Feature —

Sterker door Strijd

Robbert de Vrieze

Rotterdam heeft op z’n zachtst gezegd een problematische verhouding met sloop en verzet. Sinds Thorbecke het mechanische monster van het luchtspoor in 1877 door de historische binnenstad heen ramde, is er een soort cataclysmische mentaliteit in Rotterdam ontstaan. Sloop als katalysator voor vernieuwing. Of steekt er wellicht een geheime agenda achter de Rotterdamse sloopcultuur?

Schieblock met Luchtsingel, Rotterdam

Na de puinhopen van het Duitse bombardement is er door voortvarende en modernistische zeloten nog wat aangeschoten wild gesneuveld, zoals bijvoorbeeld de Groote Schouwburg aan de Aert van Nesstraat en de Bijenkorf van Dudok op de plek waar nu het Churchillplein is. Ook in de periode daarna zijn vele architectonische pareltjes ten prooi gevallen aan de sloopdrift van het bestuurlijk-architectonisch-projectontwikkelings-complex. Het is notabene een kunstenaar – Rotterdammert en ex-humobist Gyz La Rivière – die in zijn boek Rotterdam 2040 die deze sloopdrift aan de kaak stelt en een romantisch pleidooi voor reconstructie van de 10 mooiste missers doet. Als in Berlijn het Stadschloss herbouwd wordt op de plek van het Palast der Republik kunnen we dat toch zeker ook in Rotterdam?

Sloop en verzet door de jaren heen
Door de jaren heen veranderen de motivaties voor sloop en het verzet daartegen. Landsbelang was het argument om het luchtspoor ondanks hevig verzet tegen de aantasting van het stadsbeeld toch uit te voeren. Je zou kunnen argumenteren dat het Rotterdam uiteindelijk veel gebracht heeft; duizenden reizigers kregen het bruisende centrum van Rotterdam op hun netvlies. In het vacuüm tijdens de oorlog zagen modernistische architecten en zakenlui hun kans schoon om de binnenstad rücksichtslos op moderne Amerikaanse leest te schoeien. Onder bevel van een vreemde mogendheid en met veel mensen overleden of bezig met overleven was het protest voornamelijk postuum.

In de jaren zeventig kwam er een hele andere argumentatie voor de sloop van de oude stadswijken. Stadsvernieuwing en (betaalbaar) bouwen voor de buurt was de reden om de verpauperde stadswijken en haventerreinen te herstructureren. Daarnaast zorgde secularisering en ontkerkelijking ervoor dat veel kerken sneuvelden onder de sloophamer. Ondanks de ontzuiling was er veel protest tegen de sloop van onder andere de Koninginnenkerk (Crooswijk) en de Wilhelminakerk (Feijenoord); ‘Wat de nazi’s lieten staan, gaat er nu wel aan.’ Overal in de stad hingen cynische verkiezingsaffiches: ‘Stem P.v.d.A of C.P.N. Alle mooie kerken, molens en oude gebouwen moeten weg. Wij willen kale vlaktes met hier en daar een blokkendoos

Foto Marieke van Santen

In het afgelopen decennium is de sloop en herstructurering van Nieuw Crooswijk een grote splijtzwam in de stad geweest. Op de vleugels van de gouden tijden van het wensdenken in de gebiedsontwikkeling is in 2004 een binnenstedelijke Vinex-operatie voorgesteld door een publiek-private samenwerking van de gemeente Rotterdam, WBR (nu Woonstad), Era, Proper Stok en West8. De (bevolkingspolitieke) motivatie was dat de negentiende-, begin twintigste-eeuwse woningen niet meer van deze tijd waren en dat aspirant Rotterdammers alleen naar een compleet getransformeerde – tabula rasa – wijk zouden willen komen. Onder andere een blok van Granpré Molière en het in 1920 gebouwde blok Reserveboezem III waar onvolledige gezinnen (weduwen met kinderen, ouderen) collectieve functies deelden moesten het veld ruimen. Door de crisis van 2008 is het plan voor Nieuw-Crooswijk noodgedwongen bijgesteld tot een veel fijnzinniger en fijnkorreliger pandsgewijze aanpak.  Het massieve en langdurige verzet van onder andere Crooswijkers, oud-woningbouwcorporatiedirecteuren, architecten en politieke partijen heeft zo op wrange manier achteraf toch enigszins gelijk gekregen.

