Feature —

Nieuw en Nuchter

Joep Gosen

Nog tot en met 15 juni is in Genk de tentoonstelling Nieuwe Nuchterheid, een confrontatie met het wonen te zien waarin vijf unieke, maar gelijktijdig exemplarische woningen worden getoond. Joep Gosen schreef een bijdrage aan de catalogus. Hieronder een ingekorte versie van zijn ode aan deze ‘nieuwe stroming’.

Eengezinswoning in Lubbeek van Architecten Broekx & Schiepers
Eengezinswoning in Lubbeek van Architecten Broekx & Schiepers

De Flandrien
April is de maand van de grote voorjaarsklassiekers: de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik. Een kleurrijk peloton jaagt door ‘het schoonste land ter wereld’. Over betonbanen en kasseienstroken. Vallend en vloekend door onmogelijke bochten. Rakelings langs bomen, hegjes en stoeprandjes. Door regen en wind, sneeuw en hagel of stralende zon en stof. Overal staan huizen, rijhuizen met wachtende wachtgevels, oude boerderijen met afgeknotte hoeken, baanwinkels, statige herenhuizen en kastelen, pastoriewoningen, Spaanse villa’s, enzoverder enzovoorts. De helikopter geeft een fenomenaal beeld van het kleinschalige, gefragmenteerde, rommelige en gebricoleerde Vlaamse landschap.

De hoofdrolspeler van dit traag ontvouwende epos is ‘De Flandrien’. Hij is de man die voor dit soort werk gemaakt is. Een coureur gebakken uit de juiste klei. Hij is onvermoeibaar en gaat tot het bittere eind. Hij is groot en stevig van gestalte, maar de wind heeft geen vat op hem. Hij heeft het voorkomen van een boer en is geen klassieke schoonheid maar mooi doordat hij is wat hij is. Een man van het volk. God en klein Pierke tegelijkertijd!

In 2005 kwam het fotoboekje Flandrien uit. Hierin geeft Stephan Vanfleteren een schitterend sfeerbeeld van de koers, de Vlaamse wielerziel, de landschappen, de cafés langs het parcours, de supporters en de legendarische wielrenners; de volkshelden. Twee jaar later volgde Belgicum. Een ontdekkingstocht door ons kleine land en haar moeilijk te definiëren identiteit. Een reis in zwart-wit door veranderende tijd, door verval en langs vergankelijkheid, nostalgie en melancholie. Langs bier, friet en chocolade. Hoewel het boek een wat eenzijdig beeld van België oproept weet hij wel goed te vangen waar onze volkscultuur om draait.
De foto op pagina 99 laat Belgicum architectonisch spreken. In een kleine, mistige weide in Bredene staat de onderkant van een oude molen. Daarbovenop is een huisje met golfplaten lessenaarsdak gemetst. Het geheel straalt de eenvoudige spontane doeltreffendheid uit van de ‘kleine’ mens met zijn noden en behoeften. Ofwel hoe schept pragmatiek poëzie.

Is het dat niet waar het in de ‘Nieuwe Nuchterheid’ over gaat? Over (ge)bouwen, ruimtelijkheid, specifieke materiaalkeuze en poëzie, want anders is het geen architectuur. Over context en omgeving, want daarin bouwen we. Over de eenvoudige noden van de ‘individuele’ mens die een aangename beschutting tegen het Belgische weer en een warm, gezellig en geborgen huis wil. Want daarom bouwen we.

Eengezinswoning in Lubbeek van Architecten Broekx & Schiepers
Eengezinswoning in Lubbeek van Architecten Broekx & Schiepers

Maar waarom trekt de schrijver nu de vergelijking tussen huizen en Flandriens? Wat maakt deze huizen robuust en standvastig onvermoeibaar? Waarom gaan ze altijd in de aanval en waarom zijn ze Vlaams? Waarom zijn ze God en klein Pierke tegelijkertijd? Of om in meer architectonisch jargon te praten; waarom zijn ze tijdloos, archetypisch, robuust, eerlijk, en kwalitatief tegelijkertijd? Welnu aan de hand van drie huizen zal ik u dat uit leggen.

