Feature —

Toekomstvoorspelling over het vak architectuur

Tim Prins

Zes officiële en één minder officiële architect schuiven aan bij een van de vele voorprogramma’s die in het kader van de architectuurbiënnale in Venetië worden georganiseerd. Het is een bont gezelschap dat nagenoeg alle continenten vertegenwoordigd. In het hotel Monaco & Grand Canal beraden zij zich over de toekomst van ons vak in de Greenhouse Talk II Fundamentals 1# What will be the future of the architectural profession?

Hotel Monaco & Grand Canal, Venetië
Hotel Monaco & Grand Canal, Venetië

De biënnale Fundamentals van Rem Koolhaas gaat weliswaar over architectuur, maar de curator zelf onthoudt zich van een stellingname over de toekomst daarvan. Tijdens de opening zegt hij onder meer dat zijn generatie lang genoeg de architectuur heeft gedomineerd. Als Koolhaas zich niet aangesproken voelt om iets te zeggen, wie durft er dan wel een voorspelling te doen? Een gesprek tussen prominente (deels jonge) architecten over de toekomst van het vak wekte daarom hoge verwachtingen.

Het beroep is aan het veranderen. Dat wordt vooral zo ervaren in West-Europa waar door de financiële crisis en demografische dalingen de diensten van de architect niet meer vanzelfsprekend worden afgenomen. Het ontbreken van de fysieke opgaven zorgt voor verwarring en een consistent beeld waar het vak architectuur heen moet ontbreekt. Dit leidt onder meer tot grensvervaging met andere ontwerp-disciplines (waarschijnlijk de reden waarom Daan Roosegaarde deelneemt aan het gesprek). De door de Nederlandse ambassade in Rome georganiseerde bijeenkomst moet inzicht geven in praktijken elders in de wereld, in de hoop daar een antwoord te vinden op de vraag ‘What will be the future of the architectural profession?’.

De deelnemers, Joe Osae-Addo (Constructs LLC), Bijoy Jian (Studio Mumbai)
Nanne de Ru (Powerhouse Company), Mauricio Pezo en Sofia von Ellrichshausen (Pezo von Ellrichshausen), Daan Roosegaarde (Studio Roosegaarde), Ma Yansong (MAD Architects) en Cino Zucchi (Cino Zucchi Architetti) zullen meer publiek gewend zijn, maar de magere opkomst voor de tweede editie van de Greenhouse talks onder leiding van Hans Ibelings zorgt voor een zekere intimiteit; tegenwoordig draait niet alles meer om aantallen.

Gevraagd naar de toekomst, plaatst de Italiaanse architect Zucchi de transitie van het vak in een serie van karikaturale ontwikkelingen van de architect. De eerste karikatuur is het schaap met vijf poten, Leonardo da Vinci. De architect is naast ingenieur, ook kunstenaar en uitvinder. De tweede karikatuur is Walter Gropius en het Bauhaus, met de architect als wetenschapper met een witte laboratorium jas. Vervolgens ontstaat in het proces van specialisatie de signatuurarchitect zoals een Frank Gehry. In het tijdperk dat zich nu aandient, heeft volgens Zucchi in de woorden van Wittgenstein “de jonge mens, niet meer genoeg aan gezond verstand om aan de vreemde eisen van het leven te voldoen”.

Volgens de Chileense architect Mauricio Pezo ontstaan deze vreemde eisen door de versnelling van onze leefwereld. Ma Yansong uit China stelt dat het voor architectuur onmogelijk is geworden de tred van de tijd bij te houden. Hij is sceptisch over de impact van architectuur, kan ze in de huidige versnelling het leven van de mens nog verbeteren? Misschien liggen de grootste uitdagingen van het leven buiten het bereik van architectuur. “Wat heeft het vak in de laatste decennia verbeterd? Bovendien hebben Chinese ontwikkelaars geen interesse in een inhoudelijk debat over architectuur”. “Architectuur gaat niet alleen maar over gebouwen”, brengt Daan Roosegaarde in, “en verbeteringen van de leefomgeving is niet voorbehouden aan de architecten”.

“Ontwikkeling in Ghana vindt plaats zonder architecten”, vertelt Joe Osae-Addo over de praktijk in zijn land. Opgeleid en werkzaam geweest in West-Europa en Amerika, stelt ook hij dat het vak haar relevantie moet hervinden. “Ook al is het vakgebied in transitie, architectuur blijft een dienend beroep. De verandering van het vak komt dan ook niet uit interne stimulansen, maar door de veranderende behoeften van de samenleving. Een architect zou de effecten van de verandering moeten beoordelen en als advocaat zich ook moeten engageren voor minder comfortabele thema’s die politieke aandacht verdienen. Hoe staat de architect tegenover de verstedelijking van de wereld en al haar uitdagingen van migratie? Te lang heeft het vak gereageerd en te weinig geanticipeerd.”

“En architectuur moet naar voren durven kijken”, valt Roosegaarde hem bij, “bij de probleem-gestuurde-architectuur ontbreekt een nieuwsgierigheid naar de toekomst”. De Ru: “Het naar voren projecteren van ideeën behoort tot de eigenschappen van het vak. Alert blijven op maatschappelijke veranderingen is belangrijk, maar ook intercultureel denken. Onze hoofdverantwoordelijkheid is het blijven produceren van kwaliteit, waarvan ethiek een inherent onderdeel is”. Ma Yansong plaatst hierbij een kanttekening. “Hoe kan men nu weten wat in de toekomst als gewaardeerde architectuur wordt gezien? Kijk naar gebouwen die in onze tijd gewaardeerd worden, misschien was de functionaliteit die het nu heeft oorspronkelijk niet zo bedacht.” Volgens hem is de kracht van architectuur niet het verantwoordelijkheidsgevoel van een vakgebied, maar de prestatie, het verlangen en de ambitie van het individu.

Bij het noemen van Chandigarh als referentie voor de positieve invloed van een architect, opent Bijoy Jain fel de aanval. “Chandigarh had vijftig jaar nodig om te rijpen. Door het masterplan van Le Corbusier als enkelvoudige interventie te beoordelen, sluit je andere factoren uit. Deze zienswijze is een vooringenomenheid van het vak en een beperking. Nieuwe ontwikkelingen ontstaan uit dialogen en om voorbij bestaande grenzen te gaan, moeten invloeden van het leven in het proces worden toegelaten. Het huidige Chandigarh is een assimilatie van condities en toont de kneedbaarheid van architectuur in de werkelijkheid.” Jain vervolgt: “De evolutie van de architectuur zit in de fouten die we maken. Het leven bestaat uit conflicten en dat moet de architectuur toelaten.” Als blijk van instemming citeert Zucchi Samuel Beckett: “Try again. Fail again. Fail better

De gesprekken met de verschillende architecten zijn onderhoudend, de intercontinentale discussies interessant, maar ferme standpunten, laat staan visionaire vergezichten over de toekomst van het vak worden deze ochtend niet geuit. Ibelings is desalniettemin optimistisch over de toekomst van het vak: “Would lawyers ever perform a soul search?” Onderwijl ploeteren de architecten tastend voort.