunnen een lans breken voor de gedachte dat een housing estate niet slechts als efficiënte residentiële opgave moet worden gezien maar dat een gebied waar zoveel mensen zich thuis zullen gaan voelen, vraagt om een fatsoenlijk stadsontwerp. De overheid en de ontwikkelaars moeten overtuigd worden dat het anders kan en moet. Een housing estate ‘stad’ zonder kwalitatief goede plaatsen om te werken, te winkelen en anderen te ontmoeten, is een saaie stad die kan veranderen in een tikkende tijdbom.

Tin Shui Wai. Beeld: de auteurs.
Tin Shui Wai. Beeld: de auteurs.

Zijn er dichtbevolkte steden in Azië waar stedenbouwkundigen er wèl in slaagden een mixed city te creëren? Singapore laat zien dat het geen onmogelijke opgave is. De grote verscheidenheid aan typen sociale woningen en de hoge kwaliteit die niet onder doet voor de private sector, zorgen voor veel meer diversiteit in sociale woningbouw. Er is dus geen stigma verbonden aan deze wijken. Veel stadsbewoners blijven dan ook gebruik maken van sociale woonopties (85% van de bevolking, tegenover 46% in Hong Kong). Dit heeft tot gevolg dat het ook met de sociale integratie wel goed zit; voorzieningen zoals onderwijs, winkelgebieden en publieke ruimte, worden gebruikt door mensen afkomstig uit verschillende klassen.

Fundament
Een plek kan ons onbewust stimuleren om in beweging te komen, interactie met anderen te hebben of onszelf op te sluiten in bastions van gelijksoortigheid en passiviteit. Stoort het bewoners van housing estates dat ze op zelfvoorzienende eilandjes wonen? Voelen ze zich beknot door de vele regels of hebben ze genoeg aan de zorgvuldig uitgekozen faciliteiten die passen bij een uitgedacht consumptieprofiel? Het overgrote deel van de burgers stelt zich deze vragen niet: zij interpreteren de monotone saaiheid van hun private estates als comfortabel en gemakkelijk. Voor bewoners van public estates zal de sociale afstand tussen verschillende stukken stad wel voelbaar zijn, omdat de keuze om ergens te wonen niet vrij is, bereikbaarheid van stad (en dus werk) te wensen over laat, en hun adres stigmatiserend werkt. In beide gevallen heeft de architect en de stedenbouwkundige een morele verplichting om een tegengeluid te laten horen. Een stad biedt van oudsher alle randvoorwaarden voor uitwisseling. Juist interactie, het delen van nieuwe ideeën én ondernemende burgers, zorgen voor een leefbare plek; een fundament zo stevig, dat het een basis kan zijn voor torenhoge kwaliteit van leven.