Het dak en de context
In 1999 verscheen het artikel 'Sleutelen aan het Belgische stadslandschap'. De auteurs (Bruno De Meulder et.al.) vertellen hierin hoe en waarom België verstedelijkte. Een belangrijke oorzaak was dat er vanaf 1889 over het hele territorium stedelijke woningtypologieën gebouwd werden. Misschien het bekendste maar zeker het meest ‘surreële’ voorbeeld is het vrijstaande rijhuis met zijn blinde wachtgevels te midden van de velden. Na de Tweede Wereldoorlog wordt – door toename van de welvaart – geantwoord met woningen met een meer landelijk karakter, villa’s die losjes gebaseerd zijn op of geïnspireerd door agrarische bedrijfsgebouwen.

De eengezinswoning in Lubbeek van Architecten Broekx & Schiepers is een expliciete verwijzing naar deze laatste ‘groep’. In een reeks foto’s tonen Broekx & Schiepers acht villa’s uit de jaren ’70. Ze staan langs de wegen die naar de site leiden en zijn gebouwd in dezelfde merkwaardige architectuur. Morfologisch hernemen ze de langgevelboerderij maar in het zadeldak wordt een gevellange dakkapel toegevoegd. Hierdoor ontstaat een woning met twee volledige bouwlagen die kleiner is dan ze lijkt.
Het grondplan is geschikt binnen een strikt raster: een rechthoek van acht identieke vierkanten. De leef- en slaapkamers zijn op het zuidwesten gericht en hebben vrij uitzicht over het lichtglooiende landschap. De functionele zones liggen op het noordoosten. De (inkom)hal is de spil van het huis. Verticaal verbindt ze alle verdiepen. Diagonaal ontvangt ze tegenlicht van het in het dak verzonken terras, het observatiedek van het huis.

Eengezinswoning in Lubbeek van Architecten Broekx & Schiepers
Eengezinswoning in Lubbeek van Architecten Broekx & Schiepers

De oranjerode kleur van het parament en het dak is rechtstreeks ontleend aan oudere huizen in de omgeving. Binnen zijn de materialen zoveel mogelijk in hun natuurlijke verschijningsvorm en kleur behouden; beton in het zicht, onbezet metselwerk, onbeschilderde houten plafonds. De polybeton vloeren zorgen voor een zachtgroene reflectie van het landschap. Samen met de witte, groene en blauwe pasteltinten komt het interieur ruim en fris maar ook spontaan en warm over.

De architecten schrijven verder aan de evolutie en de verspreiding van generieke woningtypologieën op het Belgische platteland. Door het algemene model aan te passen aan de context trekken ze het uit haar banaliteit en in een mogelijke vervreemding. Door de archetypische vorm en het opvallend onopvallende dak staat het huis midden in het landschap alsof het altijd al zo had moeten zijn.

De intelligente ruïne
Huis dnA staat op een ruim, hellend kavel in een oude woonstraat in Asse. Op het eerste zicht lijkt er iets vreemds met het huis te zijn. Of toch niet? Het begint met de plaats die het huis inneemt. Net als een van haar buren, maar in tegenstelling tot de rest van de straat, staat het gedraaid op haar kavel. Gericht op de zuiderzon en evenwijdig aan de hoogtelijnen. De plattegrond is kruisvormig en het dak plat. Daarom lijkt het minder groot dan het in werkelijkheid is. Elke ‘kamer’ heeft drie buitengevels waardoor er maximaal geprofiteerd wordt van het daglicht. Het kruis-been aan de noordkant is opengelaten als patio. Ze dient om de privacy naar de straat te waarborgen maar toch voldoende licht en zicht toe te laten. Het gelijkvloers volgt het niveau van het terrein. Bijgevolg hebben alle ‘kamers’ een verschillende hoogte en ontstaat er een boeiende overdwarse ruimtelijkheid.

