Recensie —

Wijn en architectuur

Otakar Máčel

Voor wie het nuttige met het aangename wil combineren en naar midden Europa gaat, of nog een vakantiebestemming zoekt, is er de catalogus/reisgids Architecture and Wine in Central Europe. Otakar Máčel over wijn en architectuur.

Vinofaktur Vogau, Rakousko, Oostenrijk. BWM Architekten und Partner. Afbeelding uit besproken boek.
Vinofaktur Vogau, Rakousko, Oostenrijk. BWM Architekten und Partner. Afbeelding uit besproken boek.

Hoewel het laatste jaren de Oostenrijkse witte Grüne Veltliner en de rode Zweigelt aan een opmars in de Nederlandse supermarkten bezig zijn, is het wijn uit Midden Europa hier nauwelijks populair. De wijnbouwtraditie gaat tot het verre verleden terug, soms zelfs tot de Romeinse kolonisatie, maar de verkoop van de wijn was altijd beperkt tot de regio zelf. Bovendien heeft de Oostenrijkse wijnfraude uit 1985, toen twee mannen hun wijn met koelvloeistof ‘verbeterde’, de populariteit van het gebied ten oosten van Nederland niet vergroot. Wat wel een impuls in de regio is geweest, was de politieke ‘Wende’ in 1989. Plotseling kon het particuliere initiatief het rigide staatsinkoop systeem vervangen, waardoor investeringen gegroeid zijn en de export van wijn uit Hongarije, de voormalig DDR, Tsjechië, Slowakije en de landen van de voormalig Joegoslavië is gestimuleerd.
De Praagse architectuurgalerie Jaroslava Frágnera heeft vorig jaar een tentoonstelling met een catalogus gepresenteerd, die deze ontwikkeling vast legt. Een tentoonstelling, die de bedrijfsinvesteringen van de wijnbranche in de nieuwe wijnboerderijen laat zien.

Zlati Grič, Slovinsko, Slovenië. Architecten  Andrej Kemr en Igor Skulj. Afbeelding uit het besproken boek.
Zlati Grič, Slovinsko, Slovenië. Architecten Andrej Kemr en Igor Skulj. Afbeelding uit het besproken boek.

Tirol (Noord Italië). Deze landencombinatie doet herinneren aan de oude Donau monarchie en uit de catalogus blijkt dat dit idee medebepalend was voor de territoriale afbakening van het onderwerp, met Saksen (voormalige DDR) als uitzondering. De catalogus begint met drie inleidende teksten, waarvan alleen de laatste van Ján M. Bahna informatie over de geschiedenis van de wijnbouw en de bijbehorende architectuur geeft. Maar het belangrijkste en omvangrijkste deel is de documentatie van de nieuwe wijnboerderijen. Die is per land gerangschikt, voorzien van beschrijving en beelddocumentatie (exterieur opnames, plattegrond en doorsneden). Bijzonder is de vermelding van de verkregen architectuurprijzen, zowat de helft van de wijnboerderijen werd met iets bekroond. Voor de eventuele bezoekers is het e-mail adres handig en ook de informatie over de druivensoort, die desbetreffend wijnhuis  op zijn wijngaarden verbouwt, zowel wit als rood.

De witte wijn voert in centraal Europa de boventoon, met een aantal plaatseigen druivenrassen als Grüne Veltliner, Welsch Riesling, Müller Thurgau, Pálava, Tokaj of Hárslevelü. Door de klimatologische omstandigheden doen de witte wijnstokken beter dan de rode, een rode Bordeaux of Bourgogne is in Midden Europa niet te evenaren. Hoewel de Zweigelt, Dornfelder of St. Laurent, op hout gerijpt, een heel smakelijk drankje kan opleveren.

Weingut Preisinger, Rakousko, Oostenrijk. PropellerZ. Afbeelding uit besproken boek.
Weingut Preisinger, Rakousko, Oostenrijk. PropellerZ. Afbeelding uit besproken boek.

Wat is nodig om wijn te maken? Wijndruiven uiteraard, maar die kunnen ook anderen verbouwen. Maar voor de productie is een ruimte om de druiven te verwerken, een ruimte om de wijn laten gisten en een ruimte om de wijn te bewaren nodig, hoewel de laatste twee kunnen soms samenvallen. Grotere, professionele wijnboeren hebben ook een proef- en verkoop lokaal met een kantoor. De laatste trend, althans voor grote ondernemers, is een combinatie met een restaurant, hotel, wijnkuur of met iets cultureel belerend, wat in het Duits met het modieuze woord Erlebniswelt wordt aangeprezen. Wijn proeven alleen is al lang niet genoeg.