Methoden en tactieken
Gedurende de jaren veranderen door maatschappelijke ontwikkelingen ook de methoden en tactieken van verzet. Midden jaren 70 zijn aan de Rotte twee historische panden uit 1720 gered van de stadsvernieuwing rondom het kabouterdorp op het voormalige Heliport. Een koppige eenling heeft tot aan de Raad van State geprocedeerd tegen de sloop van deze koopmanshuizen. De huizen zijn uiteindelijk gered omdat de rechter het rijk gedecoreerde plafond monumentwaardig vond en oordeelde dat het plafond in zijn geheel naar een nieuwe locatie getransporteerd zou moeten worden. Dit was zo’n onmogelijke opgave dat de twee panden uiteindelijk niet gesloopt zijn en er nu de Rotterdamse Salon gevestigd is.

Naast het model van de eenzame juridische strijder is een ander voorbeeld, de Stampioendwarsstraten in Feijenoord. Twee kleine straatjes met rug-aan-rug woningen – de eerste die de NV maatschappij Werkmanswoningen (het latere Woonstad) bouwde – stonden eind jaren 80 op de nominatie om gesloopt te worden. Te klein, niet van deze tijd, weg ermee. Van oudsher boden de dicht opeen gepakte woninkjes onderdak aan een bonte en hechte groep mensen (enkelen met een beperking) die voor elkaar zorgden. Zij verzetten zich tegen de sloop en schakelden de woongroepenwinkel in om een alternatief herbouwplan te maken. De woningbouwcorporatie had geen vertrouwen in de verhuurbaarheid van de woningen en stelde als voorwaarde dat de bewoners daar dan maar zelf voor moeten zorgen. Tot op de dag van vandaag kiezen de bewoners van de Stampioendwarsstraten hun eigen buren.

Crooswijk, Rotterdam. Foto Moritz Bernoully

En recentelijk laten de ontwikkelingen rondom het Schieblock zien dat overtuigingskracht, een solide businessplan en een economische crisis met 30% kantorenleegstand vastgoedeigenaren kunnen bewegen om samen met anti-krakers een pand (vooralsnog vaak tijdelijk) te herontwikkelen. Door een grote groep gebruikers te verbinden, een plek te worden waar stadscultuur geproduceerd wordt en dit alles te combineren met een doordachte mediastrategie, slaagt het Schieblock erin om in een alliantie een alternatief te formuleren voor vastgelopen vastgoedplannen.

Een geheime agenda?
Wat al deze (protest)bewegingen gemeen hebben en weten te bereiken, is dat er door de dreiging van sloop strijdlust en massa ontstaat. Door deze urgentie ontstaan – als het lukt om de sloop af te wenden – vaak de meest creatieve oplossingen, de meest veerkrachtige gemeenschappen en de mooiste verhalen van de stad.
Ik vermoed dan ook een geheime agenda bij de dienst Stedenbouw, Gemeentewerken, Stadsontwikkeling of hoe die club tegenwoordig ook mag heten. Ik vermoed dat iedere nieuwe gebiedsontwikkeling standaard begint met de aankondiging van sloop van het een of ander om verzet uit te lokken. Door zorgvuldige botte analyses en dubieuze drogredenen wordt het vuur van het verzet verder aangewakkerd totdat zich een beweging manifesteert die sterk en vaardig genoeg is om een deel van de stad zelf te produceren. En het stelt ook actief de vraag aan bewoners of je bereid bent ervoor te vechten. Ik vermoed een zorgvuldig geheim gehouden strategie die Rotterdam de dynamische stad maakt die het is.
Sterker door Strijd; het staat nota bene in het wapen!