Feature —

Team Vlaams Bouwmeester: middenin of buitenspel?

Dimitri Minten en Tim Vekemans

“Hebben politici wel een idee van de wereld die ze willen realiseren?” Met deze prangende vraag richt An Fonteyne (Noa architecten) zich halverwege het Bouwmeesterdebat rechtstreeks tot de schrijvers van het nieuwe Vlaamse regeerakkoord. “Men wil verandering maar voor wie, wat of waarvoor?” Een antwoord op deze vragen zou heel wat verduidelijking gebracht hebben op een avond die de meningen over het Vlaams Bouwmeesterschap wil interpreteren maar niet polariseren. Maar antwoorden kwamen er niet omdat de schrijvers, en critici van het Vlaams Bouwmeesterschap zich stil hielden.

Buurtsporthal Kiel, Antwerpen, UR architects, © foto Harry Gruyaert
Buurtsporthal Kiel, Antwerpen, UR architects, © foto Harry Gruyaert

U – als Nederlandse lezer van dit artikel – heeft het wellicht al begrepen dat de zenuwen sterk gespannen staan op het podium van de Vlaamse architectuurcultuur. Bij de recente vorming van de Vlaamse Regering afgelopen zomer werd er in het regeerakkoord een kleine paragraaf opgenomen over de Vlaamsz Bouwmeester. Het Team en haar Bouwmeester zouden worden afgeschaft en vervangen door een Bouwmeestercollege bestaande uit 5 parttime experten met tijdelijk mandaat. De instrumenten van het Team worden herbekeken en ingekanteld bij het Agentschap Ruimtelijke Ordening. En dit alles om zogenaamd een efficiëntere en slankere overheid te realiseren. Het leidde tot heel wat reacties en meningen.  Ook het Vlaams Architectuurinstituut (VAi) mengde zich in dit debat. Het stelde zijn ‘Avond van de Architectuur’ in deSingel te Antwerpen, die dit jaar in het teken stond van de presentatie van het nieuwe Architectuurboek Vlaanderen N°11 ‘Architectuur Middenin’, ter beschikking om het Bouwmeesterdebat te voeden. Een panel bestaande uit Christophe Grafe (directeur VAi), Tom Avermaete (hoofddocent TU Delft), Leo Van Broeck (architect Bogdan & Van Broeck, voorzitter FAB) en Rob Cuyvers (decaan UHasselt faculteit Architectuur en Kunst) reflecteerde tijdens de avond over diverse argumenten.

Ter verduidelijking. Vlaanderen bevindt zich – samen met vele andere regio’s in ons Europese continent – in financieel woelige tijden. Ondanks vele structurele achterstanden – lees : wachtlijsten – in de Vlaamse overheidsinfrastructuur zijn er ook grondige besparingen noodzakelijk. Vlaanderen kiest voor een nieuwe overheid, een die niet wil betuttelen, die vrijheid en verantwoordelijkheid wil geven aan zijn burgers en economie. Doel: het stimuleren van economische groei en het creeëren van jobs. Zonder meer. Mogelijk zal ten gevolge van deze keuze de markt ook meer kansen krijgen – of zelf creeëren – in het realiseren van overheidsinfrastructuur.

Kinderpsychiatrisch centrum Genk, osar, © Harry Gruyaert
Kinderpsychiatrisch centrum Genk, osar, © Harry Gruyaert

Het is onbeschreven en speculatief, maar mogelijk ligt hier de basis voor de geplande ‘depersonalisering’ van de Vlaamse Bouwmeester. Minder bemoeizucht en elitarisme kan mogelijk de weg vrij maken voor private investeerders in overheidsinfrastructuur. "Maar hoe hoog mogen we de lat leggen als we met overheidsgeld handelen?", vraagt An Fonteyne zich terecht af.  "De Vlaams Bouwmeester is een opportuniteit om het beter te doen", zegt ook Luc Martens, CD&V burgemeester van Roeselare en voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw. Hij is overtuigd dat je dit enkel kunt realiseren met een Team van experten samen met één persoon die visionair is. Een ‘college van vijf’ gaat volgens hem op zoek naar de middelmaat. Het resultaat zullen projecten zijn die enkel beantwoorden aan de ‘groots gemene deler’. Lokale besturen moeten volgens hem uitgedaagd worden door een bouwmeester om ook een maatschappelijke betekenis van hun project na te streven, niet alleen functionaliteit en betaalbaarheid maar ook aspecten als duurzaamheid, mobiliteit, sociale ontwikkeling, moeten meewegen.