Dit is een groot verschil met het verleden. Vroeger waren in het Midden Europa ook grootproducenten: kastelen, kloosters of herenboeren, later ook staatsbedrijven, maar het gros van de wijnboeren was kleinschalig. De boer woonde in het dorp en aan het dorpsrand was zijn kelder – van buiten meestal een deur tegen de helling die toegang gaf tot de daarachter gelegen bedrijfsruimten. Of, als zijn huis tegen een helling gebouwd werd, was zijn kelder op de begane grond en de woning boven. De kleine wijnboeren zijn nog steeds in de meerderheid, maar sinds de jaren tachtig bevordert de nieuwe technologie en de verhoogde kwaliteitseisen de grootschalige productie. De bedrijven worden groter, de kleine boeren bundelen vaak hun krachten in coöperaties.
Het zal ook niet verbazen dat de wijnboerderijen in de catalogus tot de grotere en tot de heel grote behoren, het gaat tenslotte om forse investeringen. Er zijn een aantal uitzonderingen waaronder de Tsjechische wijnhuizen Krásná hora en Zmeko die aansluiten op de traditionele kleinschalige bouw.

Loisium, Rakousko, Oostenrijk. Steven Holl. Afbeelding uit besproken boek.
Loisium, Rakousko, Oostenrijk. Steven Holl. Afbeelding uit besproken boek.

Architectonisch bieden de wijnhuizen een aardige panorama van de hedendaagse architectuur, al zijn de echo’s van de Zwitserse architectuur (Herzog & de Meuron, Zumtor, Bearth & Deplazes) zichtbaar. Vaak is de nieuwbouw een verbouwing of toevoeging bij bestaande bouw, soms betreft het alleen het ondergrondse gedeelte, de kelder. Hoewel een kelder met constante temperatuur tegenwoordig niet meer een voorwaarde sine qua non is – de temperatuur van de roestvrijstalen gistingvaten wordt met de computer elektronisch bewaakt, wordt de kelderruimte vanwege de stabiele temperatuur graag benut en het opslaggedeelte van de nieuwbouw‘ duikt’ meestal onder de grond. Dit leidt ook tot bijzondere verbindingen met het landschap. Sommige van de nieuwe wijnhuizen tronen als kastelen boven op een heuvel, maar vele andere voegen zich naar de geleding van de landschap, alsof zij er een deel van zijn. Het meest uitgesproken voorbeeld is het wijngoed Zlati Grič in Slovenië, dat voor een groot deel onder een grasdak ligt.

Pavlov, Zuid Moravie uit eind 17e eeuw, Nationaal monument
Pavlov, Zuid Moravie uit eind 17e eeuw, Nationaal monument

De wijnboerderij als architectuuropgave is niet zo curieus als dat het lijkt, veel bekende architecten hebben zich er mee bezig gehouden. De Dominus Estate Winery van Herzog & de Meuron is het bekendste voorbeeld, maar al in de jaren tachtig hebben Ricardo Boffil en Michael Graves wijnhuizen ontworpen, later volgden onder andere Santiago Calatrava, Norman Foster, Álvaro Siza, Mario Botta, Renzo Piano en Christian de Potzamparc. Van de established architectuur sterren is in centraal Europa alleen het bureau van Steven Holl vertegenwoordigd met Loisium Weinerlebniswelt in Kamptal in Oostenrijk uit 2002-2003. Het is een aluminiumkleurige kubus met spleetachtige openingen en open binnenstructuur die als proef- en verkoop lokaal dient. Onder de grond is een gangverbinding met een oude kelder. In 2005 werd nog een designhotel met zwembad gebouwd, waar ook een wijnkuur wordt aangeboden. Bijzonderheid daar zijn de meubels van Friedrich Kiesler, die hij in 1942 voor Peggy Guggenheim ontworpen heeft. Een andere bekende architect is Boris Podrecca, die het wijngoed Brič in Slovenska Istra in Slovenië heeft ontworpen. Alle andere wijnboerderijen zijn door architecten uit de regio ontworpen, waarvan het Weense bureau PropellerZ in zulke opdrachten gespecialiseerd lijkt te zijn. Zij hebben enkele boerderijen in Oostenrijk gebouwd maar ook in Hongarije en Slowakije.

De combinatie van architectuur en wijn als een combinatie van een visueel en culinair genot is bij uitstek geschikt voor een excursie of vakantietocht. Daarom, kan de Praagse catalogus een goed aanleiding zijn om de Midden Europese wijn en architectuur die hier weinig bekend zijn, deze zomer te ontdekken.

Zlati Grič, Slovinsko, Slovenië. Architecten  Andrej Kemr en Igor Skulj. Afbeelding uit het besproken boek.
Zlati Grič, Slovinsko, Slovenië. Architecten Andrej Kemr en Igor Skulj. Afbeelding uit het besproken boek.