Recensie —

Echte Afrikaanse stadsscènes

Allard Jolles

Recentielijk verscheen het eerst grote boek van stadsfotograaf Lard Buurman, Africa Junctions Capturing The City. Te midden van grote prints van Buurmans werk werd tijdens de presentatie van het boek in Amsterdam gediscussieerd over Afrikaanse stedenbouw, openbare ruimte, de trek naar de stad en vooral de wijze waarop de fotografie van Buurman dat verhaal vertelt. Is dit documentaire stadsfotografie in de klassieke zin van het woord, of gaat Buurmans werk veel verder? Allard Jolles was bij de presentatie, bekeek de foto’s en las het boek.

Agha Kahn Walk, Nairobi, Kenya, 2010 / 2012 foto Lard Buurman
Agha Kahn Walk, Nairobi, Kenya, 2010 / 2012 foto Lard Buurman

In de roman Ich und Kaminski van de Duitse schrijver Daniel Kehlmann uit 2003 zegt de oude, blinde schilder Manuel Kaminski tegen zijn biograaf het volgende: ‘Het perspectief is een techniek van abstractie, een conventie uit het quattrocento, waar we inmiddels aan gewend zijn. Maar licht moet door vele lenzen, voordat we een afbeelding als realistisch ervaren. De werkelijkheid heeft er nog nooit als een foto uitgezien.’ Even verder vervolgt Kaminski: ‘De werkelijkheid verandert bij iedere blik, in iedere seconde. Het perspectief is een verzameling regels, om deze chaos op een of andere manier in het platte vlak te krijgen. Niet minder, niet meer.’

Shoppen
‘De chaos van de blik…in het platte vlak.’ Deze woorden van romanfiguur Kaminski schoten door mijn hoofd tijdens het bekijken van het werk in Lard Buurmans nieuwe prachtboek Africa Junctions. Buurman lijkt zich namelijk als geen ander bewust van wat Kaminski hier te berde brengt. Buurmans foto’s zijn nooit één shot, maar altijd opgebouwd uit ‘vele lenzen’. Met digitale technieken componeert hij een beeld uit de vele foto’s die hij van een stuk stad maakt. Hij maakt eerst een achtergrond door een bepaald stuk stad ongeveer zes keer te fotograferen, in verschillende richtingen. Vervolgens blijft Buurman gedurende een minuut of twintig staan om meerdere passanten vast te leggen – langer geeft onder meer te opvallende schaduwverschillen. De foto’s van de achtergrond shopt hij vervolgens aan elkaar zodat er voor het oog een plaats ontstaat die wij, beschouwers, gewend zijn te zien sinds het ‘quattrocento’. Zijn foto’s hebben daardoor zelden of nooit één verdwijnpunt, en wie goed kijkt ziet dat één zo’n foto eigenlijk helemaal niet gemaakt kan worden. De gefotografeerde voorbijgangers plaatst hij vervolgens bij elkaar in het beeld, zodat er een begrijpelijke scène ontstaat, een stadsverhaal, waarin individuen samenkomen die elkaar ‘in het echt’ mogelijk net gemist hadden. Er ontstaat contact, maar niet als Buurman dat niet wil. Buurman fotografeert stedelijke interactie – achteraf.

UPN Université, Kinshasa, Congo, 2011 / 2011 foto Lard Buurman
UPN Université, Kinshasa, Congo, 2011 / 2011 foto Lard Buurman

Tijd-ruimtefotografie
In eerst instantie ben je geneigd te denken: ik word beetgenomen, mijn oog wordt gemanipuleerd, dit is niet echt. Maar niets is minder waar. Juist door deze techniek toe te passen, en Buurman doet dat al zo’n vijftien jaar, kom je als kijker veel dichter bij een fysieke stadservaring dan gewone foto’s doorgaans toestaan. Het licht, om met Kaminski te spreken, is namelijk door vele lenzen gegaan en we herkennen de stedelijke werkelijkheid in de foto’s van Buurman; niet vanwege de door ‘perspectief in het platte gebrachte chaos’, maar omdat het lijkt op wat we buiten meemaken. Want die vele foto’s die tot één beeld hebben geleid, simuleren als het ware onze vele blikken en gezichtspunten die we met ons hoofd maken, of we nu door de stad wandelen of even stil staan. Daarnaast vangt Buurman de tijd door verschillende, na elkaar verschijnende ruimtegebruikers bij elkaar te zetten. We zien in één beeld meerdere momenten en meerder standpunten samengevat. Ook dit zijn we gewend: als je tien minuten op een plein staat te kijken, vormen die beelden later ook één herinnering. Buurman laat zo door fotografie de werkelijkheid er eindelijk als zichzelf uit zien.

Ghandi Square, Johannesburg, 2009 / 2010 foto Lard Buurman
Ghandi Square, Johannesburg, 2009 / 2010 foto Lard Buurman

Waar ruimte is, kan ik gaan
Maar dat is niet alles. De wijze waarop Buurman zijn beelden construeert en zijn stadsscènes samenstelt, voegt juist bij deze Afrikaanse platen een extra dimensie toe. Buurmans modus operandi past perfect bij de Afrikaanse stadsdynamiek. N’Goné Fall, sprekend tijdens de boekpresentatie en tevens schrijfster van een van de vier essays in het boek, vertelde dat in de Afrikaanse stad de openbare ruimte van iedereen is, niet in de zin van ‘van ons allemaal’, maar in de zin van ‘dus ook van mij’. Een plek wordt jouw plek door te onderhandelen en hem toe te eigenen. Of je nu iets wil kopen of verkopen, of je nu wandelt of op een brommer zit; het is altijd een kwestie van continue afstemming. Waar de Europeaan zijn stad gebruikt door zich tegelijkertijd onbewust aan allerlei regels te houden, daar moet de Afrikaanse stedeling door het gebrek aan regels zijn plek in het hier en nu altijd opnieuw bespreken en regelen. Dit maakt de straten niet alleen erg levendig, het maakt ook duidelijk dat altijd alles overal kan, mits uitonderhandeld met buren of autoriteiten. De regel luidt: ‘overal waar ruimte is, is plek voor mij’; en die geldt voor alle aanwezigen in de openbare ruimte, ieder moment opnieuw. Dat lijkt chaos, maar zoals N’Goné Fall het verwoordde, dat betekent niet dat het niet goed is voorbereid. Precies dit wordt extra manifest door de door Buurman gebruikte werkwijze.

Clock Tower Ground, Kampala, Uganda, 2009 / 2013 foto Lard Buurman
Clock Tower Ground, Kampala, Uganda, 2009 / 2013 foto Lard Buurman

Wijkverbetering
Tot slot Lagos, een van de steden in Buurmans boek. Op dit moment is het met ruim 13 miljoen inwoners de snelst groeiende stad ter wereld. Het in het bezit nemen van ruimte gaat daar dagelijks op bovenstaande wijze. Mensen verlaten daar niet snel hun woonplek als ze het iets beter gaat, maar investeren er liever in. Hoe slecht de woning ook, beter een nieuwe voordeur of een schotelantenne dan een vertrek, met nieuwe, onzeker onderhandelingen in het verschiet. Wijken worden zo als vanzelf van onderop beter. Inspirerend? Zeker. En de kans dat het ons straks ook gewoon overkomt, die chaos, is natuurlijk aanwezig, zeker als hier in Europa de trek naar de stad een beetje op stoom komt. Na het bekijken en lezen van Africa Junctions is een wandeling door de stad nooit meer wat het was.