Huis dnA in Asse van Blaf Architecten
Huis dnA in Asse van Blaf Architecten

Dan is er de materiaalkeuze. Alle buitenmuren zijn opgetrokken uit een gerecupereerde  typisch Vlaamse baksteen. Dezelfde als het café tegenover. Dezelfde als het merendeel van de rijhuizen uit de eerste helft van de 20e eeuw. De bouwwijze wijkt echter af van wat gangbaar is. Doorgaans wordt een huis van beneden naar boven en van binnen naar buiten quasi gelijktijdig opgetrokken. Hier heeft men eerst de volledige buitenschil gebouwd. Vervolgens heeft men binnen het stenen karkas een goed geïsoleerde houtbouw opgetrokken. Een huis in een huis.
Huis dnA heeft het karakter van een ruïne. Velen zullen misschien beweren dat het niet af is. Maar het is juist dit brutalisme – het in het zicht laten van de bouwmethode, onbewerkt materiaal en triviale details – dat iets verteld over de Belgische (bouw)cultuur en teruggrijpt op thema’s als ‘pragmatiek’ en ‘bricolage’. Van binnen daarentegen is het een moderne woning met veel licht en mooie zichten. De inrichting is sober maar kleurrijk. De vele houten constructie-elementen scheppen een ‘klassieke’ huiselijkheid.

Alhoewel deze woning een volledige nieuwbouw is kan de bouwwijze ook als statement opgevat worden. Want waarom een oud huis – dat niet meer aan de comforteisen van vandaag voldoet – afbreken? Of erger nog het uiterlijk onherstelbaar verminken door het van buiten te isoleren en dan te bezetten? BLAF architecten rijkt hier een goed alternatief aan. Behoud de oorspronkelijke uitstraling door binnen het bestaand karkas een nieuw huis op te trekken.

Huis H van ae-architecten
Huis H van ae-architecten


Reflectie & Ironie

Woning H staat aan de voet van de Kemmelberg, op de plek van een oude hoeve. Alhoewel oorspronkelijk bedoeld als permanent verblijf voor de ouders van één van de architecten wordt het nu gebruikt als weekendhuis. Het eerste ontwerp werd afgekeurd door de gemeente. Ae-architecten heeft daarom de zeer strenge stedenbouwkundige voorschriften maximaal gevolgd en tot het uiterste doorgedreven; bijna op het sarcastische af.

De woning herneemt de streekeigen oriëntatie van de rafelig verspreide bebouwing. De langste zijde van het huis is noord-zuid georiënteerd de kortste oost-west. Het is één laag hoog en heeft een zadeldak. Omdat het huis gedeeltelijk in het terrein verzonken is lijkt het klein en gedrongen. Alsof het zich probeert terug te trekken tussen de omringende heuvels. Zowel de gevel als het dak zijn oranje-rood. Om de glooiing te benadrukken is de plint gearticuleerd door een bredere voeg. Daarboven is om de vier en een halve steen een verticale strook bakstenen op hun kant gemetst. In de voorschriften stond immers dat er verticaliserende elementen in de gevel toegepast mochten worden. Het formaat van de ramen is bescheiden zonder de kwaliteit van panoramische uitzicht en licht te verliezen. Om dat te bewerkstelligen is aan de voorzijde van het huis een soort ‘voorzetgevel’ gemaakt.
Eenmaal binnen valt meteen de grote ruimtelijkheid, het overvloedige licht, het fantastische uitzicht en de gelaagdheid op. Het gelijkvloers is door niveauverschillen, verspingingen en variatie in plafondhoogte ingedeeld in verschillende ruimten. De eethoek is letterlijk het meest centrale deel van het huis. Ze gaat door tot in de nok en overziet (bijna) alles. Door het vele glas en de daar achter liggende gesloten delen ontstaan interessante reflecties van de omgeving en het interieur. De ‘barbecuepatio’ illustreert dit op schitterende wijze: omlijste boom, barbecue, weerspiegeling.

Uiteraard is de Kemmelberg bekend als scherprechter in de semi-klassieker Gent-Wevelgem. En daarmee is het cirkeltje rond. Want wat is er mooier dan het zien passeren van een voorbijrazend peloton in een Vlaams landschap? Wat is er mooier dan dit te doen vanuit een Nieuw en Nuchter huis dat de beleving van het ‘bezaaide’ landschap versterkt?