U vraagt zich mogelijk af waarom – of wie – de internationaal geprezen succesformule van de Vlaamse Bouwmeester wil doen sputteren. Een instrument dat blijk geeft van een Vlaamse overheid met ambitie en visie op vlak van de kwaliteit van zijn gebouwen en inrichting van de publieke ruimte. Menig internationale collega-ontwerper kunnen vaak enige jaloezie niet verbergen.
De Vlaamse Architectuur beleeft hoogtijden. Met de Vlaamse Bouwmeester en zijn Open Oproep – en vele andere instrumenten – onstond een gunstig klimaat met veel ruimte voor experiment. De drie achtereenvolgende Bouwmeesters hebben hun overheden geleerd wat het is om een goed opdrachtgever te zijn. Volgens ex-Bouwmeester bOb Van Reeth en zoals u ook weet moet men om architectuur te kunnen maken met z'n tweeën zijn: opdrachtgever en architect. De resultaten ten velden zijn dan ook lang niet meer enkel in de marge te vinden.  Het nieuwe Architectuurboek Vlaanderen N°11 ‘Architectuur Middenin’ blaakt meer dan ooit van een erg bijzondere, kwalitatieve en veelvuldige Vlaamse architectuurproductie. Voor en door mensen.
Volgens Wivina De Meester (CD&V), die als ex-minister in 1999 mee aan de wieg stond van de oprichting van de Vlaams Bouwmeester én het VAi, viert het nieuwe Architectuurboek – met de woorden van Geert Bekaert – de ‘sublieme nutteloosheid van architectuur’. De bewoner, de gebruiker primeert. Het verhaal over architectuur, in en over Vlaanderen, gaat net hierover. Voor De Meester ligt ook hier de meerwaarde van de vorige en toekomstige Vlaamse Bouwmeesters. Ze moeten eigenzinnig zijn, controversieel. Ze moeten ons, zowel opdrachtgevers als ontwerpers, uitdagen om te durven excelleren.

Ontmoetingscentrum stationshuis Merkem, Houthulst, Rapp+Rapp, © foto Harry Gruyaert
Ontmoetingscentrum stationshuis Merkem, Houthulst, Rapp+Rapp, © foto Harry Gruyaert

Zijn het misschien Vlaamse architecten die kritiek hebben op het functioneren van het instituut Vlaams Bouwmeester? Zijn er teveel internationale collega’s, waaronder veel Nederlandse ontwerpers, die via de Open Oproep procedure hun werk komen 'afsnoepen'? Is er protectionisme in het spel?
Piet Van Cauwenberghe (architect van het in 1987 opgerichte Abscis-architecten maar ook vertegenwoordiger van de beroepsverenigingen) houdt een pleidooi voor het behoud van het Vlaams Bouwmeesterschap: "We willen geen Vlaams Bouwmeester-light". De impact van de Vlaams Bouwmeester op het publieke patrimonium is volgens hem zelfs nog te beperkt waardoor er nood is aan meer Vlaams Bouwmeesterschap. Hij roept op tot meer partnerschap met de architecten. "De architecten zijn de munitie waarmee de Vlaams Bouwmeester de bouwheer te lijf moet gaan", aldus Van Cauwenberghe.
Doet de Bouwmeester dit dan niet? Een hele nieuwe jonge generatie heeft de afgelopen 15 jaar zijn kansen gekregen. En gegrepen. Hebben we hier te maken met een probleem van de Vlaamse architecten onderling?

Vanuit de wereld van de projectontwikkelaars kreeg Lode Waes het woord. Ook een partner met recht van spreken in het debat, de Bouwmeester zoekt namelijk bewust contact met de markt – onder andere in de recente Pilootprojecten Wonen waar samen met investeerders en huisvestingsmaatschappijen gezocht wordt naar de realisatie van nieuwe woonconcepten. Lode Waes doet een oproep om meer economisch realisme in het debat te brengen. Zeker in tijden van schaarste.  Architecten zijn volgens hem dromers die enkel met design bezig zijn. Maar hij nuanceert ook en benadrukt dat de markt het niet alleen kan. "Er is een dirigent of regisseur nodig tussen architecten en ontwikkelaars." Vanuit het panel wordt onderschreven dat deze economische reflex vaak onvoldoende aan bod komt bij het definiëren van overheidsprojecten. Er zijn nog teveel projecten die starten met een foute locatie, een verkeerde verhouding tussen programma en oppervlakte of een onrealistische prijsverwachting. Ligt net hier niet de kerntaak van een Vlaams Bouwmeester? Lode Waes stipt hier alvast meer dan terecht een belangrijk werkpunt aan. Het is noodzakelijk dat ontwerpers en investeerders elkaar begrijpen en respecteren wanneer ze samen zullen moeten vormgeven aan de overheidsinfrastructuur van morgen.

Na deze avond blijft een belangrijke vraag echter nog steeds onbeantwoord. Zijn de betrokkenen en belanghebbenden die mogelijk de Vlaams Bouwmeester buitenspel willen zetten, bereid om rekening te houden met de argumenten die tijdens het Bouwmeesterdebat zijn ingebracht? Argumenten om de architectuurkwaliteit ‘middenin’ te houden. Het moet nog blijken wat de concrete plannen zijn van de Vlaamse Regering die resoluut kiest voor een slankere overheid. "Er was geen voorafgaandelijk overleg, geen evaluatie, waardoor er veel redenen zijn tot ongerustheid", oordeelt An Fonteyne over de huidige situatie. Wat kan, mag, moet en zal de rol van een Bouwmeester morgen zijn binnen de verhoudingen van de overheid en de vrije markt?