Recensie —

Ontmoetingen: de tweeledigheid verbeeld

Frederik Pöll

‘Ontmoetingen’ is een boeiende, narratieve tentoonstelling over het werk van noAarchitecten in deSingel die de bezoeker letterlijk en figuurlijk van buiten naar binnen leidt en vice versa. Voortdurend wordt de bezoeker geprikkeld om zelf verbanden te leggen. De tentoonstelling maakt nieuwsgierig en daagt uit om de dialoog aan te gaan.

‘Ontmoetingen’ van noAarchitecten, foto Stijn Bollaert.
‘Ontmoetingen’ van noAarchitecten, foto Stijn Bollaert.

Na de succesvolle expositie Pasticcio slaagt het Vlaams Architectuurinstituut (VAi) er dit jaar wederom in om een sterke tentoonstelling te maken over een architectenbureau c.q. architectuurstroming die midden in het vakdebat staat. De tentoonstelling toont het werk van noA en laat vooral hun plezier in het werken zien. En wat een plezier is deze tentoonstelling, die in nauwe samenwerking met het bureau is gemaakt!

noAa werd in 2000 opgericht door An Fonteyne, Jitse van den Berg en Philippe Viérin en is gevestigd in Brussel (met een tweede basis in Brugge). In hun projecten kijken ze uiterst precies naar de vraag en de context, voortdurend op zoek naar aanknopingspunten op alle schaalniveaus. De voorgestelde antwoorden zijn zeer sensitief en trefzeker. Een gebouw moet een achtergrond kunnen vormen voor activiteiten van mensen, maar mag ook op de voorgrond treden. Of juist ambigu: zowel op de voorgrond als op de achtergrond aanwezig. noAa is van mening dat elk goed gebouw die tweeledigheid in zich heeft. Een treffend voorbeeld is de transformatie van de voormalige stadsgevangenis in Hasselt naar het faculteitsgebouw Rechten. Van een instrument van de macht naar een open, kleinschalige universiteit. De gevangenis als een stedelijk interieur, waarbij de presentie van zowel oudbouw als nieuwbouw zich steeds afwisselt in beleving, materiaal, vorm en openheid of juist geslotenheid. Het intrigerende van de tentoonstelling is gelegen in het feit dat deze tweeledigheid ook hier zichtbaar is. Er is een spannende wisselwerking tussen het geproduceerde werk en de wijze van tentoonstellen.

‘Ontmoetingen’ van noAarchitecten, foto auteur.
‘Ontmoetingen’ van noAarchitecten, foto auteur.

De tentoonstelling heeft als doel een interactie te creëren tussen de bezoekers en de projecten. Die interactie wordt door noAa getypeerd als een ontmoeting. Het architectenbureau is erin geslaagd verschillende projecten naar deSingel toe te brengen en de bezoeker daar onderdeel van te maken. De tentoonstelling bestaat uit twee samenhangende delen die in een hoge en in een lage ruimte tentoongesteld zijn.
De binnenkomst in het eerste deel van de tentoonstelling, de hoge ruimte, heeft iets bevreemdends: het is als een theater, alleen zit je niet in de zaal, maar sta je op het podium tijdens een repetitie. De gepresenteerde werken fungeren als decor, sommige foto’s staan quasi-nonchalant tegen de muur. Het geeft de instabiliteit van de scène weer, een scène die aanvoelt alsof hij elk moment kan veranderen. Een duidelijke route is afwezig. De bezoeker is vrij om zich te verwonderen, en van model naar foto, van foto naar gedicht, van gedicht naar projectie te dwalen. Het deel van de tentoonstelling dat in deze hoge ruimte is terug te vinden, bestaat uit levensgrote foto’s, grote schaalmodellen en poëtische teksten. De foto’s geven elk detail weer. Ze doen recht aan de gelaagdheid van de projecten en laten een rijkdom zien die in het werk van noAa alom aanwezig is. De schaalmodellen staan als ruimtelijke beleving in de zaal. Ze zijn gemaakt van het materiaal waarin het project daadwerkelijk gerealiseerd is, zoals de houten constructie van de gang van het Stadhuis in Lo en de bakstenen gevel van het project Kloosterhof Pamele in Oudenaarde. Een speels element zijn de poëtische teksten, geschreven door Jan Florizoone. Ze zijn geprint op witte velletjes en hangen met speldjes aan de muur. De teksten die je als bezoeker de projecten doet overpeinzen, alhoewel de link naar het werk van noAa vaak lastig te maken is.

‘Ontmoetingen’ van noAarchitecten, foto auteur.
‘Ontmoetingen’ van noAarchitecten, foto auteur.

Het tweede deel van de tentoonstelling bevindt zich in de lage ruimte en biedt de gelegenheid tot verdieping. De bezoeker kan aan tafels zitten om de projecten verder te bestuderen, omringd door maquettes en een kast met materiaalsamples. Hier toont noAa het plezier dat zij beleven aan hun werk als architect, met name aan de weg naar en tijdens de realisatie. De projecten die in de hoge ruimte getoond worden met schaalmodellen en foto’s, worden hier in de lage ruimte gepresenteerd in materiaal, tekeningen en maquettes. De materiaalsamples zijn voorzien van een label waarop het project, de fabrikant, een specificatie en de toepassing te lezen valt, indien nodig aangevuld met een kleurcode. Een tafel vol studiemaquettes, op verschillende schaalniveaus en gemaakt van verschillende materialen, geeft inzicht in de ruimtelijke constellatie. Op de overige tafels liggen, geordend per project, precieze tekeningen, foto’s van het eindresultaat en boekjes waarin de bezoeker associatieve beelden en het bouwproces kan zien.

Tegelijk met de tentoonstelling is er een monografie over noAa verschenen, de eerste van een reeks getiteld ‘North North West’. De reeks architectuurmonografieën focust zich op architecturale praktijken in Noordwest-Europa. De monografie van NoAa is volledig met precieze tekeningen op verschillende schaalniveaus, goede foto’s en bondige toelichtingen. Oftewel, van de kwaliteit die je van noAa gewend bent; gemaakt met aandacht en precisie. Maar bij de eerste aanblik en aanraking bekruipt ook een ander gevoel. Het boek zelf oogt slonzig, voelt goedkoop aan door de papiersoort, de manier waarop het gebonden is en de slappe kaft. En dat is jammer. Waar is de liefde en aandacht voor het boek gebleven? Het voorwoord is geschreven door Stephen Bates van Sergison Bates architects uit Londen. Dat Bates de introductie heeft geschreven, maakt het in zeker opzicht extra wrang. Zijn meest recente boek On Buildings is een zeer verzorgd en met aandacht vormgegeven architectuurboek. In de inleiding van de Engelstalige versie van On Buildings schrijft uitgever Heinz Wirz: “Indeed architects are often as passionate about a book, its appearance, the way it’s made and the materials with which it is produced, as they are about their own profession. To me, it is evidence that the two art forms really are related.” Het zou prijzenswaardig zijn als de reeks de kwaliteit krijgt die het werk van de publiceerde architecten verdient.

Ontmoetingen laat de wereld van noAarchitecten zien, enerzijds ‘buiten’ het bureau in de vorm van architectuur en reflecties, anderzijds ‘binnen’ het bureau waar men met grote aandacht aan de projecten werkt. De wisselwerking tussen deze maakt deze tentoonstelling zeer intrigerend.